| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2006
Tijdvak 1 – 4 april Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland via de Noordzee naar het zuiden van Scandinavië trok. Het weer was wisselvallig en winderig. Zo stond er de eerste drie dagen van het tijdvak in het westen van het land af en toe een krachtige tot harde wind met windstoten tot ca. 21 m/s. Op 1 april veroorzaakte een thermische trog van het laag aanvankelijk buiige regen, gevolgd door een koufront vergezeld van buien, in het zuidoosten met onweer. In de middag waren er zonnige perioden. In het koufront ontstond boven Bretagne een golf. Deze passeerde op de 2e ons land met regen. Na passage waren er zonnige perioden. In de nacht van 2 op 3 april trok een secundaire kern van de depressie over ons land oostwaarts. Er vielen enkele buien, in het zuidoosten met onweer. Daarna waren er zonnige perioden. In de avond viel opnieuw een enkele bui, lokaal met onweer. Op de 4e veroorzaakte een trog enkele buien, soms met hagel. De maxima in dit tijdvak daalden van 11 à 15 naar 7 à 10 c.Tijdvak 5 – 10 april Aanvankelijk stond het weer onder invloed van een rug van hogedruk die zich van boven het midden van de Ocaan via ons land tot boven Oost-Europa uitstrekte. Geleidelijk werd een depressie bepalend voor het weer. Deze trok van IJsland via de Noordzee naar Scandinavië. Na passage van het laag breidde een rug van hoge druk zich opnieuw vanuit het zuidwesten tot boven onze omgeving uit. Na een heldere nacht waren er overdag op de 5e perioden met zon. Met name in het oosten kwamen enkele buitjes tot ontwikkeling, lokaal met hagel en sneeuw. In de nacht van 5 op 6 april vroor het licht in de zuidoostelijke helft van het land. Overdag op de 6e nam de bewolking vanuit het noorden geleidelijk toe op de nadering van het frontale systeem van de eerdergenoemde depressie. Later volgde in het noorden regen. In de nacht van 6 op 7 april stagneerde het front boven het zuidoosten van ons land. In de nabijheid van het front viel wat regen. Op de 7e loste het front op. Er waren perioden met zon, met name in het noorden. Een volgend koufront van de depressie passeerde op 8 april vergezeld van buiige regen, lokaal met hagel en onweer. Na passage waren er met name in de noordwestelijke helft van het land perioden met zon. Op 9 april overheerste de zon. In het oosten kwamen buien tot ontwikkeling, lokaal met hagel. De nacht van 9 op 10 april verliep onder invloed van de rug van hoge druk vrij helder, plaatselijk vroor het licht. Overdag waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak waren 8 à 12 C.Tijdvak 11 – 14 april Tussen een hogedrukgebied met centrum ten noorden van de Azoren en een sturende depressie die van IJsland naar de Noorse zee trok, stond boven onze omgeving een weststroming. Na een heldere nacht met op veel plaatsen lichte vorst nam overdag op 11 april de bewolking vanuit het westen toe op de nadering van het geoccludeerd frontaal systeem van het laag. In de nacht van 11 op 12 april volgde regen. Op de 12e was het in het westen vrij zonnig, in het oosten ontstond convectieve bewolking en vielen enkele buien. Een volgend occluderend systeem passeerde in de nacht van 12 op 13 april met wat (mot)regen. Het front werd op de 13e boven het zuiden van het land westoost georiënteerd stationair. In het noorden waren zonnige perioden, in het zuiden bleef het bewolkt. Een oostwaarts trekkende golf in het front veroorzaakte in de middag en avond buiige regen in de zuidelijke helft van het land. Ook op de 14e lag het front nog steeds over het zuiden van het land. Door drukstijgingen over het front heen loste het geleidelijk op. Uiteindelijk brak ook in het zuiden de zon door, in het noorden was het zonnig. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 tot 14 C.Tijdvak 15 – 20 april Op de 15e was er sprake van een zuidweststroming aan de noordwest flank van een hoog boven Zuidoost-Europa. In deze stroming trok een depressie van Bretagne naar ons land. Overdag nam de bewolking snel vanuit het zuiden toe, in de namiddag en daaropvolgende nacht volgde regen. Op 16 april trok de depressie naar Polen waarna er een weststroming opgang kwam tussen een hoog nabij de Azoren en een depressie boven het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. Op de 16e trok de regen naar het oosten weg en klaarde het vanuit het westen op. In de nacht van 16 op 17 passeerde een koufront van het laag bij IJsland. De passage ging plaatselijk vergezeld van wat regen. Een volgende zwakke frontale zone werd op de 17e boven onze omgeving parallel aan de stroming westoost georiënteerd quasistationair. Deze situatie duurde voort tot en met de 20e. Er waren grote verschillen in het weerbeeld tussen het noorden en zuiden van het land. In het noorden viel van de 17e tot en met de 20e af en toe (mot)regen, in het zuiden bleef het droog en was de meeste ruimte voor de zon. De maxima in dit tijdvak waren ca. 11 à 16 C.Tijdvak 21 – 25 april Het hogedrukgebied der Azoren was in dit tijdvak via een rug over de Noordzee verbonden met een hoog boven Scandinavië. Nabij IJsland waren depressies aanwezig. Ook trok een depressie op de 21e van De Golf van Biscaje naar Portugal. Hierdoor werd zachte lucht naar onze omgeving gevoerd. Met name in het zuiden waren flinke perioden. De maxima liepen uiteen van 14 C in het noorden tot 21 C in het zuidoosten. In de nacht van 21 op 22 april passeerde een front van een IJslanddepressie. Er viel wat regen op het front; voor het front uit kwamen boven het zuidoosten buien tot ontwikkeling. Op de 22e bleef het in een groot deel van het land bewolkt bij maxima van ca. 9 C. In het noorden scheen af en toe de zon bij 14 C. Een volgende van het westen uit naderende storing kwam op de 23e bij onze kust tot stilstand en loste onder invloed van de rug op. Aanvankelijk waren er perioden met zon, later nam de bewolking toe gevolgd door wat regen bij maxima van 11 tot 16 C. Op de 24e klaarde het uit, het laatst in het noorden. Daar werd het 12 C, in het zuiden lokaal 20 C. Op de 25e passeerde een vore van lage druk van west naar oost. Voor de vore uit waren er flinke perioden met zon waarbij het in een groot deel van het land 20 tot 24 C werd. Na passage ervan trok de wind aan uit het westen en koelde het af. In de avond veroorzaakte een front wat regen in het zuidwesten.Tijdvak 26 – 30 april De eerste dagen van dit tijdvak bevond ons land zich aan de noord- en later oostflank van een hogedrukgebied ten westen van Ierland. Op 26 april was het in een warme sector aanvankelijk bewolkt met af en toe motregen. Vanuit het westen passeerde een inactief koufront behorende bij een depressie noord van IJsland. Vanuit het westen klaarde het na passage op. Op de 27e waren er flinke perioden met zon, in het zuidoosten was het echter zwaar bewolkt. Een secundair laagje trok op de 28e over de Noordzee naar Denemarken alwaar het versmolt met een bovenluchttrog boven de Oostzee. Hierdoor ontstond een koude put. Deze koude put trok zuidwestwaarts, lag op de 29e boven Noord-Duitsland en op de 30e boven ons land. Op de 28e nam door deze ontwikkeling de noordwestenwind en hoeveelheid bewolking toe. Lokaal viel een bui. Op de 29e vielen vooral in de oostelijke helft van het land buien, lokaal met hagel en onweer. Op 30 april wisselden zon en wolken elkaar af. Lokaal ontstonden buien. In het uiterste noorden viel urenlang buiige neerslag. De maxima in dit tijdvak daalden van 12 à 18 C naar 8 à 11 C. Tijdens de nacht van 28 op 29 en 29 op 30 april vroor het lokaal licht.
Rob Sluijter
|
|
|