Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2008
Tijdvak 1 – 3 januari
Het zwaartepunt van een omvangrijk en bijzonder krachtig hogedrukgebied trok in dit tijdvak van het noorden van Scandinavië naar de Baltische staten. De kerndruk liep hierbij op van ca. 1045 naar 1063 hPa. Rond de jaarwisseling ontstond, op veel plaatsen waar het nog niet mistig was, als gevolg van het afsteken van vuurwerk zeer dichte mist met een zicht dat lokaal terugliep tot minder dan 10 meter. In het oosten vroor het in de nacht licht. Met een geleidelijk in kracht toenemende ooststroming trok de mist op 1 januari op; het bleef overdag echter op veel plaatsen bewolkt bij maxima van ca. 0 C lokaal in het oosten tot ca. 6 C aan zee. In de avond klaarde het op en begon het licht te vriezen. Op 2 januari was het in een groot deel van het land zonnig. In het noorden veroorzaakte een kleine koude put, die over de Noordzee westwaarts trok, wolkenvelden waaruit soms wat lichte sneeuw viel. De maxima lagen rond of iets boven het vriespunt. Een geoccludeerd frontaal systeem van een depressie boven de Golf van Biscaje trok op de 3e over ons land naar het noorden bij een naar zuid ruimende stroming. Na een nacht met vorst liep de temperatuur geleidelijk op tot iets boven het vriespunt. Er viel lichte regen of sneeuw, lokaal werd het glad door ijzel.
Tijdvak 4 – 11 januari
Het eerder genoemde hogedrukgebied trok oostwaarts over Rusland en verloor haar invloed op het weer in ons land. Geleidelijk kwam een krachtige weststroming tot stand tussen een complex lagedrukgebied boven het noordwesten van de Atlantische Oceaan en het hogedrukgebied nabij de Azoren met uitloper over tot boven Zuidwest-Europa. Het was zeer wisselvallig en zacht. Op 4 januari was het bewolkt. Uit de bewolking viel plaatselijk wat regen. De maxima liepen uiteen; van ca. 1 C in het noordoosten tot 8 C in het zuidwesten. In de nacht van 4 op 5 januari passeerde een occlusie met regen. Op de 5e trok buiige regen over het zuiden van het land. In de nacht van 5 op 6 januari trok een stabiele golf over België oostwaars. In het zuiden viel regen. Onder invloed van een snel trekkende rug van hoge druk was het op de 6e in het zuidwesten vrij zonnig, in het noordoosten dreven wolkenvelden over. Een volgend frontaal systeem trok in de nacht van 6 op 7 januari met regen over het land. Het systeem behoorde bij een kleine randstoring die op de 7e over de Noordzee naar Denemarken trok. Aan zee stond enige tijd een stormachtige wind. De backbent occlusie trok met regen over het noorden van het land. In de middag en avond volgden in de zuidelijke helft van het land buien, lokaal met onweer. Het warmtefront van een randstoring nabij Ierland, schampte op de 8e ons land. De bewolking overheerste en lokaal viel regen. Op de 9e lag de randstoring voor de Noorse kust, het koufront passeerde met regen. De maxima van 5 tot en met 9 januari waren 6 tot 11 C. Op de 10e en 11e werd in een warme sector nog zachtere lucht aangevoerd die maxima toeliet van 8 à 12 C. Op de 10e was er aanvankelijk wat zon. De bewolking nam echter toe en vanaf de avond viel er regen. Deze regen behoorde bij het naderende, maar door golfvorming slepend, polaire front. Het front passeerde pas op de 11e definitief het land. Tot die tijd viel er nu en dan regen.
Tijdvak 12 – 16 januari
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door enkele opeenvolgende depressies die van de Oceaan via de Britse Eilanden naar Scandinavië trokken. Tussen de depressies en het hogedrukgebied der Azoren stond een meanderende weststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd; de maxima waren ca. 7 à 10 C. Een backbent occlusie van een laag bij Denemarken veroorzaakte aanvankelijk op de 12e nog wat buiige regen en bewolking. Geleidelijk klaarde het echter op onder invloed van een rug van hoge druk. 13 januari verliep overwegend bewolkt. De bewolking behoorde bij een passerend warmtefront, van een depressie bij Ierland, dat plaatselijk ook motregen bracht. Het koufront passeerde op de 14e met wat regen. Daarna vielen enkele buitjes. Een complexe depressie, op de 14e boven het midden van de Oceaan, trok via de Britse Eilanden (15e) naar het zuiden van Noorwegen (16e). Op de 15e trokken diverse fronten van het laag over ons land. Het was bewolkt met enkele perioden met regen. Aan de kust stond enige tijd een stormachtige zuidwester. Op de 16e was er af en toe zon, afgewisseld door een bui.
Tijdvak 17 – 21 januari
Boven onze omgeving stond in dit tijdvak een krachtige weststroming tussen een sturend laag dat van IJsland naar Scandinavië trok en een hoog met zwaartepunt boven het Iberisch schiereiland. Het gehele tijdvak verliep vrijwel zonloos, zeer zacht en wisselvallig. Na een nacht met plaatselijk dichte mist nam op de 17e de bewolking toe gevolgd door regen. De regen werd veroorzaakt door de passage van een geoccludeerd systeem. In de avond volgde een trog met buiige neerslag. Lokaal werd onweer waargenomen. De maxima werden in de avond bereikt: 8 à 10 C. Op 18 januari passeerde een warmtefront met regen. Het polaire front naderde in de avond en kwam parallel aan de stroming westoost georiënteerd over onze omgeving te liggen. Deze situatie veranderde niet wezenlijk tot de 21e. In de frontale zone viel af en toe (mot)regen, met name rond de passage van stabiele golven. Pas op de 21e passeerde de frontale zone ons land definitief. Het langdurigst regende het in het noorden, hier viel ook het meest. Op sommige plaatsen viel van de 19e tot en met de 21e ruim 70 mm bij een neerslagduur die opliep tot boven de 60% van de tijd. De temperaturen lagen meestentijds boven de 10 C met maxima tot 13 C in het zuiden. Alleen in het noorden daalde de temperatuur op de 19e en 21e enkele graden doordat het front wat zuidwaarts schoof en het noorden tijdelijk in koudere lucht terechtkwam.
Tijdvak 22 – 24 januari
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied trok in dit tijdvak van het Iberisch schiereiland naar Midden-Europa. Aan de noordflank van het hoog stond boven onze omgeving een weststroming. Op een lokale bui na waren er op de 22e flinke perioden met zon. Op 23 januari passeerde een warmtefront van een laag bij Groenland. Het was bewolkt en er viel wat (mot)regen. Het golvende koufront van het laag passeerde op de 24e met regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 tot 11 C.
Tijdvak 25 – 31 januari
Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied boven Frankrijk. Aan de noordflank van dit systeem stond boven onze omgeving een weststroming. Aan het eind van het tijdvak trok het hoog oostwaarts weg terwijl het hogedrukgebied nabij de Azoren aanzwol. Een zeer snel uitdiepende depressie trok intussen van IJsland naar de noordelijke Noordzee. Op de 25e en 26e was het in het zuiden zonnig. In het noorden overheerste de bewolking. Op de 25e was de oorzaak een over de Noordzee trekkend warmtefront, op de 26e een golvend koufront. Het koufront veroorzaakte in de noordelijke helft van het land in de nacht van 26 op 27 januari regen. Op de 27e waren er in het westen zonnige perioden, in het oosten was het bewolkt. Op de 28e en 29e was het overal bewolkt. Met het oostwaarts verplaatsen van het hoog kon op de 30e een koufront over ons land trekken vergezeld van regen. Eerder genoemde depressie veroorzaakte op de 31e langs de kust enige tijd storm (kracht 9). Het frontale systeem van het laag veroorzaakte regen, daarna vielen buien, soms met hagel en onweer. De maxima in dit tijdvak waren eerst 9 à 11 C, vanaf de 29e 5 à 8 C.

Rob Sluijter