Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2007
Tijdvak 1 – 4 februari
Aan de noordflank van een hogedrukgebied met zwaartepunt boven de Britse Eilanden werd in dit tijdvak met een west- tot noordweststroming vrij zachte lucht aangevoerd. Op 1 februari passeerde een warmtefront, en op de 2de een koufront behorende bij een depressie boven het noorden van de oceaan. Op 1, 2 en 3 februari lagen de maxima tussen de 8 en 11 graden. Daarbij viel er op 1 en 2 februari af en toe wat regen of motregen uit de frontale bewolking. Op de 3e was het op de meeste plaatsen vrij zonnig. Die dag begon hier en daar met een enkel graadje vorst. Ook in de nacht van de 4e vroor het op een enkele plaats, maar de afkoeling werd getemperd door mist en lage bewolking. In het binnenland bleef het overdag op de 4e lang bewolkt, bij maxima van 6 tot 9 C. ’s Avonds klaarde het op, daalde de temperatuur tot onder nul en later ontstond op veel plaatsen dichte mist.
Tijdvak 5 – 10 februari
Tussen een hogedrukgebied met centrum nabij de oostkust van Groenland en een over Scandinavië oostwaarts trekkend laag, kwam op 5 februari een noordweststroming op gang. Na een nacht met op veel plaatsen dichte mist trok op de 5e een koufront van de depressie met motregen over het land. Uit een trog van de depressie ontstond op de 6e een vlak laag dat tot de 7e boven de Noordzee stationair aanwezig bleef. Op de 6e en 7e vielen enkele winterse buien. Daarbij ontstond op de 6e voornamelijk boven Zuid-Holland en later Limburg een tijdelijk sneeuwdek van enkele centimeters. In de nacht van 6 op 7 februari ontstond bovendien plaatselijk dichte en aanvriezende mist. Van 8 tot en met 10 februari bevond ons land zich in de overgangszone tussen koude lucht boven Noord-Europa en zachte lucht boven Frankrijk waarbij sprake was van een frontenkerkhof boven ons land. Op de 8e trok een occlusie vanuit Frankrijk noordwaarts om boven het noorden van ons land te stagneren. De occlusie ging vergezeld van enkele uren sneeuw en later in het zuiden en midden ook van regen. Er ontstond op veel plaatsen een tijdelijk sneeuwdek van enkele tot ca. 9 cm. Op de 9e bleef op de meeste plaatsen de bewolking overheersen. In de avond en nacht van 9 op 10 februari viel in het zuiden en midden af en toe regen. De regen werd veroorzaakt door een volgende storing die boven ons land stagneerde. Op de 10e volgden nog twee storingen vanuit het zuiden waarbij het frontenkerkhof zich geleidelijk noordoostwaarts verplaatste naar Duitsland. Er viel op de 10e af en toe regen; in het noorden aanvankelijk sneeuw en later regen met op uitgebreide schaal ijzelvorming. Tijdens de nachten vroor het in dit tijdvak meest licht, vanaf de 9e alleen in het noorden. Van 5 tot en met 7 februari liepen de maxima uiteen van ca. 3 tot 6 C, op de 7e in het zuiden lokaal rond 0 C. Van 8 tot en met 10 februari van 0 C in het noorden tot 6 ŕ 10 C in het zuiden.
Tijdvak 11 – 14 februari
Het weer werd in dit tijdvak tot en met de 13e bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland al opvullend via de Noordzee oostwaarts trok. Het was wisselvallig en zacht met maxima van 6 tot 12 C. Een geoccludeerd frontaal systeem van het laag passeerde op de 11e vergezeld van regen. Een volgende occlusie passeerde op de 12e met regen. Na passage werd onstabiele lucht aangevoerd waarin buien voorkwamen, lokaal met onweer. Op de 13e werd de buiigheid geleidelijk vanuit het zuidwesten onderdrukt door een naderende rug van hoge druk. In de nacht van 13 op 14 februari volgde opnieuw regen. De regen hield op de 14e tot in de avond aan. De regen hing samen met een traag oostwaarts trekkend frontaal systeem.
Tijdvak 15 – 17 februari
Op de 15e kwam boven Frankrijk een rug van hoge druk tot ontwikkeling. Deze rug kreeg verbinding met een hoog boven Scandinavië waarna het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich geleidelijk verplaatste naar Wit-Rusland. Samen met een depressie nabij IJsland resulteerde deze ontwikkeling in een zuidooststroming. Een frontale zone van de depressie stagneerde juist ten westen van ons land. De 15e verliep zonnig. Op de 16e en 17e werd de zon soms afgeschermd door hogere bewolking, met name in het westen van het land. Ook dit tijdvak verliep zacht met maxima van ca. 9 ŕ 12 C. Op de 16e werd het in Zuid-Limburg lokaal 17 C.
Tijdvak 18 – 20 februari
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied dat op 18 februari boven de Britse Eilanden tot ontwikkeling kwam trok in dit tijdvak naar Zuid-Oost Europa. Een sturende depressie bevond zich ten westen van Ierland. Op 18 februari kwam de stroming uit het noorden. Hierbij trok een zwak koufront vergezeld van wolkenvelden over het land. In de nacht van 18 op 19 februari klaarde het in het noorden op waarna dichte mist ontstond. Overdag op de 19e loste de mist op en waren er vooral in het noorden perioden met zon. Een niet actief warmtefront trok in de avond van zuidwest naar noordoost over het land om daar te stagneren. Het front veroorzaakte op de 20e in het noorden veel bewolking, in het zuiden overheerste de zon. De maxima in dit tijdvak waren ca. 6 tot 8 C, op de 20e werd het in het uiterste zuidoosten 15 C.
Tijdvak 21 – 25 februari
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een sturend lagedrukgebied dat van het midden van de Oceaan via de Britse Eilanden naar de Noordzee trok. In een zuidweststroming gaven de passages van fronten en randstoringen het weer een wisselvallig karakter. Een eerste koufront passeerde op de 21e vergezeld van regen. Een warmtefront schampte op de 22e de noordwestkust. Hier was het bewolkt, in het zuidoosten overheerste de zon. Een koufront trok met lichte regen in de nacht van 22 op 23 februari over het land. De passage van een occlusie gevolgd door een trog resulteerde op de 23e overdag in enkele buien; vooral in het zuidwesten scheen ook de zon. Op 24 februari trok een randstoring over het Kanaal en de Noordzee noordwaarts. De bijbehorende occlusie veroorzaakte regen, daarna vielen buien. Een volgende randstoring trok op de 25e over ons land naar Duitsland. Het regende langdurig, landelijk bezien viel 11 mm, in het noordoosten plaatselijk 25 mm. Ook dit tijdvak verliep zacht met maxima van ca. 8 tot 12 C, op de 23e tot 14 C.
Tijdvak 26 – 28 februari
Eerder genoemde depressie trok op 26 februari van de Noordzee naar de Oostzee. In een noordweststroming tussen dit systeem en een zwakke rug boven de Britse Eilanden werd veel bewolking aangevoerd met af en toe buiige neerslag bij maxima van 7 tot 9 C. Een volgende depressie trok op de 27e van de oceaan naar Schotland. Het warmtefront van het laag trok op de 27e vergezeld van regen van zuidwest naar noordoost over het land. Na passage steeg de temperatuur snel van ca. 4 naar 10 C. In de avond volgde het koufront met regen. Na de passage nam de wind langs de kust soms toe tot hard, kracht 7. Op 28 februari passeerden drie troggen ons land. Rond de passages nam de buiigheid toe waarbij plaatselijk onweer en hagel werd waargenomen. In de middag was er vooral in de westelijke kustprovincies ruimte voor zonneschijn. Daarbij stond in het zuidwesten korte tijd een stormachtige wind, kracht 8 en kwamen zware windstoten voor. De aangevoerde lucht was zacht en liet maxima toe van ca. 10 tot 12 C.

Rob Sluijter