Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2008
Tijdvak 1 – 2 mei
Een depressie boven de Britse Eilanden trok tijdens deze dagen westwaarts en vulde op. Boven Midden-Europa kwam een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Het zwaartepunt hiervan trok naar ons land. Er werd onstabiele lucht aangevoerd. Op 1 mei ontstonden in de loop van de dag buien, met name in de oostelijke helft vergezeld van onweer en lokaal hagel. Op 2 mei werd de onstabiliteit geleidelijk onderdrukt. Er waren flinke perioden met zon en alleen in de oostelijke helft viel nog een bui, lokaal met onweer. De maxima in dit tijdvak liepen uiteen van 13 C plaatselijk langs de kust tot 17 C in het (noord)oosten.
Tijdvak 3 – 12 mei
Gedurende dit tijdvak was in de bovenlucht sprake van een krachtige omegablokkade waarvan de noordzuid georiënteerde hogedrukas net ten westen van ons land, dan wel boven ons land lag. Aan het oppervlak lag het zwaartepunt van het hogedrukgebied boven de Noordzee of Zuid-Scandinavië. Met een ooststroming werd zeer droge en steeds warmere lucht aangevoerd. Het was overwegend helder en overdag zonnig. Soms ontstond wat onschuldige stapelbewolking, op de 12e wat meer in het noorden. De maxima liepen geleidelijk op. Op de 3e werd het 18 tot 20 C. Vanaf de 7e werden er op veel plaatsen zomerse dagen geregistreerd. Tijdens de nacht van 2 op 3 mei en die van 4 op 5 mei kwam het lokaal nog tot vorst aan de grond. De relatieve vochtigheid daalde overdag, met name later in het tijdvak, regelmatig tot onder de 25%. Op enkele dagen werd melding gemaakt van stofhoosjes.
Tijdvak 13 – 17 mei
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een depressie, boven de Golf van Biscaje, die haar invloed geleidelijk via ons land naar Oost-Europa uitbreidde. Boven het noordelijk deel van de oceaan bleef de druk ook in dit tijdvak hoog. Op de 13e was het overwegend zonnig bij maxima van 20 tot 27 C. In de middag ontwikkelde zich lokaal een bui, ook met onweer. Op 14 mei was het in het noorden vrij zonnig. In het zuidwesten dreven wolkenvelden over behorende bij een vanuit het zuiden noordwaarts trekkende vore van lage druk. In deze vore kwamen later enkele buien tot ontwikkeling, plaatselijk met onweer. De maxima varieerden op de 14e van 20 C in het noorden tot 27 C in het zuidoosten. Op de 15e lag de vore nog steeds boven het midden van het land. Een volgende vore, met daarin een occlusie trok vanuit België naar het noorden. Er viel buiige neerslag in het midden en zuiden, soms vergezeld van onweer. In het noorden bleef het vrij zonnig. De maxima waren 17 tot 24 C. De regen hield in de nacht van 15 op 16 mei aan. In het zuidwesten viel in 24 uur tijd op een aantal plaatsen 20 tot 45 mm. Op 16 mei trok het regengebied verder in betekenis afnemend noordwaarts weg. De bewolking bleef echter overheersen, met uitzondering van het zuidoosten. Daar werd het 21 C, elders 15 tot 18 C. Op 17 mei trok een frontale golf verbonden aan de depressiekern over ons land. Er waren perioden met regen, met name in de vroege ochtend in het zuiden. Het was kil met maxima van slechts 12 tot 14 C.
Tijdvak 18 – 24 mei
Ook in dit tijdvak was het stromingspatroon geblokkeerd boven het noordelijk deel van de oceaan. Aan het oppervlak lag er een hoog met zwaartepunt nabij Groenland en een uitloper tot boven het Noordzeegebied. Aanvankelijk werd met een noordooststroming koele polaire lucht aangevoerd. In de loop van het tijdvak draaide de stroming naar oost waarmee geleidelijk warmere lucht werd aangevoerd. De maximumtemperaturen stegen in dit tijdvak geleidelijk van 14 tot 16 C aan het begin tot 20 à 24 C aan het eind. Tot en met de 20e kwam het tijdens de nachten aan de grond lokaal tot vorst. Op 18 mei was het in het noordwesten vrij zonnig, elders ontstond bewolking waaruit lokaal een lichte bui viel. Dit was ook op de 19e het geval, met name ten zuiden van het Markermeer. Het relatief warme water van het meer had de buienvorming bevorderd. Op de 20e overheerste de zon, alleen in het noordoosten wist bewolking nog juist het buienstadium te bereiken. 21 mei verliep in het hele land vrij zonnig. Van 22 tot en met 24 mei was het in het noorden zonnig. In het zuiden en midden van het land dreven wolkenvelden over. De bewolking behoorde bij een vrijwel stationaire frontale storing van een depressie die van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland naar de Golf van Biscaje trok.
Tijdvak 25 – 31 mei
Het zwaartepunt van het reeds lang aanwezige blokkerende hogedrukgebied boven het noordelijk deel van de oceaan trok in de loop van dit tijdvak geleidelijk naar Scandinavië. Boven het zuidwesten van Europa was een complex lagedrukgebied aanwezig. Het weer in ons land stond onder de invloed van dit laag waarbij een brede frontale zone quasistationair werd boven onze omgeving. Van 25 tot en met 28 mei stond in de kustprovincies af en toe een windkracht 6. Een eerste geoccludeerd front trok op de 25e vergezeld van regen van zuid naar noord over het land om boven de Wadden tot stilstand te komen. In het zuidoosten waren er na passage van het front zonnige perioden. De maxima liepen uiteen van 15 C in het noorden tot 23 C in het zuiden. Een volgend warmtefront trok op de 26e met wat regen vanuit het zuiden over het land en werd boven het noorden stationair. Voor dit front uit waren er in het noorden nog perioden met zon. De maxima liepen uiteen van 15 C in het noorden tot 24 C in Zuid-Limburg. In de avond trok een gebied met buiige neerslag over het land. Deze neerslag hing samen met een golvend koufront boven Frankrijk. Dit front lag op de 27e van de Noordzee over België naar Frankrijk. Boven ons land veroorzaakte het af en toe wat lichte buiige neerslag. De maxima liepen uiteen van 17 tot 23 C. Op 28 mei ontstonden er op het front dat nu over het oosten van het land lag enkele buien, soms met onweer. Vooral in het zuidwesten was er ruimte voor de zon. De maxima waren 21 tot 26 C. Op de 29e verplaatste het front zich als warmtefront naar het westen van ons land. Een onweerscomplex trok in de ochtend al uitdovend van zuidoost naar noordwest over het land. In het zuidoosten viel lokaal ruim 20 mm neerslag. De maxima liepen uiteen van 18 tot 25 C. Op de 30e ontwikkelde zich in de frontale zone een vore van lagedruk, juist boven ons land. Hierdoor werd in een groot deel van het land de stroming west, in het noordoosten bleef deze zuidoost. Daar was het vrij zonnig bij maxima tot 26 C. Elders was het meest bewolkt; aan zee werd het niet warmer dan ca. 16 C. Een volgend onweerscomplex trok in de nacht en ochtend, ook weer snel uitdovend, van zuidoost naar noordwest. In de avond trok een uitdovend onweerscomplex vanuit Duitsland over Overijssel en Drenthe. Op 31 mei waren er perioden met zon. De maxima liepen uiteen van 14 C aan zee tot 21 C in het binnenland. Er ontstonden enkele buien, lokaal met onweer. In de avond ontstond boven het midden van het land een actieve buienlijn. De buien brachten frequent onweer en er viel plaatselijk 10 tot 30 mm in korte tijd.

Rob Sluijter