| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2006
Tijdvak 1 – 3 januari Een opvullende depressie boven de Noordzee trok in dit tijdvak naar het zuiden om te worden opgenomen in een laag boven Italië. Een hogedrukgebied met zwaartepunt boven Scandinavië kreeg hierna via ons land verbinding met een hoog boven Noordwest-Rusland. Op de 1e was het in een groot deel van het land bewolkt en lokaal viel een lichte bui. In de nacht van 1 op 2 januari waren er opklaringen waarbij plaatselijk dichte mist ontstond. Op de 2e trok een occlusie met wat motregen zuidwaarts over het land. Achter het front kwamen brede opklaringen voor. Tijdens de nacht van 2 op 3 januari ontstonden plaatselijk mistbanken met in het zuiden matige vorst. Op de 3e waren er zonnige perioden maar vanuit het noordwesten nam de bewolking toe. De bewolking hoorde bij een warmtefront dat op de kust stationair werd en in de nacht van 3 op 4 januari weer zuidwestwaarts wegtrok. In het westen viel wat regen of natte sneeuw. De maxima in dit tijdvak waren 3 à 6 C.Tijdvak 4 – 10 januari Het weer werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van West-Rusland via Scandinavië naar Zuid-oost-Europa. De stroming draaide geleidelijk van oost via zuidoost naar zuidwest. Er traden in dit tijdvak grote verschillen op voor wat betreft de temperatuur en hoeveelheid zonneschijn tussen het noord(oosten) en zuiden van het land. Plaatselijk verliep in het noorden het gehele tijdvak zonloos. Op 4 januari scheen in het zuidwesten de zon, elders overheerste de bewolking. De 5e was het in het hele land bewolkt. Lokaal viel wat (mot)regen of (mot)sneeuw. Van 6 tot en met 10 januari werd onder een subsidentie inversie vochtige lucht aangevoerd. De bewolking overheerste in het noorden en oosten. In het zuiden en zuidwesten waren iedere dag zonnige perioden. De opklaringen werden veroorzaakt door föhnwerking achter de Duitse middelgebergten. De maxima varieerden met uitzondering van de 5e van ca. 4 à 6 C in het zuidwesten tot iets boven het vriespunt in het noordoosten. De 9e was daar plaatselijk een ijsdag. Op de 5e werd het overal maximaal 1 à 2 C. Tijdens de meeste nachten vroor het licht.Tijdvak 11 – 15 januari Ook in dit tijdvak werd het weer bepaald door een hogedrukgebied dat zich ontwikkelde boven Oost-Europa. Alleen op de 11e trok een frontaal systeem van een stormdepressie boven de Noorse zee over ons land oostwaarts. Het was bewolkt met enige tijd regen. In de avond klaarde het op en ontstond op veel plaatsen dichte mist. Daarbij ontstond lokaal gladheid door aan- en opvriezing. Op de 12e ging de mist over in laaghangende bewolking, alleen in het oosten was de zon soms te zien. In de nacht van 12 op 13 januari klaarde het vanuit het zuidoosten geleidelijk op. Overdag op de 13e bleef alleen in het westen de bewolking aanwezig, elders waren er zonnige perioden. Op de 14e en 15e was het overal zonnig. De maxima in dit tijdvak waren ca 3 à 6 C, op de 15e in het zuidoosten rond het vriespunt. Tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen licht, in de nacht van 14 op 15 januari in het oosten matig.Tijdvak 16 – 20 januari Boven onze omgeving was sprake van een meanderende weststroming tussen depressies boven het noordelijk deel van de Oceaan en een hoog met zwaartepunt nabij de Azoren dat een uitloper ontwikkelde over Zuid-Europa. Het weer was wisselvallig en vrij zacht. Na een nacht met lokaal matige vorst nam de bewolking op de 16e geleidelijk vanuit het westen toe op nadering van een occlusie. In de avond volgde enige regen, in het oosten lokaal met ijzelvorming. Een volgend geoccludeerd front van een depressie bij ijsland passeerde op de 17e. Het was bewolkt met enige tijd regen. Op 18 januari scheen vooral in de noordelijke helft af en toe de zon. Lokaal viel een bui. In de avond en nacht ontstonden lokaal dichte mistbanken en kwam gladheid voor door aan- en opvriezing. Op de 19e passeerde een warmtefront. Na optrekken van de lokale mist was het bewolkt en vooral in het noorden viel regen. Op de 20e passeerde een koufront vergezeld van regen. Daarna klaarde het op. In de avond veroorzaakte een trog in het noorden enkele buien.De maxima in dit tijdvak stegen geleidelijk van 3 tot 6 naar 7 tot 10 C.Tijdvak 21 – 24 januari Op 21 januari trok een kleine randstoring van Denemarken zuidoostwaarts richting Centraal-Europa. In een noordweststroming vielen enkele buien, soms met hagel bij maxima van 6 tot 9 C. Daarna kwam het weer snel onder invloed van zuidnoord georiënteerde hoogterug boven West-Europa. Aan het oppervlak lag een krachtig hogedrukgebied met centrum boven Noordwest-Rusland dat zich via de Baltische Staten naar Roemenië verplaatste. Op de 22e draaide de stroming naar noordoost en werd geleidelijk koudere lucht aangevoerd. In het noordoosten was het zonnig, elders bleef het bewolkt. De 23e en 24e verliepen bij een naar zuidoost draaiende stroming zonnig. De 23e verliep in een deel van het land als ijsdag. Op de 22e en 24e waren de maxima in het oosten iets boven het vriespunt, in het westen 3 tot 5 C. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk matig.Tijdvak 25 – 31 januari Ook dit tijdvak werd het weer bepaald door een hogedrukgebied. Het zwaartepunt trok traag van de Faroër naar de zuidelijke Noordzee. Bovendien ontwikkelde het hoog op de 26e een rug over onze omgeving naar Zuidoost Europa. Op de 25e trok een vlak lagedrukgebied van Denemarken via Duitsland zuidwaarts. Een frontaal systeem van het laag trok van noord naar zuid over ons land. Na een nacht met meest matige vorst nam de bewolking toe en viel er wat regen, in het oosten ook sneeuw. De regen gaf aanleiding tot ijzelvorming. In de loop van de dag kwamen er opklaringen en draaide de stroming naar noordoost. Er viel een enkele lichte bui. Een occlusie van de depressie veroorzaakte in de nacht van 25 op 26 januari in het zuidoosten wat sneeuw; daar ontstond plaatselijk een sneeuwdek. Op 26 januari was het meest bewolkt met af en toe motsneeuw bij maxima van enkele graden boven het vriespunt. In de middag klaarde het in het zuidoosten op bij invallende vorst. In de nacht van 26 op 27 januari vroor het in het zuidoosten matig bij een heldere hemel, elders onder bewolking licht. Overdag op de 27e was het in het zuidoosten zonnig bij lichte vorst, elders bewolkt bij maxima van een enkele graad boven het vriespunt. In de nacht van de 27e op de 28e klaarde het overal op. Het vroor meest matig. De 28e en 29e verliepen zonnig. Alleen in het noorden kwamen op de 29e enkele wolkenvelden voor. De nacht van 28 op 29 januari verliep met matige vorst. Op de 28e werd het maximaal 0 tot 3 C, op de 29e 3 tot 5 C. Op de 30e kwam de as van de eerder genoemde hogedruk rug boven het noorden van het land te liggen. Bij een iets krimpende stroming stroomde met uitzondering van het zuidoosten vochtigere lucht over het land uit. Er ontstond veel lage bewolking en lokaal mist. De maxima liepen uiteen van 3 C in het zuidoosten tot 6 C in het noorden. Op de 31e klaarde het vanuit het zuiden weer op. Het werd maximaal ca. 2 tot 4 C.
Rob Sluijter
|
|
|