| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2008
Tijdvak 1 – 4 april Er stond in dit tijdvak een noordweststroming tussen een depressie die al opvullend van Schotland via de Oostzee oostwaarts trok en een hogedrukgebied met het zwaartepunt ten zuidwesten van de Britse Eilanden. Op 1 april passeerde het frontale systeem van het laag verge-zeld van regen ons land. Daarna werd onstabiele lucht aangevoerd waarin met name in de noordelijke helft van het land buien vielen. Van 2 tot en met 4 april overheerste de bewolking. Af en toe en plaatselijk viel er een lichte bui of (mot)regen. De maximumtemperaturen in dit tijdvak waren 9 ŕ 13 C. De nachten verliepen zonder vorst.Tijdvak 5 – 10 april Aan het begin van het tijdvak lag er een krachtig hogedrukgebied nabij Groenland. Tussen dit systeem en een actieve depressie boven Scan-dinavië stond boven West-Europa een noordstroming waarmee koude lucht werd aangevoerd. De depressie trok in de loop van het tijdvak zuidwaarts en ging hierbij over in groot, vlak en complex lagedrukgebied boven het continent. Met name op hoogte was het laag goed ontwikkeld. De belangrijkste storingen bleven na de 5e juist alle buiten onze lands-grenzen. Het koufront van de depressie passeerde op de 5e met buiige regen; lokaal werd onweer waargenomen. Na passage kwamen vanuit het noorden opklaringen voor, afgewisseld door enkele buien, soms met hagel. De maxima op de 5e waren 9 ŕ 11 C. De dagen daarna was het tijdens de nachten vrij helder met op uitgebreide schaal lichte vorst. Overdag ontstond stapelbewolking, vaak het eerst en het meest boven het Veluwemassief en de Utrechtse Heuvelrug. Op de 6e ontstonden enkele winterse buien. Op 7 april vielen met uitzondering van het noord-oosten buien, lokaal met hagel en onweer. Op de 8e bereikte de bewol-king in het noorden het buienstadium. Op 9 en 10 april lag boven ons land een zadelgebied. Deze dagen verliepen droog. De maxima liepen geleidelijk op van 7 tot 10 C op de 5e naar 11 tot 13 C op de 10e.Tijdvak 11 – 15 april Een depressie trok in dit tijdvak van de Britse Eilanden naar Scandina-vië. Boven het midden van de oceaan bouwde zich een sterke rug van hoge druk op die naar de Britse Eilanden trok. Door deze ontwikkelingen draaide de stroming bij ons van zuidwest naar noord. Een geoccludeerd front van de depressie trok op 11 april over het land. Vooral in het noordoosten waren wolkenvelden, in het westen bleef het op wat sluier-bewolking na, vrij zonnig. Lokaal kwam een bui tot ontwikkeling. Een volgend front passeerde op de 12e in de ochtend met plaatselijk buiige regen. Daarna waren er flinke perioden met zon, lokaal afgewisseld door een bui. Op 13 en 14 april bleef eerder genoemd front slepen boven Duitsland en Frankrijk. In het front trokken twee stabiele golven naar het noordoosten. In het zuidoosten van het land was het overwegend be-wolkt en viel geregeld regen. Elders waren er flinke perioden met zon. Wel ontstonden er enkele buien, lokaal met hagel en onweer. In de nacht van 14 op 15 april bereikte een hoogtetrog met buien het westen van het land. De trog trok op de 15e overdag naar Duitsland weg. In het westen werd het in de loop van de dag vrij zonnig. De maxima in dit tijdvak waren eerst ca. 9 tot 14 C, op de 14e en 15e 9 tot 11 C. In de nacht van 10 op 11 april en die van 14 op 15 april vroor het lokaal licht.Tijdvak 16 – 19 april Aan het begin van dit tijdvak ontwikkelde zich uit de eerdergenoemde rug van hoge druk een krachtige, omegablokkade waarvan het zwaarte-punt zich geleidelijk verplaatste van de kust van Noorwegen naar IJs-land. Boven de Golf van Biscaje ontwikkelde zich een depressie. Boven West-Europa stond een ooststroming. Fronten van het laag stierven uit boven onze omgeving. Op de 16e wisselden zon en stapelwolken elkaar af. In het noorden viel plaatselijk een bui. Op 17 april overheerste de zon, alleen in het noordoosten was meer bewolking aanwezig die hoor-de bij een occlusie van een laag boven de Baltische Staten. De occlusie veroorzaakte ook op de 18e in het noorden wolkenvelden. In het zuiden dreven wolkenvelden binnen behorende bij frontale storingen van het laag nabij Frankrijk. Vooral in het midden waren flinke perioden met zon. Op 19 april bleef de bewolking in het zuiden overheersen; lokaal viel ook wat lichte regen. In het noorden was het vrij zonnig. De maxima in dit tijdvak stegen geleidelijk van 9 ŕ 11 C naar 11 ŕ 14 C. Tijdens de nacht van 16 op 17 april en van de 17e op de 18e vroor het op veel plaatsen licht.Tijdvak 20 – 23 april Het zwaartepunt van eerdergenoemde omegablokkade trok in dit tijdvak van IJsland naar Scandinavië. De depressie in de Golf van Biscaje trok over Midden-Europa oostwaarts. Op 20 april lag een frontale bewolkingsband van de depressie over het noorden. Elders waren flinke zonnige perioden. Het werd maximaal 12 tot 18 C. 21 en 22 april verliepen in het grootste deel van het land vrij zonnig bij maxima van 13 tot 19 C. Alleen in het zuidoosten dreven soms wolkenvelden over behorende bij de over Midden-Europa oostwaarts koersende depressie. Inmiddels was ook boven het midden van de Oceaan een depressie tot ontwikkeling gekomen. De occlusie van dat laag, voorafgegaan door een thermische vore, trok op de 23e vanuit het zuidwesten over het land vergezeld van buiige regen. In het zuiden werd plaatselijk onweer waargenomen. Voor de bewolking en neerslag uit waren er flinke perioden met zon. Op een aantal plaatsen werd de eerste warme dag van het jaar genoteerd.Tijdvak 24 – 27 april Het zwaartepunt van een hogedrukgebied trok in dit tijdvak van de Golf van Biscaje naar de Baltische Staten. Eerst stond er aan de noordflank van dit systeem bij ons een weststroming; deze stroming draaide later naar zuid. Aanvankelijk was er op de 24e af en toe zon. In de middag en avond passeerde een koufront met buiige regen. Dit front behoorde bij een laag boven het midden van de oceaan. Het werd maximaal 15 tot 19 C. Op de 25e werd het 13 tot 16 C. In het noorden was het vrij zonnig, naar het zuiden toe was meer bewolking aanwezig behorende bij een warmtefront dat over de Britse Eilanden noordwaarts trok en ons land schampte. Het front veroorzaakte op de 26e in het noordoosten in de ochtend nog wat (mot)regen. Vanuit het westen verdween de bewolking geleidelijk. De maxima waren 19 tot 21 C. Op 27 april was het in het oosten vrij zonnig. In het westen dreven velden hoge en middelbare bewolking over die behoorden bij een koufront boven de Noordzee. Het werd maximaal 20 tot 24 C.Tijdvak 28 – 30 april Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een sturende depressie boven de Britse Eilanden. Het koufront van de depressie trok op de 28e door golfvorming traag over het land. Met name in het oosten viel langdurig buiige regen, lokaal 15 tot 20 mm. In Limburg werd onweer waargenomen. Een trog trok met buiige regen in de nacht van 28 op 29 april van zuid naar noord over het land. Op de 29e was het wisselend bewolkt. Vergezeld van een buienlijn trok een volgende trog over het land. In de avond veroorzaakte een warmtefront in het zuiden af en toe regen. Op de 30e trok het koufront van het laag van zuidwest naar noordoost over het land. Met name in het zuidwesten viel hierbij wat regen. De maxima in dit tijdvak waren 13 ŕ 17 C, op de 30e in het noordoosten tot 20 C.
Rob Sluijter
|
|
|