Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2007
Tijdvak 1 – 6 juni
Het weer in dit tijdvak verliep veelal droog en vrij warm. Boven Scandinavië lag een hogedrukgebied dat verbinding had met een uitloper van een hogedrukgebied nabij de Azoren. Deze uitloper ontwikkelde zich tot een apart hogedrukgebied waarvan het centrum over de Britse Eilanden naar de Noorse zee trok terwijl het hoog boven Scandinavië in betekenis afnam. Boven grote delen van Europa was de drukverdeling zwak, en lagedrukkernen boven Frankrijk en de Alpen veroorzaakten bij ons een overwegend continentale aanvoer. Op 1 juni vielen in het uiterste zuiden enkele buien, lokaal met onweer. Op 2 juni scheen de zon volop, maar 3 juni bleef het in een brede strook in het midden en oosten van het land de hele dag bewolkt na een nevelige, hier en daar mistige start. Op 4, 5, en 6 juni was er naast zon vooral op de 6de in het noorden ook bewolking. Het werd in deze periode 19 tot 24 graden.
Tijdvak 7 - 12 juni
Het hogedrukgebied boven de Noorse zee trok in dit tijdvak langzaam westwaarts maar behield een uitloper tot boven Ierland. Boven het continent was de drukverdeling zwak maar cyclonaal. Door het aanlandige karakter van de stroming was het langs de kust belangrijk koeler dan landinwaarts. De maxima waren daar 17 tot 20 C. In het binnenland was het met uitzondering van de 12e zomers warm, op de 8e lokaal tropisch warm. Langs de kust, met name in het zuidwesten, kwam ook de meeste bewolking voor; in het noordoosten was het vaak zonnig. Op 7 juni ontstond lokaal een onweersbui. In de nacht van 7 op 8 juni ontstonden in de kustprovincies onweersbuien door opglijden van warme onstabiele lucht over koudere lucht boven de Noordzee. Op 8 juni ontstonden in de middag en avond boven het zuiden en midden op een vore van lage druk zware onweersbuien. Op een aantal plaatsen viel 40 tot soms meer dan 70 mm neerslag met wateroverlast tot gevolg. De vore bleef op de 9e en 10e quasistationair boven het noordoosten liggen. Tegelijkertijd trok een kleine koude put van Bretagne naar de Eiffel. Op de 9e vielen vooral in het noordoosten buien, vergezeld van onweer. Op 10 juni ontstonden onweersbuien boven Duitsland die in de avond naar het midden van ons land trokken. In de Achterhoek viel lokaal ruim 40 mm. Dit proces herhaalde zich op de 11e, maar nu bereikten de buien alleen het oosten van het land. Op 12 juni wisselden zon en wolken elkaar af, lokaal viel nog een bui.
Tijdvak 13 – 15 juni
Het weer werd bepaald door een depressie die van het zeegebied ten noordwesten van Portugal naar Engeland trok. Aan de oostflank van het systeem werd warme lucht naar onze omgeving gevoerd. Juist ten noorden van ons land lag een stationair koufront. Op 13 juni waren er perioden met zon bij maxima van 18 tot 25 C. In het noorden viel een enkele bui. In de nacht van 13 op 14 juni passeerde een band met buiige regen. Een vore van het laag trok op de 14e van Frankrijk naar ons land. Er kwamen zware buiencomplexen tot ontwikkeling, vergezeld van onweer en lokaal hagel. In de omgeving van Hoogeveen richtte een downburst vergezeld van een wolkbreuk grote schade aan met name bomen. Ook elders viel plaatselijk 50 tot ruim 70 mm neerslag. Lokale wateroverlast was het gevolg. Het werd op de 14e 19 tot 27 C. Op de 15e passeerde het koufront van de depressie met buiige neerslag, in de noordoostelijke helft werd onweer waargenomen. Het werd 19 ŕ 22 C.
Tijdvak 16 - 20 juni
Aanvankelijk werd het weer bepaald door een depressie boven Engeland. Dit laag vulde echter op waarna een zich ontwikkelend laag ten zuidwesten van Ierland bepalend werd voor het weer. Op 16 en 17 juni werd met een zuidweststroming onstabiele lucht aangevoerd. Het was wisselend bewolkt met buien, soms met onweer. In Friesland viel op de 16e plaatselijk 20 tot ruim 40 mm, op de 17e in Groningen lokaal ruim 50 mm. In de loop van de 17e verdween de buiigheid. Een occlusie van het ontwikkelende laag passeerde in de nacht van 17 op 18 juni met buiige regen. Na passage kwam er een zuidstroming op gang. Hierin trok een trog mee die op de 18e overdag voor buien zorgde, vaak vergezeld van onweer. De trog werd gevolgd door een rug van hogedruk. Onder invloed hiervan was het op de 19e in het grootste deel van het land zonnig. In de late avond bereikte een convergentielijn Zeeland. Op de lijn kwamen buien voor, vergezeld van onweer. De convergentielijn, en het erop volgende koufront, trokken in de ochtend van de 20e verder noordwaarts vergezeld van buiige regen. Overdag op de 20e waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak liepen op van 19 ŕ 21 C aan het begin tot 22 ŕ 27 C op de 19e ; op de 20e enkele graden lager.
Tijdvak 21 – 26 juni
Het eerder genoemde sturende lagedrukgebied ten zuidwesten van Ierland trok in dit tijdvak naar Zuid-Scandinavië. Boven Engeland bleef hierbij op hoogte en aan het oppervlak een omvangrijke trog achter. De trogas verplaatste zich op de 26e geleidelijk over ons land oostwaarts. Het weerbeeld was wisselvallig met tamelijk veel bewolking, regelmatig neerslag en temperaturen rond het langjarig gemiddelde. Op de 21e vielen buien, soms met onweer. De buien werden veroorzaakt door een trog, verbonden aan een golf in een front dat over Duitsland noordwaarts trok. Ook de 22e en 23e verliepen buiig. De buien gingen soms vergezeld van onweer. Op de 22e viel op sommige plaatsen ruim 50 mm neerslag, op de 23e in het noorden lokaal tot ca. 40 mm. Op diverse plaatsen werden op de 22e en 23e tuba’s en waterhozen waargenomen. Op 24 juni nam de bewolking toe gevolgd door buiige regen. Bewolking en neerslag behoorden bij het frontale systeem van de naderende (hoogte)trog. Op de 25e trok het koufront over vergezeld van (onweers)buien. Nabij de hoogtetrog trokken vervolgens nog enkele buienlijnen over, plaatselijk met onweer. In de avond nam de bewolking weer toe op de nadering van de om de trog ingedraaide occlusie. In de nacht naar 26 juni volgde buiige regen, op de 26e overdag trok de regen naar het oosten toe weg. Na passage van het front stond aan zee enige tijd een harde tot stormachtige wind. In de kustprovincies kwamen windstoten voor tot 25 m/s. Het bleef zwaar bewolkt met enkele buien. De maxima in dit tijdvak waren 18 ŕ 21 C, op de 26e 15 ŕ 17 C.
Tijdvak 27 – 30 juni
Uit een uitloper van het hogedrukgebied der Azoren boven Zuid-Europa ontwikkelde zich in de loop van het tijdvak een zelfstandig hogedrukgebied boven Zuid- en Midden-Europa. Een depressie boven Scandinavië vulde geleidelijk op. Een depressie boven de Oceaan trok naar het zeegebied ten zuidwesten van Ierland. Door deze ontwikkelingen draaide de stroming geleidelijk van noordwest naar zuidwest. Op de 27e waren er perioden met zon, met name in het westen. In het oosten vielen ook enkele buien. In de nacht van 27 op 28 juni passeerde een koufront vergezeld van buien. De buien trokken in de ochtend van de 28e oostwaarts weg. Het werd uiteindelijk overal vrij zonnig. Op de 29e passeerde een frontaal systeem van een randstoring. Het warmtefront bracht regen, het koufront ging vergezeld van een buienlijn, lokaal met onweer. Dit koufront bleef boven het zuidoosten slepen. Op 30 juni trok het als warmtefront weer noordwaarts met bewolking en wat regen. Met name in het noorden scheen echter eerst nog langdurig de zon. De maxima in dit tijdvak waren 16 tot 20 C, op de 30e enkele graden hoger.

Rob Sluijter