| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2007
Tijdvak 1 – 3 maart In de nacht en vroege ochtend van 1 maart trok een actieve frontale golf, behorend bij een laag nabij Schotland, over het zuiden van het land. Plaatselijk viel ca. 20 mm. Het laag verplaatste zich naar de Duitse Bocht en aan de achterzijde nam de wind in het westen toe tot 7 Bft en ontstonden in de middag en avond buien. Op de 2e passeerde een zwakke rug van hoge druk, waarbij aan de voorzijde met een noordweststroming onstabiele lucht werd aangevoerd. Er vielen enkele buien, soms met hagel en onweer. Op de 3e trok een randstoring over het land naar Duitsland. Het complexe frontale systeem veroorzaakte veel en langdurige regen. In het zuidwesten van het land stond aan de zuidflank van het laag korte tijd een stormachtige wind en kwamen zware windstoten voor. In de middag klaarde het vanuit het noordwesten op, maar ‘s avonds vielen in het noorden enkele buien. Het was in dit tijdvak vrij zacht met maxima van 8 tot 11 C.Tijdvak 4 – 9 maart Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een sturend laag ten zuiden van IJsland. Met een stevige zuidweststroming trokken storingen over het land waarbij het sterk wisselvallig was. Het eerste frontale systeem trok in de nacht van 4 op 5 maart over. Vooral in de westelijke helft van het land viel 10 tot 15 mm. In de ochtend volgde een actieve trog met buien, lokaal met onweer. De regen van een volgend front bereikte rond middernacht het westen. Door golfvorming in het front regende het op de 6e in vrijwel het hele land langdurig. Daarbij stond aan zee enige tijd een harde zuidenwind. Op de golftop ontwikkelde zich een lagedrukkern boven de Noordzee. De bijbehorende trog veroorzaakte op de 7e buien. Onder invloed van een rug van hoge druk was het op de 8e droog, en vooral in het westen zonnig. Op de 9e passeerde in de nacht en ochtend opnieuw een frontaal systeem met regen. In de middag klaarde het vanuit het westen op. De maxima lagen alle dagen tussen 9 en 13 C. Tijdvak 10 – 16 maart Het centrum van een hogedrukgebied boven de Golf van Biskaje verplaatste zich in dit tijdvak naar Midden-Europa. Daar nam het in betekenis af. Een nieuwe kern bouwde zich van het zuidwesten tot over Midden-Europa op. Het was vaak vrij zonnig weer bij weinig stroming. Maar op de 10e veroorzaakte een over de Noordzee oostwaarts trekkend warmtefront in het noorden wolkenvelden en op de 13e en 16e veroorzaakten de passages van diffuse fronten tijdelijk meer bewolking. Hieruit viel op de 16e lokaal wat motregen. Tijdens de nachten ontstond, met uitzondering van de nacht van 9 op 10 en die van 15 op 16 maart, lokaal dichte mist, die na zonsopkomst snel verdween. In het binnenland kwam het regelmatig her en der tot lichte vorst. De maxima waren ca. 10 ŕ 15 C, op de 12e werd het in het zuidoosten ca. 17 C.Tijdvak 17 – 21 maart Tussen een actieve depressie boven Scandinavië en een rug van hoge druk die zich uitstrekte van de Azoren naar Groenland, stond boven onze omgeving een noordstroming waarmee onstabiele, polaire lucht werd aangevoerd. Op 17 maart veroorzaakte een wegtrekkend front met name in het noordoosten veel bewolking en eerst ook regen. Elders bleef het droog en scheen af en toe de zon. In de avond begon het vanuit het noordwesten te regenen op de nadering van het frontale systeem van de depressie. Dit regengebied verliet het land in de ochtend van de 18e. De frontpassage ging lokaal gepaard met zware regen en hagel. Bovendien stond er rond de frontpassage aan zee enige tijd een stormachtige wind. In de kustprovincies kwamen zware windstoten voor. Later op de dag vielen winterse buien, lokaal vergezeld van onweer. Op de 19e passeerde een trog vergezeld van winterse buien. Plaatselijk kwam onweer voor. Tijdens buien daalde de temperatuur tot dichtbij nul en ontstond lokaal een tijdelijk sneeuwdek. In de nacht van 19 op 20 maart hield de buiigheid in de noordwestelijke helft van het land aan. Overdag trok een volgende trog met winterse buien over het land. In de daaropvolgende nacht klaarde het in het binnenland op, elders bleef het buiig. Onder invloed van de eerdergenoemde rug van hoge druk nam de buiigheid op de 21e wat af, en met name in het noordwesten waren er flinke perioden met zon. Op de 17e was het nog vrij zacht met 11 tot 14 C, daarna werd het gemiddeld ca. 8 tot 10 C, maar op de 19e werd het slechts 5 tot 7 C. Op 19, 20 en 21 maart kwam tijdens de nachten in het binnenland lokaal lichte vorst voor. Tijdvak 22 – 24 maart In dit tijdvak ontstond er boven Midden-Europa een complex lagedrukgebied dat met name in de hogere luchtlagen goed ontwikkeld was. Boven Scandinavië kwam een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Aan het oppervlak trok een vlak retrograad laag van Polen via Duitsland naar de Alpen. Op de 22e was het in het oosten van het land bewolkt waaruit af en toe regen viel. Bewolking en regen hoorden bij een occlusie van het laag. Elders, met name in het noordwesten, waren zonnige perioden. De maxima waren 8 tot 10 C. Op 23 maart scheen vooral in het noorden de zon en werd het 11 C, in het zuiden bleef het bewolkt bij maximaal 6 C. In de nacht van 23 op 24 maart trok een warmtefront vanuit het noordoosten over ons land. Het front ging vergezeld van bewolking en vooral in het noorden wat regen. Na de frontpassage kwamen overdag op de 24e alleen in het noordoosten flinke opklaringen voor. Daar werd het maximaal 14 C, in het zuiden 10 C. Tijdvak 25 – 28 maart Eerdergenoemd hogedrukgebied boven Scandinavië bouwde verder op, trok naar het noordwesten van Rusland, en was bepalend voor het weer in dit tijdvak. Met een van noordoost naar zuidoost ruimende stroming werd zeer droge lucht aangevoerd. Dit tijdvak verliep zonnig en schraal. Alleen op de 25e ontstond tijdelijk wat convectieve bewolking. Met bewolking werd het op de 25e ca. 12 C, op de andere dagen 15 tot 18 C.Tijdvak 29 – 31 maart Op de 29e kwam boven het zuiden van de Noordzee een vlak lagedrukgebied tot ontwikkeling. In de loop van het tijdvak trok het laag naar Zuidwest-Europa. Tegelijkertijd kwam boven Schotland een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Op de 29e trok een convergentielijn van zuidwest naar noordoost over het land. Op de lijn kwamen enkele buien tot ontwikkeling, lokaal met onweer. Later ontstonden in onstabiele lucht buien, soms met onweer. Voor de buien uit werd het met zon in het noordoosten 15 C, in het zuidwesten bleef het bewolkt bij maximaal 10 C. Op 30 maart lag het frontale systeem van het laag vrijwel stationair boven België. In het zuiden van het land was het bewolkt met soms wat lichte regen, in het noorden was het vrij zonnig. Later op de dag kwamen vooral in het midden en zuiden enkele buien voor, langs de oostgrens lokaal met onweer. Op 31 maart was het in een groot deel van het land zonnig, alleen in het zuiden dreven nog steeds wolkenvelden over behorende bij de nu zuidwaarts trekkende frontale zone. Zowel op de 30e als 31e werd het maximaal 12 tot 16 C.
Rob Sluijter
|
|
|