Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2006
Tijdvak 1 – 7 oktober
Bepalend voor het weer in dit tijdvak waren twee opeenvolgende depressies die van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland naar Scandinavië trokken. De aangevoerde lucht was zacht en vooral in de westelijke kustprovincies viel veel neerslag, lokaal tot ruim 125 mm in Noord-Holland. In de loop van de 1e kwamen er een aantal zware onweersbuien tot ontwikkeling, soms vergezeld van hagel en zware windstoten. In Bergeijk richtte een windhoos aanzienlijke schade aan. In de nacht van 1 op 2 oktober passeerde een trog vergezeld van een buienlijn het land. Ook op de 2e vielen onweersbuien, aanvankelijk met name in een strook van Zuid-Holland naar Gelderland. Dit hing samen met convergentie vanuit het Kanaal. In de Alblasserwaard richtte een windhoos schade aan. Op sommige plaatsen viel 30 tot 50 mm neerslag in 24 uur. Op 3 oktober trok een randstoring van Frankrijk naar Duitsland. Lichte neerslag hiervan bereikte nog juist het zuidoosten. Elders wisselden zon en buien elkaar af. 4 oktober verliep buiig. Op de 5e nam de bewolking snel toe op de nadering van het warmtefront van de tweede depressie. In de middag volgde vanuit het zuidwesten regen. Langs de kust stond af en toe een stormachtige wind. Het regengebied dat in het noordwesten 20 tot ruim 40 mm achterliet trok in de nacht naar Duitsland weg. In de warme sector bleef daarna af en toe regen vallen. De neerslag intensiveerde op de 6e tijdens de passage van het koufront. In de nacht van 6 op 7 oktober vielen buien, lokaal vergezeld van onweer. Op de 7e kwam boven de Golf van Biscaje een hogedrukgebied tot ontwikkeling waardoor de buiigheid in ons land vanuit het zuidwesten werd onderdrukt. De maxima in dit tijdvak waren aanvankelijk 17 ŕ 20 C, later ca. 16 C.
Tijdvak 8 – 12 oktober
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Centraal-Europa via Oost-Europa naar Scandinavië. Tussen dit systeem en depressies boven de Oceaan stond boven onze omgeving een zuid- tot zuidooststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd. De maxima in dit tijdvak waren ca. 17 ŕ 20 C. Op 8 oktober was het in het zuiden vrij zonnig, meer naar het noorden kwamen wolkenvelden voor. Op de 9e wisselden zon en wolken elkaar af. De bewolking hing samen met een golvend front boven de Noordzee. In de avond viel hier en daar wat (mot)regen. Op 10 oktober trok een neerslaggebied over het oosten van ons land noordwaarts. Lokaal viel 10 tot ruim 20 mm. Het neerslaggebied hing samen met een convergentielijn ten oosten van eerder genoemd front. Het front zelf trok noordwestwaarst over de Noordzee weg. 11 oktober verliep vrij zonnig. Op de 12e kwam een vanuit het westen naderend koufront boven ons land tot stilstand. Na een nacht met lokaal dichte mist was er overdag een mengelmoes van wolken en wat zon. Lokaal viel een spat regen of lichte bui.
Tijdvak 13 – 17 oktober
Het eerder genoemde hogedrukgebied boven Zuid-Scandinavië versterkte in dit tijdvak nog wat aan waarbij het zwaartepunt op de 17e naar Oost-Europa trok. Door het uitzakken van koude in de bovenlucht boven de oceaan kwam ten westen van Ierland een actieve depressie tot ontwikkeling die op de 17e noordwaarts trok. Door deze ontwikkelingen stond boven onze omgeving een ooststroming die aan het eind van het tijdvak geleidelijk ruimde naar zuid. Het frontje dat op de 12e boven ons land stationair was geworden trok in de loop van de 13e weer westwaarts richting Noordzee. In het noordoosten was het bewolkt, in het zuidwesten zonnig. Op 14 oktober trokken wolkenvelden over het land, her en der was ook ruimte voor de zon. Op 15 oktober was het in het zuiden zonnig, in het noorden hing lage bewolking. Elders kwam tijdelijk lage stratus voor. 16 en 17 oktober verliepen in het grootste deel van het land zonnig. Later nam op de 17e de bewolking in het zuidwesten toe. De maxima waren aanvankelijk ca. 16 tot 18 C, daalden naar 13 tot 16 C op de 15e om vervolgens weer te stijgen naar 15 ŕ 20 C op de 17e.
Tijdvak 18 – 24 oktober
Boven onze omgeving stond in dit tijdvak een zuid- tot zuidweststroming waarmee zeer zachte maritieme lucht werd aangevoerd. In deze luchtsoort waren de minima met ca. 10 tot 15 C zeer hoog. De maxima lagen tussen ca. 15 en 19 C. Verantwoordelijk hiervoor was een complexe depressie ten westen van ons met een sturende kern nabij Ierland. Van 18 tot en met 21 oktober trokken er een aantal zwakke frontale storingen over het land. Deze brachten wolkenvelden maar soms kreeg de zon ook ruimte, met name in het oosten. Uit de bewolking viel af en toe wat (mot)regen. Op de 21e kwamen in de avond enkele buien tot ontwikkeling met lokaal onweer. Een randstoring trok op de 22e van de Golf van Biscaje naar Zuidoost-Engeland om op de 23e boven Scandinavië aan te komen. Het bij het frontale systeem behorende neerslaggebied breidde zich in de loop van de 22e over de westelijke helft van het land uit. In de nacht van 22 op 23 oktober trok het oostwaarts weg, het koufront bleef echter juist ten oosten van ons land slepen. In de nabijheid hiervan bleven er op de 23e in het zuidoosten buien vallen. Een volgende storing, op 23 oktober boven de Golf van Biscaje, trok op de 24e via onze westkust naar Scandinavië. Het frontale systeem trok in de nacht van 23 op 24 oktober over ons land. Op het occlusiepunt vormde zich een klein laagje dat ook via onze westkust noordwaarts liep. Aan de zuidflank van dit laag stond tijdelijk veel wind, tot 7 Beaufort in Zeeland. Bovendien kwamen er zware windstoten voor. In een strook van Noord-Holland naar Groningen viel 20 tot ruim 40 mm neerslag. Op 24 oktober vielen talrijke buien, lokaal met onweer. In het zuidoosten van het land stond enige tijd een krachtige wind, kracht 6.
Tijdvak 25 – 26 oktober
Tussen een hogedrukgebied boven Oost-Europa en een depressie die van het zeegebied ten westen van Portugal naar het noorden van de Noordzee trok, stond een zuidstroming. In de nacht van 24 op 25 oktober ontstond in het midden en zuiden mist die overdag moeizaam oploste. Op de nadering van een warmtefront nam vervolgens de bewolking toe, in de middag gevolgd door regen. De temperatuur steeg geleidelijk naar 13 tot 17 C in de avond. Op de 26e waren er perioden met zon bij maxima van 18 tot 23 C. In de avond passeerde een koufront met vooral in het noorden wat regen.
Tijdvak 27 – 31 oktober
Ons land bevond zich in dit tijdvak aan de noordflank van een hoog met kern boven West- of Midden-Europa. In een meanderende weststroming werd zachte lucht aangevoerd. Op 27 oktober waren er in het zuiden en midden flinke perioden met zon, in het noorden overheerste de bewolking. In de avond trok een front van een depressie bij IJsland vergezeld van regen over het land. De 28e verliep bewolkt en af en toe viel wat regen. Bewolking en neerslag behoorden bij enkele zwakke fronten van de depressie bij IJsland die overtrokken. Op 29 oktober waren er perioden met zon. Op de 30e viel er in het noorden af en toe wat regen samenhangend met een over de Noordzee trekkend warmtefront. Elders was er af en toe zon. Het warmtefront behoorde bij een zich ten zuiden van IJsland ontwikkelende stormdepressie die op de 31e boven de Noordzee aankwam. Het koufront van het laag trok met wat regen in de ochtend van noordwest naar zuidoost over het land. Later volgden buien. In de nacht naar 1 november stond er in het noordelijk kustgebied een noordwester storm. De maxima waren in dit tijdvak ca. 13 ŕ 17 C.

Rob Sluijter