| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2008
Tijdvak 1 – 3 februari Bij aanvang van de maand lag een depressie met kerndruk van 955 hPa boven het noorden van de Noordzee. De depressie trok gedurende het tijdvak over Scandinavië oostwaarts, terwijl een ontwikkelend hogedrukgebied van de Golf van Biscaje via Midden-Europa naar Oost-Europa trok. Op 1 februari stond in het noordelijk kustgebied aanvankelijk nog een stormachtige wind. Er waren perioden met zon, maar in het zuidoosten overheerste de bewolking en viel aanvankelijk regen. In de nacht van 1 op 2 februari passeerde de backbent occlusie van de depressie met buiige regen. In het binnenland, met name het zuidoosten, ging de neerslag over in (natte) sneeuw waarbij lokaal een sneeuwdek ontstond van enkele centimeters dikte. In het zuidwesten viel plaatselijk 30 mm neerslag. Op 2 februari vielen in de noordoostelijke helft van het land aanvankelijk nog winterse buien. Geleidelijk klaarde het vanuit het westen op. Op de 3e waren er zonnige perioden, geleidelijk nam wel de hogere bewolking toe op de nadering van een oceaanstoring. De maxima in dit tijdvak waren ca. 4 ŕ 7 C.Tijdvak 4 – 6 februari Een complex lagedrukgebied trok in dit tijdvak al opvullend van het zeegebied tussen IJsland en Schotland naar Scandinavië. Tegelijkertijd kwam boven het Iberisch Schiereiland een hogedrukgebied tot ontwikkeling dat zijn invloed geleidelijk in noordelijke richting uitbreidde. Op 4 februari passeerde een frontaal systeem van het laag met regen. Later op de dag volgden in het westen enkele opklaringen. Een randstoring trok op de 5e over de Britse Eilanden naar de Noordzee. Het frontale systeem van de storing trok vergezeld van regen over ons land. In de avond passeerde een trog vergezeld van buien. In het zuidoosten gingen de buien vergezeld van onweer. Op diverse plaatsen viel daar ruim 20 mm in korte tijd. Op de 6e werd het onder invloed van de eerdergenoemde opbouwende rug droog. Met name in het noordwesten waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak waren 8 ŕ 12 C.Tijdvak 7 – 12 februari Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een omvangrijk blokkerend hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van Midden-Europa naar het westen van Rusland. Er bleef echter een krachtige rug aanwezig over onze omgeving tot boven de Britse Eilanden. Op 7 februari dreven vooral over het westen van het land wolkenvelden die samenhingen met een over de Noordzee trekkend warmtefront. In het oosten overheerste de zon. De maxima liepen uiteen van 7 tot 10 C. De overige dagen van het tijdvak was het helder met zon. Alleen op de 12e was er in het noordoosten sprake van hardnekkige lage bewolking en mist. Tijdens de nachten vroor het op flink wat plaatsen licht, met name in het binnenland. Overdag liep de temperatuur op naar maxima van 10 tot 15 C. In het noordoosten werd het op de 12e slechts 3 C. Tijdvak 13 – 19 februari Ook in dit tijdvak bleef de stroming geblokkeerd. Het zwaartepunt van een krachtig hogedrukgebied verplaatste zich van Groenland (13e) via onze omgeving (16e) naar Zuidoost-Europa (17e). Er bleef daarbij ook in dit tijdvak een rug tot boven Noordwest-Europa aanwezig. De op de 12e in het noordoosten van het land aanwezige vochtige lucht breidde zich in de nacht van 12 op 13 februari over het gehele land uit. Er ontstond overal laaghangende bewolking of mist. Overdag bleef het nevelig en grijs. In de nacht van 13 op 14 februari ontstond met name in het zuiden van het land opnieuw mist. Overdag bleef het bewolkt. In de avond klaarde het vanuit het noordoosten op. Van 15 tot en met 17 februari was het met een aflandige stroming helder en overdag zonnig. De luchtdruk bereikte op de 16e in De Bilt een waarde van 1046,7 hPa. Niet eerder sinds 1901 werd zo’n hoge luchtdruk in februari gemeten. Het oude record stond op 1045,6 hPa (1934/49/59). In Eelde werd een maximum bereikt van 1948,1 hPa. Op de 17e bevond de rugas zich over het zuiden van het land waardoor de stroming een westcomponent kreeg. Vooral in het westen ontstonden in de nacht van 17 op 18 februari mistbanken. Overdag was het in grote delen van het land zonnig, in het oosten kwamen ook velden met laaghangende bewolking voor die aan oplossing onderhevig waren. De zonsondergang op de 18e was spectaculair. Er waren fraaie oranje en rode polaire stratosfeerwolken te zien, een variant van de parelmoerwolk. Dit wolkentype hangt samen met extreme kou in de stratosfeer op zo'n 22 kilometer hoogte. Op de 19e kwamen in het zuiden aanvankelijk mistbanken voor. Elders hing laaghangende bewolking. Geleidelijk ontstonden wat opklaringen. Tijdens de nachten vroor het aanvankelijk plaatselijk licht, vanaf de 16e lokaal ook matig. De maxima lagen meest tussen 3 en 8 C. Tijdvak 20 – 25 februari Tussen twee opeenvolgende depressies die over het noorden van de Oceaan naar Scandinavië trokken, en hoge druk boven Zuid-Europa, stond boven onze omgeving een weststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd. Op 20 februari trok een zwakke trog over het land. Er waren wolkenvelden, met name in het zuiden van het land afgewisseld door zon. Lokaal viel een spat regen. Rond het IJsselmeer en langs de kust kwam plaatselijk dichte mist voor. De mistbanken wisten zich lokaal tot in de ochtend van de 21e te handhaven. Op de 21e passeerde een warmtefront vergezeld van wat regen. Op de 22e passeerde een koufront. Vooral in het noorden bracht dit front regen. Op 23 en 24 februari breidde het hogedrukgebied boven Zuid-Europa haar invloed tijdelijk noordwaarts uit tot boven onze omgeving. Het was droog waarbij zon en wolkenvelden elkaar afwisselden. In de nacht van 24 op 25 februari passeerde een koufront vergezeld van regen. Op de Wadden viel lokaal ca. 10 mm neerslag. Een snel van west naar oost trekkende rug van hoge druk passeerde op de 25e. Het was overwegend zonnig. Op de 20e werd het maximaal 5 tot 10 C. Daarna liepen de maxima geleidelijk op van 8 tot 10 C op de 21e naar 10 tot 14 C op de 24e. Na passage van het koufront werd het op de 25e 9 a 11 C.Tijdvak 26 – 29 februari Een lagedrukgebied, op de 26e boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland, trok oostwaarts om op de 27e boven Scandinavië aan te komen. Boven Zuid-Europa was de luchtdruk hoog. Het koufront van de depressie passeerde op de 26e met regen. Later op de dag klaarde het in het noordwesten op. Op 27 februari werd het weer bepaald door een uitloper van het hogedrukgebied. In de kustprovincies was het vrij zonnig, landinwaarts ontstond veel convectieve bewolking in de vorm van wolkenstraten. Op 28 februari trok een vlak, klein lagedrukgebied over het Kanaal oostwaarts. In het zuiden was het bewolkt met in Limburg ook wat regen. Meer naar het noorden waren ook enkele zonnige perioden. Een depressie, op de 28e zuid van Groenland, trok snel uitdiepend oostwaarts en lag op de 29e voor de westkust van Noorwegen. De 29e begon rustig met wat zon maar al snel nam de bewolking toe op de nadering van het warmtefront. Dit front passeerde in de avond met regen. De wind nam toe en werd in de avond aan zee stormachtig.
Rob Sluijter
|
|
|