| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2007
Tijdvak 1 – 5 mei Het weer in dit tijdvak vormde een voortzetting van het vaak zonnige en droge tijdvak dat op 22 maart was aangevangen. Een blokkerend hogedrukgebied boven de Noorse Zee nam gedurende het tijdvak in betekenis af waarbij de kern geleidelijk naar de Britse Eilanden trok. In combinatie met een depressie bij Italië resulteerde dit in een van oost naar noord krimpende stroming. Op 1 en 2 mei was het helder bij maxima van 17 C in het noorden tot 23 C in het binnenland. In de nacht van 2 op 3 mei ontstond stratus boven de noordwestelijke helft van het land. Overdag loste deze op waarna het overal zonnig was. Op de 4e dreven met name in het zuidoosten wolkenvelden over. Op 5 mei was het in het binnenland zonnig, in de kustgebieden dreef regelmatig bewolking binnen van zee. Van 3 tot en met 5 mei varieerden de maxima van ca. 14 C aan de kust tot ca. 23 C in het zuidoosten.Tijdvak 6 – 11 mei Er was in dit tijdvak sprake van een weststroming tussen het hogedrukgebied der Azoren en depressies die van de Oceaan naar Scandinavië trokken. De straalstroom lag rond 50° NB en het polaire front passeerde een aantal malen ons land. Op de 6e nam de bewolking toe op de nadering van een occlusie, later viel lokaal regen. Op 7 mei regende het langdurig, landelijk bezien viel 19 mm, in het midden van het land lokaal ruim 40 mm. De regen werd veroorzaakt door een koufront dat vrijwel parallel aan de stroming al golvend van noordwest naar zuidoost passeerde. Op de 8e vielen er buien, soms vergezeld van onweer, windstoten en hagel, met name tijdens de passage van een trog. Het front dat op de 7e was gepasseerd en boven België stationair was geworden, trok door golfvorming bij Ierland op de 9e als warmtefront weer noordwaarts en veroorzaakte in de avond regen. Het koufront volgde in de daarop volgende nacht met regen. Overdag op de 10e bleef het front boven het zuidoosten slepen. Uit een volgende golf ontstond een randstoring boven de Golf van Biscaje. Hierdoor trok het front in de middag weer noordwaarts met regen. In de avond kwamen in het zuidoosten onweersbuien tot ontwikkeling. In de nacht van 10 op 11 mei volgde regen vanuit het zuidwesten op de nadering van de eerder genoemde randstoring die op de 11e over ons land naar Polen zou trekken. Op de 11e overdag vielen er nog buien. Aan de zuidflank van de depressiekern stond in het zuiden enige tijd een harde wind. De maxima in dit tijdvak waren 13 ŕ 18 C, op de 6e werd het in het zuidoosten 22 C.Tijdvak 12 – 14 mei Door het uitzakken van kou in de bovenlucht tussen 20 en 30° WL kwam ten noordwesten van Portugal een depressie tot ontwikkeling. Het laag trok via de Noordzee (13e) naar Noorwegen (14e). In de nacht van 11 op 12 mei veroorzaakte een occlusie buiige regen. Op de 12e veroorzaakte een trog aanvankelijk buien maar geleidelijk klaarde het op. Op de 13e passeerde het warmtefront van het laag met wolkenvelden en lokaal wat regen. Een daarop volgende vore veroorzaakte in het zuiden en oosten enkele onweersbuien. Op 14 mei passeerde de hoogtetrog van de depressie van west naar oost met buien. Daarna volgde in de nacht van 14 op 15 mei een backbentocclusie met regen. Het werd in dit tijdvak ca. 15 tot 18 C, maar op de 13e enkele graden hoger.Tijdvak 15 – 20 mei Aan de noordflank van een hogedrukgebied met zwaartepunt boven de Azoren stond boven onze omgeving een weststroming. In de loop van het tijdvak ontwikkelde het hoog een uitloper over onze omgeving naar Oost-Europa. Op 15 mei waren er perioden met zon. Vanaf de middag vielen er enkele buien. Een randstoring, in de nacht van 15 op 16 mei boven de Noordzee, trok op de 16e naar Denemarken. Het frontale systeem passeerde in de nacht met buiige regen, in het zuidoosten viel 20 tot ca. 30 mm. Op de backbentocclusie vielen in het oosten op de 16e overdag aanvankelijk nog (onweers)buien. Later nam de bewolking vanuit het westen weer toe op de nadering van een warmtefrontafloper. In de nacht van 16 op 17 mei volgde (mot)regen. Op de 17e brak de bewolking. Op 18 mei waren er perioden met zon. In de nacht van 18 op 19 mei passeerde het koufront van een depressie bij IJsland. Het front was inactief, alleen in het zuidoosten ontstonden onweersbuien. Boven Duitsland werd het front op de 19e stationair, bij ons was het vrij zonnig. Door drukdalingen boven het Iberisch Schiereiland draaide de bovenstroming op de 20e naar zuidzuidoost en trok het eerdergenoemde front weer naar de Noordzee. Het veroorzaakte regen. Achter het front ontstonden boven het oosten op een convergentielijn buiencomplexen, lokaal met onweer. In Groningen viel lokaal 30 tot ruim 50 mm. De maxima in dit tijdvak bedroegen ca. 14 tot 20 C, op de 18e tot 23 C.Tijdvak 21 – 25 mei Een hogedrukgebied met zwaartepunt nabij de Azoren had in dit tijdvak een uitloper over onze omgeving tot boven de Oostzee. Boven Centraal-Europa was de luchtdruk laag. Boven ons land was voortdurend een barokliene zone aanwezig. Op 21 mei veroorzaakte de zone vooral in het midden en zuiden bewolking, in het noorden waren er zonnige perioden. Ook op de 22e wisselden wolkenvelden en zon elkaar af. Op een vore van lage druk kwamen in het uiterste zuidoosten enkele onweersbuien tot ontwikkeling. De barokliene zone verplaatste zich in de nacht van 22 op 23 mei naar Duitsland. Lokaal ontstonden mistbanken, overdag op de 23e was het zonnig. Op de 24e waren er in het Waddengebied enkele wolkenvelden, elders was het zonnig. De barokliene zone boven Duitsland trok in de nacht van 24 op 25 mei weer naar het zuidoosten van ons land en veroorzaakte daar enkele buien, lokaal met onweer. Overdag op de 25e was het in het westen vrij zonnig. De buien en bijbehorende bewolking boven het zuidoosten trokken weer naar Duitsland. In de avond trok een onweerscomplex over België en het zuidoosten van ons land naar Duitsland. De maxima stegen van ca. 16 ŕ 22 C aan het begin van het tijdvak naar 21 ŕ 25 C aan het einde.Tijdvak 26 – 29 mei Op 26 mei kwam bij Ierland door afsnoering van koude lucht op hoogte een koude put tot ontwikkeling. Een golvend koufront lag over onze omgeving naar Frankrijk. In dit koufront kwam op een golf een apart lagedrukgebied tot ontwikkeling dat met de koudeput tot een complex lagedrukgebied versmolt. Dit laag trok via Centraal Europa naar Zuid-Scandinavië. In de nacht van 25 op 26 mei viel er op het koufront wat buiige neerslag. Overdag overheerste de bewolking. In de avond trok een onweerscomplex van Frankrijk via het uiterste zuidoosten van ons land naar Duitsland. In de nacht van 26 op 27 mei volgde buiige neerslag behorende bij de uit de golf ontstane depressie. In een brede strook over het westen viel 10 tot ruim 30 mm. Op 27 mei overheerste de bewolking. Op de 28e viel af en toe regen, met name in het westen en noorden. De neerslag hoorde bij een rond de koudeput gekrulde frontale zone. Ook op de 29e viel af en toe nog neerslag. Geleidelijk werd het echter droog en in het zuidwesten brak later de zon door. De maxima in dit tijdvak daalden van 15 tot 19 C naar 12 tot 14 C.Tijdvak 30 – 31 mei Tussen een hogedrukgebied dat van Frankrijk naar Oost-Europa trok en een complex lagedrukgebied ten westen van de Britse Eilanden stond een zuidweststroming. Op 30 mei was het zonnig. In het zuidwesten nam later de bewolking toe op de nadering van een frontaal systeem van de depressie, in de nacht naar de 31e volgde regen, met name in het noorden waar het front stationair werd. Op de 31e bleef het in het noorden bewolkt met aanvankelijk wat regen. Elders waren er zonnige perioden maar ontstonden enkele buien, lokaal met onweer. De maxima waren in dit tijdvak 16 ŕ 21 C.
Rob Sluijter
|
|
|