Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2006
Tijdvak 1 – 7 november
Op 1 november stond er een krachtige noordweststroming tussen een hogedrukgebied ten noordwesten van Ierland en een diep dipoollaag waarvan de ene kern over Scandinavië oostwaarts trok en de andere zich over Denemarken naar Polen verplaatste. In de nacht kwam het in het noordelijk kustgebied enkele uren tot storm. Bovendien kwamen daar zeer zware windstoten voor tot ca. 115 km/uur. In het oostelijk waddengebied werd een recordhoge wateropzet gemeten. Er vielen buien, soms met hagel en/of onweer. In de avond klaarde het in het binnenland op en bij een wegvallende wind kwam het op diverse plaatsen tot de eerste vorst van het seizoen. Door een verder afkoelende bovenlucht nam in de loop van de nacht van 1 op 2 november overal de buiigheid weer toe. Overdag op de 2e wisselden buien en zon elkaar af. In de nacht van 2 op 3 november kwam het lokaal weer tot vorst. Het zwaartepunt van het hogedrukgebied was inmiddels boven Zuid-Engeland aangekomen, het zou daar tot de 5e blijven liggen om vervolgens door te trekken naar Zuidoost-Europa. Aan de noordflank van dit systeem kwam een anticyclonale weststroming op gang waarmee vochtige, maritieme lucht werd aangevoerd. Op de 3e werd de buiigheid hierdoor geleidelijk onderdrukt. Van 4 tot en met 7 november overheerste de bewolking, slechts soms en met name in het zuidwesten was er ruimte voor wat zon. Op de 4e viel er uit de bewolking in het noorden wat motregen. Mistvelden, die boven Frankrijk waren ontstaan, bereikten op de 7e ons land maar losten in de loop van de dag op. De maxima in dit tijdvak waren aanvankelijk ca. 8 tot 11 C, vanaf de 4e ca. 11 tot 13 C.
Tijdvak 8 – 10 november
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Ierland via België naar het Alpengebied. Aan de oostflank van dit hoog ontstond uit het polaire front op de 8e boven de Noordzee een depressie die snel oostwaarts trok. Op 8 november overheerste de bewolking. In de nacht van 8 op 9 november trok het front van de depressie van noordwest naar zuidoost over het land vergezeld van buiige regen. Op de 9e werd in een noordweststroming onstabiele lucht aangevoerd. Alhoewel de zon overheerste vielen er ook enkele buien. In de nacht van 9 op 10 november ontstond plaatselijk dichte mist. Overdag trok de stroming aan uit het zuidwesten. De bewolking nam vanuit het noordwesten toe op de nadering van een frontaal systeem van een depressie bij IJsland. De maxima in dit tijdvak daalden van 12 ŕ 14 C naar 10 ŕ 11 C.
Tijdvak 11 – 16 november
Aanvankelijk stond er in dit tijdvak een overwegende weststroming tussen twee opeenvolgende depressies nabij IJsland en hogedruk boven het zuidwesten van Europa. Op de 14e vond er boven het midden van de oceaan een koude-uitbraak naar het zuiden plaats waardoor ook een depressie tot ontwikkeling kwam ten zuidwesten van Ierland. Tegelijkertijd verplaatste het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich naar Zuidoost-Europa. Door deze ontwikkeling kantelde de stroming bij ons geleidelijk naar zuid waarmee steeds zachtere lucht werd aangevoerd. In de nacht van 10 op 11 november passeerde een frontaal systeem met regen. In de avond passeerde een trog vergezeld van een buienlijn. Landelijk bezien viel op de 11e ruim 13 mm. De buien gingen lokaal vergezeld van onweer en in de kustgebieden van windstoten. Op de 12e wisselden zon en buien elkaar af. Op de 13e passeerde een volgend frontaal systeem. In de nacht en ochtend viel (mot)regen. Later klaarde het in het westen wat op. De frontale zone stagneerde juist ten zuidoosten van ons land en doordat de stroming kromp passeerde het ons land op de 14e opnieuw als warmtefront. Vooral in de noordelijke helft viel regen. Na passage werd op de 15e en 16e uitzonderlijk zachte lucht aangevoerd. Ondanks de vaak overheersende bewolking werd het op de 15e 13 tot 16 C, op de 16e 14 tot 19 C. De maxima op de 16e bleken op veel plaatsen de hoogste ooit gemeten in de tweede decade van november. In de loop van de 16e begon het vanuit het westen te regenen op de nadering van het polaire front. Dit front passeerde in de nacht van 16 op 17 november.
Tijdvak 17 – 22 november
Tussen een hogedrukgebied met centrum nabij de Azoren en twee opeenvolgende depressies die van de Oceaan naar het zeegebied tussen IJsland en Schotland trokken, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Het weer had een sterk wisselend karakter. Eerder genoemd front trok in de ochtend van de 17e naar het oosten weg. Overdag waren er zonnige perioden. Een koufront trok vergezeld van regen in de nacht van 17 op 18 november van west naar oost over het land. Daarna waren er zonnige perioden. Een golf in het front trok op de 19e van Frankrijk naar Duitsland. Neerslag van deze storing trok in de nacht van 18 op 19 november en op de 19e overdag over de zuidoostelijke helft van het land. Elders viel een bui. Een volgend frontaal systeem passeerde op de 20e. Het was bewolkt met perioden met regen. In Gelderland viel op veel plaatsen 20 tot 25 mm. Op de 21e en 22e scheen de zon afgewisseld door buien, op de 21e lokaal met onweer. De maxima in dit tijdvak waren ca. 7 ŕ 11 C, op de 17e en 18e tot 13 C.
Tijdvak 23 – 25 november
Aan de oostflank van een diepe depressie ten westen van Ierland stond boven onze omgeving een zuidweststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. In de nacht van 22 op 23 november passeerde een occlusie van het laag met regen, op de 23e een volgend frontaal systeem met regen. Later klaarde het vanuit het westen wat op maar volgden nog enkele buien. Op 24 november overheerste de bewolking, in het oosten viel af en toe wat (mot)regen. Een warmtefront passeerde in de avond vergezeld van wat regen. In de nacht volgde nog een warmtefront met regen. Op de 25e was het bewolkt. In de loop van de dag trok een koufront van west naar oost vergezeld van regen. De maxima in dit tijdvak liepen op van 12 ŕ 14 C op de 24e naar 14 ŕ 19 C op de 25e.
Tijdvak 26 – 30 november
Boven onze omgeving stond in dit tijdvak een zuidweststroming tussen hogedruk boven het zuidelijk deel van het Europese continent en een sturend lagedrukgebied tussen IJsland en Ierland. Op 26 en 27 november waren er met name in het westen flinke perioden met zon. Op de 28e was het juist in het oosten vrij zonnig. In het westen raakte het al snel bewolkt op de nadering van koufront. Dit front trok met regen in de middag en avond van west naar oost over het land. De maxima op 26 tot en met 28 november waren ca. 13 ŕ 16 C. Op 29 november waren er flinke perioden met zon bij maxima van 11 tot 12 C. In de nacht van 29 op 30 november ontstond veel lage bewolking en mist. Na het moeizaam oplossen van de mist op de 30e bleef het in een groot deel van het land bewolkt. In het zuidoosten en in het westen was ook ruimte voor de zon. In die gebieden werd het ca. 9 C, elders 7 C.

Rob Sluijter