| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2006
Tijdvak 1 – 4 februari Het weer werd bepaald door een omvangrijk, blokkerend hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van Midden-Europa naar de Britse Eilanden. Boven onze omgeving stond nauwelijks stroming. Op 1 februari was er sprake van een krachtige en laaghangende subsidentie-inversie. Op 1.50 m vroor het in de ochtend ca. 4 C, op 200 meter hoogte was het +6 C. Onder de inversie hing dichte mist die plaatselijk uitsneeuwde. Later op de dag kwam nabij grote steden en in hoger gelegen delen van het land de zon door. In een groot deel van het land bleef het vriezen, in Zuid-Limburg werd het +3 C. In de nacht van de 1e op de 2e breidde de mist zich weer uit. De 2e verliep grijs, in Limburg kon de mist zich lang handhaven. Lokaal viel motsneeuw of motregen. Bij een aanlandige wind werd het in het westen 3C, in het oosten bleef het vriezen. Ook de 3e verliep bewolkt. Lokaal viel motregen, in het zuidoosten ook lichte sneeuw. De maxima liepen flink uiteen van 6 C in het noordwesten tot -1 C in het zuidoosten. Op 4e februari was in het westen de zon af en toe te zien. Daar werd het 8C, in het zuidoosten 3 C.Tijdvak 5 – 7 februari Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich zuidwaarts naar de Golf van Biscaje. Een hoog boven Scandinavië trok naar Oost-Europa. Aan de noordflank van deze systemen kwam boven onze omgeving een weststroming opgang. Een warmtefront lag op de 5e en aanvankelijk op de 6e tussen beide systemen vrijwel stationair noordzuid georiënteerd over ons land. Op de 5e was het bewolkt en plaatselijk hing mist. Lokaal viel wat regen, in het noordoosten ook sneeuw. Daar werd het maximaal ca. 0 C, in het westelijke helft van het land ca. 6 C. In de nacht van 5 op 6 februari vroor het licht in het oosten. Overdag op de 6e kwam vooral in het oosten aanvankelijk mist voor en viel wat regen of sneeuw. De maxima liepen op naar ca. 6 C. Ook de 7e verliep somber met af en toe motregen bij maxima van 6 tot 9 C.Tijdvak 8 – 12 februari Aanvankelijk werd het weer bepaald door een depressie die op de 7e uit een golf in het polaire front was ontstaan bij Schotland. De depressie lag op de 8e boven Denemarken en trok daarna traag en opvullend naar Polen. Daarna kwam het weer onder invloed van een hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van het zeegebied ten westen van Ierland via onze omgeving naar Midden-Europa. Het koufront van de depressie trok vergezeld van regen in de vroege ochtend van de 8e over het land oostwaarts. Na passage werd met een noordweststroming onstabiele lucht aangevoerd. Het was wisselend bewolkt en er vielen buien, lokaal met onweer en later ook met een winters karakter. De buiigheid hield aan tot in de ochtend van de 10e. De 11e verliep overwegend bewolkt. Een warmtefrontafloper van een diep laag boven het midden van de Oceaan trok op de 12e in de noordwestelijke bovenstroming over België zuidoostwaarts. Met name in de zuidwestelijke helft van het land viel urenlang (natte) sneeuw bij een temperatuur van iets boven het vriespunt waarbij zich lokaal een papperig sneeuwdek kon vormen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 3 tot 7 C.Tijdvak 13 – 18 februari Boven onze omgeving kwam in dit tijdvak een weststroming op gang tussen een sturend lagedrukgebied ten zuiden van IJsland en hogedruk nabij de Azoren. Aanvankelijk was er ook een hoog aanwezig boven Midden-Europa, dit systeem trok naar Rusland. Regelmatig passeerden frontale systemen. Op de 13e lag een geoccludeerd, zwak front boven het westen van ons land. Daar was het bewolkt met wat motregen en plaatselijk mist, in het oosten was het vrij zonnig. In de nacht van 13 op 14 februari breidde de mist zicht uit. Op de 14e trok het eerder genoemde front oostwaarts weg, gevolgd door een koufront. Dit ging vergezeld van buiige neerslag. Een volgend occluderend frontaal systeem passeerde op de 15e met regen. Daarbij stond in het westen enige tijd een krachtige tot harde westenwind. Na passage van het front kwamen enkele buien tot ontwikkeling, in het zuidoosten lokaal met onweer. Landelijk bezien viel op de 15e 12 mm. Een golf in het front trok in de nacht van 15 op 16 februari van Bretagne via Luxemburg oostwaarts en veroorzaakte enige tijd buiige regen. Op de 16e vielen enkele buien, lokaal met onweer. Een occlusie trok op de 17e over het land met regen. Met name in het zuidoosten waar het front bleef slepen viel langdurig regen en werd plaatselijk 20 mm afgetapt. Op 18 februari viel in het zuidoosten wat regen of natte sneeuw. De neerslag werd veroorzaakt door een over het zuidoosten van ons land naar Duitsland trekkende storing. Elders waren er perioden met zon. De maxima in dit tijdvak lagen tussen ca. 5 en 11 C.Tijdvak 19 – 23 februari Het hogedrukgebied der Azoren ontwikkelde op 19e een krachtige uitloper tot boven IJsland. Hierin kwam op de 21e een apart zwaartepunt tot ontwikkeling boven de noordelijke Noordzee. Dit zwaartepunt verplaatste zich geleidelijk westwaarts. Een depressie, op de 19e boven Bretagne vulde op tot een langgerekte vore die op de 21e van Frankrijk naar Polen lag en vervolgens zuidwaarts wegtrok. Boven onze omgeving stond een stroming uit oost tot noordoost. Op 19 februari nam de bewolking van het zuiden uit toe op de nadering van het occluderende frontale systeem van de depressie boven Bretagne. In de nacht van 19 op 20 februari viel ten zuiden van de grote rivieren regen. De occlusie bleef tot en met de 21e vrijwel stationair liggen in de vore van lage druk juist ten zuidoosten van ons land. Op 20 en 21 februari was het bewolkt, waterkoud en vooral in de zuidoostelijke helft van het land viel langdurig (mot)regen. In de Limburgse heuvels viel soms (natte) sneeuw. Op de 20e werd in het zuidoosten lokaal ca. 25 mm afgetapt. Op de 22e trok het front oplossend zuidwestwaarts weg. Het bleef bewolkt. Een warmtefrontafloper behorende bij een depressie nabij Spitsbergen trok in de vroege ochtend van de 23e over ons land westwaarts. Het front veroorzaakte met name in de kustgebieden wat sneeuw die tijdelijk bleef liggen. Overdag waren er vooral in het midden van het land flinke perioden met zon. Op de 19e werd het maximaal 5 à 9 C, daarna 2 à 4 C.Tijdvak 24 – 28 februari Het zwaartepunt van een hogedrukgebied lag in dit tijdvak aanvankelijk boven Groenland en IJsland. Het hoog had tot en met de 26e een uitloper tot boven de Baltische Staten. Boven onze omgeving stond een ooststroming. Op de 26e kwam boven onze omgeving geleidelijk een noordstroming te staan aan de oostflank van het hoog. De 24e en 25e verliepen vrij zonnig. Alleen op de 25e was in het noorden hardnekkige bewolking aanwezig. Deze bewolking trok op de 26e zuidwaarts weg waardoor juist het noorden de meeste zonuren noteerde. De bewolking hing samen met een koufront. Achter het front werd in de naar noord gedraaide stroming onstabiele lucht aangevoerd waarin enkele winterse buien voorkwamen. In het noorden ontstond in de nacht van 26 op 27 februari lokaal een sneeuwdek. Overdag op de 27e overheerste in een groot deel van het land de bewolking. Er vielen winterse buien. Uit een golf in het polaire front ontstond boven de Noorse Zee op de 27e een depressie die op de 28e boven Denemarken stationair werd. Het frontale systeem van de depressie passeerde in de nacht van 27 op 28 februari. Er viel regen die later in een deel van het land in (natte) sneeuw over ging waarbij lokaal een sneeuwdek ontstond. Achter het koufront werd op de 28e koude onstabiele lucht aangevoerd waarin winterse buien voorkwamen. Lokaal kwam onweer voor. In de avond vormde zich lokaal een sneeuwdek. De maxima in dit tijdvak waren ca. 2 à 5 C.
Rob Sluijter
|
|
|