| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2006
Tijdvak 1 – 7 maart Boven het Noordzeegebied was in dit tijdvak sprake van een omvangrijke en zeer goed ontwikkelde hoogtetrog. Op 500 hPa werden op een aantal dagen temperaturen van ca. -40 C gemeten. Boven het noordwestelijk deel van de oceaan en Groenland was een hogedrukgebied aanwezig. Deze drukverdeling resulteerde in een aanvoer van koude en onstabiele lucht met vaak winterse neerslag. De straalstroom lag erg zuidelijk, ruwweg langs de 45e breedtegraad. Hier trokken storingen oostwaarts over het Europese continent. Op de 1e en 2e was het wisselend bewolkt en vielen talrijke hagel- en sneeuwbuien, lokaal met onweer. Op veel plaatsen vormde zich een (tijdelijk) sneeuwdek. In een strook van de Flevopolders naar Overijssel lag op de 2e in de ochtend zelfs 10 tot 25 cm sneeuw. Op de 3e trok een lagedrukgebied van Bretagne naar Duitsland. Het frontale bewolkingsscherm reikte tot boven ons land en in Limburg viel wat sneeuw. In het noorden kwamen enkele winterse buien voor. In de nacht van 3 op 4 maart kon het onder een rug van hogedruk sterk afkoelen. Op veel plaatsen kwam het tot matige vorst, boven het sneeuwdek in Overijssel en de Flevopolders lokaal tot strenge vorst. Er ontstonden dichte mistbanken. Van 4 tot en met 6 maart was het wisselend bewolkt met winterse buien, bij de passage van een trog soms in lijnvorm. Op de 4e en 5e werd lokaal onweer gedecteerd. De buien zorgden voor (tijdelijke) sneeuwdekken, vooral tijdens de nacht en ochtend. Op de 6e warmde de bovenlucht wat op waarna sommige buien ook regen brachten. Op 7 maart trok een zwakke rug van hogedruk van west naar oost over het land. Het was wisselend bewolkt en droog. De maxima in dit tijdvak waren meest 2 ŕ 6 C, op de 3e bleef het in het oosten het gehele etmaal vriezen.Tijdvak 8 – 10 maart In dit tijdvak was de luchtdruk hoog boven Scandinavië terwijl een sturende depressie ten zuiden van IJsland aanwezig was. Ons land bevond zich in de overgangszone tussen koude lucht boven Noord-Europa en zachte, maritieme lucht boven Zuidwest-Europa. In deze overgangszone stagneerden enkele fronten en trokken bovendien twee lagedrukgebieden over ons land naar het oosten. Een eerste occlusiefront trok in de nacht van 7 op 8 maart vanuit het zuidwesten naar Groningen. Er viel wat regen, in de noordoostelijke helft ook sneeuw met lokaal de vorming van een dun sneeuwdek. Overdag op de 8e volgde een frontaal systeem vergezeld van langdurige perioden met regen. Landelijk bezien viel 12 mm neerslag. In de nacht van 8 op 9 maart trok het eerste laag over ons land oostwaarts vergezeld van een om het laag ingedraaide regenzone. Een volgende occlusie trok op de 9e vanuit het zuidwesten met regen noordoostwaarts om ook te stagneren boven het noordoosten van het land. Op 10 maart vielen buien, in het noorden nabij het frontenkerkhof viel af en toe lichte regen. In de nacht van 10 op 11 maart trok het tweede lagedrukgebied over ons land naar het zuidoosten. De frontale zone bewoog zuidwaarts. De maxima liepen op de 8e en 9e uiteen van 2 C in het noorden tot 10 C in het zuiden, op de 10e werd het 5 tot 7 C.Tijdvak 11 – 15 maart Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een krachtig, blokkerend hogedrukgebied boven Scandinavië. Boven ons land stond een noordooststroming met aanvoer van zeer koude lucht. Op 11 maart trok eerder genoemde frontale zone vergezeld van in sneeuw overgaande neerslag snel zuidwaarts weg. In het noordoosten ontstond een dun sneeuwdek. De rest van het etmaal vielen vooral in de noordwestelijke helft van het land talrijke sneeuw- en hagelbuitjes die boven het relatief warme zeewater waren ontstaan. Van 12 tot en met 15 maart was het zonnig, alleen op de 14e kwamen in het westen van het land wolkenvelden voor. Tijdens de nachten vroor het in dit tijdvak meest licht tot matig, op de 12e lokaal streng. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van ca. -0 tot 2 C naar 2 tot 8 C met de hoogste maxima in het zuidwesten. Op de 11e en 12e werden lokaal ijsdagen genoteerd.Tijdvak 16 – 23 maart Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak westwaarts van Scandinavië naar Groenland. Een rug van hoge druk bleef later in het tijdvak aanwezig over onze omgeving naar Centraal Europa. Met een van oost naar noord draaiende stroming bleef ook in dit tijdvak de aanvoer van koude lucht in stand. 16 maart verliep bewolkt met plaatselijk een vlok motsneeuw, op de 17e was in het zuiden soms de zon te zien. De maxima liepen op deze dagen uiteen van ca. 2 C in het noordoosten tot 5 C in het zuiden. Op 18 maart was het in het noorden bewolkt bij maxima van ca. 0 C, in het zuiden onbewolkt bij maximaal 8 C. Van 19 tot en met 22 maart wisselden zon en wolken elkaar af. De temperatuur werd tijdens deze dagen maximaal ca. 5 tot 9 C. Tijdens de nachten vroor het dit tijdvak op uitgebreide schaal licht, tijdens de nacht van 21 op 22 en 22 op 23 maart lokaal ook matig.Tijdvak 24 – 27 maart Tussen hoge druk boven Zuid-Europa en een complex lagedrukgebied waarvan de sturende kern zich verplaatste van het midden van de Oceaan naar de Britse Eilanden, stond boven onze omgeving een zuidweststroming waarmee steeds zachtere lucht werd aangevoerd. De maxima in dit tijdvak liepen op van ca. 8 ŕ 13 C naar 14 ŕ 20 C. Na een nacht met lokaal nog lichte vorst in het noordoosten passeerde overdag op de 24e een occlusie vergezeld van regen bij een flink stijgende temperatuur. In de avond volgde een frontale trog met buien, lokaal vergezeld van onweer. Op 25 maart viel aanvankelijk nog buiige regen, daarna klaarde het vooral in het westen op. In de nacht van 25 op 26 maart passeerde een frontaal systeem vergezeld van regen. Overdag op de 26e was het met name in het noorden zonnig. In de daarop volgende nacht viel opnieuw regen tijdens de passage van een frontaal systeem. Lokaal werd onweer waargenomen tijdens de koufrontpassage. Overdag waren er perioden met zon. Later ontwikkelde zich vooral boven de oostelijke helft van het land buiencomplexen die werden vergezeld van voor de tijd van het jaar actief onweer. Ook gingen de buien lokaal vergezeld van hagel en windstoten. In het westen stond buiten buien om enige tijd een harde tot stormachtige wind met zware windstoten.Tijdvak 28 – 31 maart Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een sturend lagedrukgebied nabij Schotland. Samen met een hogedrukgebied boven het westelijk deel van de Middellandse Zee zorgde dit boven onze omgeving voor een zuidweststroming met aanvoer van vrij zachte lucht. 28 maart verliep winderig maar met flinke zonnige perioden, vooral in de kustprovincies. In de nacht van 28 op 29 maart volgde regen behorende bij een geoccludeerd front van het laag. Het front bleef op de 29e boven het zuidoosten enige tijd slepen. Daar bleef de bewolking overheersen met soms nog wat regen. Elders waren zonnige perioden. Een volgend frontaal syteem passeerde in de vroege ochtend van de 30e met regen. Overdag scheen af en toe de zon. Een over Duitsland trekkende golf veroorzaakte in het zuidoosten in de avond enige tijd regen, lokaal viel in enkele uren ruim 15 mm. Daarna trokken in de nacht van 30 op 31 maart enkele buien over het land, behorende bij een trog. De buiigheid nam op de 31e af en vanuit het zuidwesten, behalve in het zuidoosten. Daar werd lokaal ook onweer waargenomen. Met name aan de westkust klaarde het sterk uit. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 ŕ 16 C
Rob Sluijter
|
|
|