Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2008
Tijdvak 1 – 5 maart
Bij aanvang van de maand lag een stormdepressie voor de zuidwestkust van Noorwegen. De depressie, alsmede een sturend laag ten zuiden van IJsland trokken in dit tijdvak oostwaarts naar het westen van Rusland. Ten westen van Ierland ontwikkelde zich vervolgens een krachtige rug van hoge druk. De rugas kwam aan het einde van het tijdvak boven ons land te liggen. In de vroege ochtend van 1 maart passeerde het koufront van de stormdepressie ons land. Op het front had zich een buienlijn gevormd, in het midden en zuiden werd frequent onweer en lokaal hagel waargenomen. Vlak voor en tijdens de frontpassage stond er een harde tot stormachtige wind en kwamen zware tot zeer zware windstoten voor, lokaal tot ca. 110 km/uur. In de ochtend viel in het noordoosten buiige neerslag tijdens de passage van de backbent occlusie van het laag. Tijdens deze passage trok de wind in het noorden opnieuw aan tot stormachtig of storm. Elders waren zonnige perioden. In de nacht van 1 op 2 maart veroorzaakte het warmtefront van een randstoring die over de Noordzee oostwaarts trok wat regen. Overdag op de 2e wisselden zon en wolken elkaar af. In de kustgebieden stond opnieuw enige tijd een krachtige tot harde wind en kwamen zware windstoten voor. Op 3 en 4 maart vielen buien, lokaal winters van karakter. In het uiterste zuiden van Limburg ontstond in de nacht van 3 op 4 maart een sneeuwdek. Op de 5e werd de buienvorming onderdrukt door de rug van hoge druk. De maxima in dit tijdvak waren 10 tot 13 C op de 1e en 2e , daarna 7 tot 9 C.
Tijdvak 6 – 9 maart
Het weer werd bepaald door een depressie nabij IJsland. Tussen dit laag en hoge druk boven het zuiden van Europa stond een weststroming waarmee enkele frontale storingen van het laag over ons land trokken. Op de 6e passeerde een warmtefront. Het was bewolkt met af en toe motregen. Op 7 maart trok een koufront over, vergezeld van wat regen. Na passage klaarde het vanuit het westen op. Op de 8e was het in het zuidoosten vrij zonnig. Elders nam de bewolking toe op de nadering van een warmtefront. In de avond volgde in het noorden regen. Een golvend koufront passeerde op 9 maart ons land. Het was bewolkt met een aantal uren regen. De maxima in dit tijdvak waren 8 ŕ 11 C.
Tijdvak 10 – 12 maart
Het weer werd in dit tijdvak bepaald door twee randstoringen die in een weststroming van de Oceaan over Engeland naar de Noordzee trokken. Op 10 maart passeerde het geoccludeerde systeem van de eerste storing met regen het land. Tijdens de passage stond aan zee een harde tot stormachtige wind. In de nacht van 10 op 11 maart passeerde een rond de kern van het laag ingedraaid front met neerslag. Op 11 maart trok een zone met regen over het land. In de avond vielen enkele buien, soms met onweer en windstoten. In de vroege ochtend van de 12e trok een trog over het land vergezeld van buien, plaatselijk met onweer en (zeer) zware windstoten. Tijdens de passage van een om de depressiekern ingedraaide occlusie van de tweede storing trok de wind aan tot storm aan zee. Bovendien kwamen (zeer) zware windstoten voor. De maxima waren op deze dagen ca. 8 tot 11 C.
Tijdvak 13 – 16 maart
Aan de noordflank van een hogedrukgebied met zwaartepunt boven Midden-Europa stond boven onze omgeving een weststroming. Het zwaartepunt verplaatste zich op de 15e oostwaarts, waardoor de stroming zuid werd. Een depressie trok op de 16e over ons land oostwaarts. Op 13 maart wisselden zon en wolken elkaar af. In het oosten bereikte de bewolking het buienstadium. Een stabiele golf in het polaire front trok in de nacht van 13 op 14 maart over België oostwaarts en veroorzaakte in het zuiden regen. Op de 14e bleef het polaire front slepen. In het zuiden bleef hierdoor de bewolking overheersen. In het noorden was het vrij zonnig. Door de draaiing van de stroming naar zuid trok het nu inactieve front op de 15e naar het noorden van het land. In het zuiden klaarde het op. In de avond begon het in het zuidwesten te regenen. De regen hing samen met een front van de naderende depressie. De regen breidde zich in de nacht naar 16 maart noordwaarts uit. Op de 16e waren er perioden met regen. Het front stagneerde boven het midden van het land om vervolgens zuidoostwaarts weg te trekken. De maxima in dit tijdvak liepen op van 8 ŕ 11 C op de 13e naar 10 ŕ 15 C op de 15e, om vervolgens op de 16e in de regen terug te zakken naar 7 ŕ 13 C.
Tijdvak 17 – 19 maart
Tussen een hogedrukgebied waarvan de kern zich verplaatste van IJsland naar het zeegebied ten westen van Ierland een lagedrukgebied dat van Scandinavië naar de Baltische Staten trok, stond boven onze omgeving een noordweststroming waarmee vrij koude, onstabiele lucht werd aangevoerd. Het was deze dagen wisselend bewolkt en er vielen enkele buien, soms met hagel en/of sneeuw. De maxima waren ca. 7 ŕ 9 C, tijdens de nachten vroor het in het binnenland lokaal licht.
Tijdvak 20 – 26 maart
Op 20 maart trok een depressie van IJsland naar zuid-Scandinavië. De dagen erna trok het systeem traag over de Oostzee oostwaarts om uiteindelijk op te gaan in een complex lagedrukgebied dat zich ontwikkelde boven Scandinavië. Tussen het laag en een hogedrukgebied boven de Oceaan stond een noordstroming waarmee koude lucht werd aangevoerd. Op de 20e viel eerst een enkele bui. Vanaf de middag volgde langdurig regen op de passage van het frontale systeem van de depressie. In het noorden en midden van het land viel op veel plaatsen 20 tot 30 mm neerslag. Na passage van het koufront rond middernacht volgden winterse buien, lokaal met onweer. Overdag op de 21e trok een secundair laagje over het midden van het land met tijdelijk aanhoudende sneeuwval. De backbent occlusie van de depressie trok op de 22e over het land zuidwaarts met wat winterse neerslag. Daarna klaarde het op. Aanvankelijk vielen in de kustprovincies nog sneeuwbuien. 23 Maart was de koudste eerste Paasdag sinds 1964. In het oosten overheerste de zon. Elders vielen enkele sneeuwbuien. In de avond volgde in het zuidwesten sneeuw die samenhing met een storing die over België naar het zuidoosten trok. Lokaal ontstond op de 23e een sneeuwdek, tot 11 cm plaatselijk in Zeeland. Op de 24e en 25e vielen talrijke winterse buien, lokaal met onweer. Met name tijdens de nachten ontstond op uitgebreide schaal een dun sneeuwdek. Mede hierdoor verliep de ochtendspits van de 25e chaotisch met bijna 900 km file. Een zwak front kwam op de 26e aan boven het zuidwesten van het land. Vanaf de 25e in de avond veroorzaakte het front in de zuidwestelijke helft van het land bewolking en wat lichte regen of sneeuw. In het noorden bleven op de 26e winterse buien vallen. De maxima in dit tijdvak daalden van 7 tot 9 C op de 20e naar 4 tot 6 C vanaf de 23e . Tijdens de nachten vroor het lokaal licht, in de vroege ochtend van de 23e (eerste Paasdag) matig.
Tijdvak 27 – 31 maart
Er stond in dit tijdvak een zuidweststroming tussen een sturend lagedrukgebied boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland en het hogedrukgebied met centrum boven de Azoren. Op 27 maart was het in het noorden zonnig. In het zuiden was het bewolkt en viel motregen. Bewolking en neerslag hingen samen met een occlusie boven België. Op de 28e passeerde een frontaal systeem van het sturende laag met regen. De 29e verliep met zonnige perioden en aanvankelijk nog een bui. Een golvend koufront voorafgegaan door een convergentielijn trok op de 30e over het land. Er viel buiige regen. Op de 31e veroorzaakte een trog aanvankelijk plaatselijk buiige neerslag. Overigens waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak liepen op van 7 ŕ 10 C op de 27e naar 11 ŕ 16 C op de 30e. Op de 31e was het 11 tot 14 C.

Rob Sluijter