| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juli 2008
Tijdvak 1 – 4 juli Een hogedrukgebied boven Polen trok naar het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen en maakte geleidelijk de weg vrij voor een koufront van een depressie ten westen van Ierland. Op 1 juli was het zonnig met maxima van 24 tot 29 C. Op 2 juli trokken enkele convergentielijnen van zuidwest naar noordoost over het land met buien, soms met onweer en vooral in het zuidoosten ’s avonds met veel neerslag. In het noordoosten echter wist de zon zich nog een groot deel van de dag te handhaven. Daar werd het plaatselijk 34 C, in het zuidwesten ca. 26 C. Van 2 op 3 juli trok een uitdovend buiencomplex over het zuiden. Het koufront bleef nabij de Wadden slepen met vooral in de noordoostelijke helft buiige regen. In het zuidwesten ontstonden later op de dag nog enkele buien, soms met onweer. De maxima liepen uiteen van 19 C in het zuidwesten tot 26 C in het noordoosten. Op 4 juli was het in het westen vrij zonnig en ca. 21 C. In het oosten ontstonden enkele buien, soms met onweer en in Drenthe met lokaal ruim 45 mm neerslag.Tijdvak 5 – 8 juli Een blokkerend hogedrukgebied lag in dit tijdvak boven het zeegebied tussen IJsland en Groenland. Bepalend voor het weer bij ons was de bijbehorende hoogtetrog die van de Britse Eilanden naar de Noordzee trok met sterk wisselvallig weer. Na passage van een occlusie met wat regen werd vanaf 6 juli onstabiele polaire lucht aangevoerd met zonnige perioden en enkele buien, lokaal met onweer. Op 7 juli zorgde de passage van een ingedraaide occlusie en trog voor talrijke buien, soms met onweer. In Zwartebroek veroorzaakte een windhoos schade. Aan zee stond enige tijd een harde wind, windkracht 7. De buiigheid hield in de nacht van 7 op 8 juli in het midden en noorden van het land aan. Ook op de 8e vielen in het hele land buien, soms met onweer. Op sommige plaatsen in het westen en midden van het land viel op deze dagen in totaal ruim 60 mm neerslag. De maxima in dit tijdvak daalden geleidelijk van ca. 20 ŕ 25 C naar 17 ŕ 20 C.Tijdvak 9 – 14 juli Een depressie trok van de Britse Eilanden via de Noordzee naar Zuid-Scandinavië, gevolgd door een uitloper van het hogedrukgebied nabij de Azoren. Op de 9e viel uit een warmtefront in het westen 10 tot 30 mm neerslag. Het opvolgende koufront trok door golfvorming op de 10e traag over het land met vooral in de zuidoostelijke helft een neerslaghoeveelheid van 10 tot 30 mm en in Limburg onweer. Op 11 juli overheerste in het noordwesten de zon, in de zuidoostelijke helft van het land kwamen buien tot ontwikkeling. De buiige neerslag van de backbent occlusie bereikte in de avond het noordwesten met in het westen van het land wederom 10 tot ca. 30 mm in enkele uren tijd. Op de 12e trok het neerslaggebied naar Duitsland, gevolgd door perioden met zon en een enkele bui. Op 13 juli stabiliseerde het weer in het zuiden en midden van het land en waren daar perioden met zon. In het noorden veroorzaakte een over de Noordzee oostwaarts trekkende storing enige buiige regen. Op de 14e was het in het westen zonnig, elders ontstonden stapelwolken. De maximumtemperaturen waren in dit tijdvak waren 18 ŕ 23 C.Tijdvak 15 - 18 juli Tussen het Azorenhoog, met aanvankelijk een uitloper over het oosten van Europa, en lage druk boven Scandinavië, stond een westelijke stroming. Daarmee werd vrij vochtige, koele lucht aangevoerd en nam de onstabiliteit door (bovenlucht)storingen van tijd tot tijd toe. Op 15 juli dreef hardnekkige lage bewolking van zee over het land, in het zuidoosten en oosten brak de zon door. Later viel in het noorden en westen wat regen op een zwak koufront. Dit trok in de ochtend van 16 juli over het zuidoosten; daarna ontstonden in het (noord)westen enkele buien. Op 17 en 18 juli veroorzaakten opeenvolgende storingen voor buiig weer; op 18 juli veroorzaakte een slepend front over het noorden plaatselijk meer dan 20 mm. Op 15 juli werd het in het (zuid)oosten 22 C, overigens lagen de maxima in dit tijdvak met 18 ŕ 20 C beneden normaal.Tijdvak 19 - 22 juli Een depressie boven Schotland trok, aanvankelijk uitdiepend, naar de Duitse Bocht met bij ons een noordwestelijke stroming met aanvoer van koele en onstabiele lucht. Op 19 juli passeerde in de loop van de dag het koufront met buiige regen en plaatselijk ook onweer. In een strook van NO-ZW viel op veel plaatsen meer dan 20 mm, in het noordoosten lokaal meer dan 35 mm neerslag. Op de 20e vielen overdag opnieuw buien. In de avond nam de wind in het noorden flink toe. Op de 21e trok de ingedraaide occlusie met veel bewolking en (mot)regen van noord naar zuid over het land. Aan de Waddenkust stond tijdelijk een stormachtig wind en kwamen windstoten voor tot circa 90km/h. In het zuiden werd het slechts 14 graden; recordkoel voor eind juli. Op 22 juli kwamen door hogedrukinvloed in het westen zonnige perioden voor. Het werd in deze periode 18 tot 22 C, maar op 21 juli was het zo’n 4 graden koeler.Tijdvak 22-31 juli Een hogedrukgebied boven het Kanaal trok op de 23e en 24e over de Noordzee naar Skandinavië en zorgde enkele dagen in ons land voor zonnig en zomers warm weer. Op 25 juli viel in het oosten een enkele bui. Van 26 tot 31 juli werd, op 30 juli na, door kleine lagedrukgebieden met onweersstoringen het zomerweer af en toe flink verstoord. Vooral op zaterdag 26 juli kwamen zeer actieve onweercomplexen tot ontwikkeling met wolkbreuken. Het treinverkeer ondervond hinder door blikseminslag, op meerdere plaatsen kwam het tot wateroverlast, in Gorredijk viel 72 mm. Ook kwam in de nacht van zondag op maandag een buiencomplex tot ontwikkeling en viel in het zuiden van het land lokaal ruim 40 mm neerslag. De maand eindigde met een zeer warme en vochtige dag, ’s avonds in het zuidwesten gevolgd door onweersbuien op nadering van een koufront. De maxima liepen op deze dag uiteen van 28 C op de Waddeneilanden tot ruim 32 C in Zeeuws Vlaanderen.
Rob Sluijter
|
|
|