Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2008
Tijdvak 1 – 5 november
Boven Frankrijk was in dit tijdvak een complex lagedrukgebied aanwezig. Het hogedrukgebied nabij de Azoren had een uitloper via de Britse Eilanden tot boven Zuid-Scandinavië. Aan het eind van het tijdvak ontwikkelde zich boven Zuid-Scandinavië een aparte kern van hogedruk. Boven onze omgeving stond tussen beide systemen aan de grond een ooststroming. Op 1 november trok een frontaal systeem met regen van zuidoost naar noordwest over het land. Het werd maximaal 7 tot 9 C. Op de 2e was er vooral in de westelijke helft van het land ruimte voor de zon. Vooral in het noorden kwam ook mist voor. Later viel lokaal wat motregen. De maxima waren 10 tot 14 C. 3 november was het grijs met her en der mist. In de nacht van 3 naar 4 november ontstond op uitgebreide schaal dichte mist. Overdag op de 4e loste de mist slechts op enkele plaatsen op waarna de zon scheen. Op de meeste plaatsen bleef mist en/of lage bewolking aanwezig. Ook 5 november verliep bewolkt, de mist was echter wel verdwenen. Van 3 tot en met 5 november werd het maximaal 9 à 11 C.
Tijdvak 6 – 12 november
Het eerder genoemde hogedrukgebied boven Scandinavië trok in dit tijdvak snel naar Ukraine. Het weer bij ons werd hierna bepaald door een actieve, diepe depressie tussen IJsland en Schotland. Aan het eind van het tijdvak trok dit laag opvullend naar de Noordzee. Op 6 en 7 november was er vooral in het zuiden en westen ruimte voor zon. In het noordoosten bleef het bewolkt. Uit de bewolking viel lokaal wat (mot)regen, met name tijdens de passage van een koufront op de 7e . Tijdens de nacht van 6 op 7 november ontstond op veel plaatsen mist. De maxima waren op beide dagen ca. 11 tot 14 C. Op 8 november was er eerst veel zonneschijn. Later nam de bewolking toe, op de nadering van een occlusie van het laag. In de avond volgde lokaal wat motregen. Een volgend frontaal systeem veroorzaakte in de nacht naar 9 november enige tijd buiige regen. Overdag op de 9e waren er vooral in het noorden zonnige perioden, overigens wel afgewisseld door een bui. In de rest van het land bleef meer bewolking aanwezig. De maxima op 8 en 9 november waren ca. 11 tot 13 C. Op 10 november passeerde een koufront van de depressie, met buiige regen. Aan zee stond enige tijd een stormachtige wind, kracht 8. Het front bleef over het zuidoosten slepen, doordat zich in het front boven het Kanaal een golf ontwikkelde. Deze golfvormige storing passeerde in de nacht van 10 op 11 november. In het bijbehorende neerslaggebied bevond zich aan de voorzijde een actieve buienlijn. In een groot deel van het land viel 20 tot ruim 40 mm neerslag. Overdag op de 11e vielen enkele buien, lokaal met onweer en hagel. Het was zacht op de 10e en 11e met maxima van ca. 11 tot 16 C. Ook op de 12e vielen in het noorden en midden talrijke buien. In het zuiden bleef het meest droog. De maxima waren 9 tot 12 C.
Tijdvak 13 – 15 november
In dit tijdvak stond boven onze omgeving een weststroming tussen een hogedrukgebied boven Midden-Europa en een depressie die van IJsland naar Finland trok. Op 13 november waren er vooral in het noordwesten perioden met zon, in het oosten overheersten wolkenvelden. In de nacht van 13 op 14 november passeerde een warmtefront van de depressie, in de noordoostelijke helft van het land vergezeld van regen. Op de 14e en 15e bevond ons land zich in de warme sector, het was bewolkt en af en toe viel wat motregen. In de avond van de 15e trok het koufront van het laag met wat regen van noordwest naar zuidoost over het land. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 tot 12 C.
Tijdvak 16 – 19 november
Op 16 november stond er een noordweststroming tussen een hogedrukgebied boven de Britse Eilanden en een depressie boven het noordwesten van Rusland. Er was veel bewolking, lokaal viel een bui. Op de 17e bevond het hoog zich boven ons land. Vooral in de noordelijke helft waren er perioden met zon. Het hogedrukgebied trok op de 18e snel oostwaarts weg. Midden op de oceaan bouwde zich een krachtig hogedrukgebied op. Aan de noordoostflank van dit systeem stelde zich een noordweststroming in. Een frontale storing bereikte ons land in de nacht van 17 op 18 november. Er viel af en toe regen, ook overdag op de 18e. Op de 19e bleef het zwaar bewolkt. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 tot 12 C.
Tijdvak 20 – 25 november
Tussen een noordzuid georiënteerd hogedrukgebied boven het midden van de oceaan en een complex lagedrukgebied boven Scandinavië stond een noordweststroming. Op de 20e passeerde een vrijwel inactief koufront, waarna steeds koudere, polaire lucht werd aangevoerd. Buien breidden zich geleidelijk van noord naar zuid over het land uit. Het werd maximaal 11 tot 12 C. Op de 21e trok een trog over het land. Aan de westkust kwam het korte tijd tot storm (kracht 9). In een flink deel van het land kwamen zware tot zeer zware windstoten voor (tot ca. 120 km/uur) die veel schade aanrichtten. Er vielen buien, meer en meer met een winters karakter en lokaal vergezeld van onweer. In de ochtend werden de maxima van 6 tot 10 C bereikt. Ook op de 22e vielen talrijke winterse buien, aanvankelijk nog vergezeld van windstoten. Lokaal, met name in de zuidoostelijke helft van het land, kon zich een (tijdelijk) sneeuwdek vormen. In de nacht van 22 op 23 november werd de buiigheid onderdrukt door een zwakke rug van hoge druk. Een depressie trok op 23 november van IJsland naar onze westkust. Door deze ontwikkeling trok de occlusie van de depressie van west naar oost over het land, maar stagneerde en kantelde geleidelijk naar een westoost orientatie over het noorden van het land. Het front bracht geruime tijd sneeuw, waarbij met name in de zuidoostelijke helft van het land een sneeuwdek ontstond. Op de Veluwe groeide dit aan tot ruim 15 cm. In de avond vielen zuid van het front buien. De depressie trok op de 24e naar Polen en het front trok hierdoor zuidwaarts weg. Vooral in het zuiden viel nog enige tijd sneeuw. Later klaarde het op. In de nacht van 24 op 25 november vielen lichte buien. De temperatuur schommelde rond het vriespunt; tijdens opklaringen vroor het in het binnenland. Er ontstond op uitgebreide schaal gladheid met tientallen ongevallen tot gevolg. Overdag verdween de gladheid. Zon en wolken wisselden elkaar af. De maxima liepen vanaf de 22e uiteen van ca. 1 C lokaal in het binnenland tot 6 C aan zee. Op de 25e werd het enkele graden zachter. Vanaf de 22e kwam het tijdens de nachten in het binnenland tot lichte vorst.
Tijdvak 26 – 30 november
Aanvankelijk was er in dit tijdvak sprake van een weststroming tussen een hogedrukgebied boven Midden-Europa en een depressie in het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. Op de 28e snoerde zich boven de Golf van Biscaje een bel koude lucht in de bovenlucht af. Deze hoogtetrog trok naar West-Europa. Aan het aardoppervlak ontwikkelde zich een depressie boven Frankrijk. Op de 26e passeerde het warmtefront van de depressie. De bewolking nam toe, gevolgd door wat lichte motregen. De temperatuur steeg geleidelijk naar 5 tot 9 C. Op de 27e bevond ons land zich in een brede warme sector. Het was bewolkt en zacht met maxima van 6 tot 10 C. Er viel af en toe lichte (mot)regen. Door de eerdergenoemde afsnoering boven de Golf van Biscaje werd het polaire front op de 28e stationair boven de Noordzee, om vervolgens met een naar zuidoost draaiende stroming westwaarts te trekken. Het was bewolkt met af en toe regen bij maxima van 4 tot 7 C. In de nacht van 28 op 29 november ontstond boven het noorden van het land een gebied met neerslag. Overdag op de 29e bleef het daar bewolkt, in het zuidwesten was er ook ruimte voor de zon. Het werd 3 tot 5 C. In de nacht van 29 op 30 november waren er opklaringen, plaatselijk vroor het. Op de 30e trok een frontaal systeem van de Franse depressie over ons land noordwaarts. Er viel regen en/of sneeuw. In het midden van het land ontstond een sneeuwdek. Het werd maximaal 2 tot 5 C.

Rob Sluijter