Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
December 2008
Tijdvak 1 – 3 december
Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een goed ontwikkelde hoogtetrog die zich uitstrekte van de Noorse zee via onze omgeving, naar het Iberisch Schiereiland. Aan het oppervlak was sprake van een omvangrijk maar vlak en complex laag, waarin diverse kernen te onderscheiden waren. Een lagedrukgebied trok op 1 december van het Alpengebied naar Noord-Duitsland. Bij ons zorgde dat voor het opgang komen van een noordweststroming. Er waren vooral in het oosten zonnige perioden. In de nacht van 1 op 2 december trokken buien vanaf de Noordzee oostwaarts. Overdag op de 2e bleven buien vallen, langs de westkust lokaal met hagel. Op de 2e was een lagedrukgebied bij Schotland aangekomen. Dit laag trok op 3 december via het Waddengebied naar Denemarken. De occlusie van het laag trok in de nacht van 2 op 3 december van west naar oost over het land, maar bleef boven het zuidoosten tot in de ochtend slepen. Er viel enige tijd buiige neerslag, in delen van het land deels in de vorm van sneeuw, waarbij lokaal een dun en tijdelijk sneeuwdek ontstond. In de hogere delen van Zuid-Limburg groeide het sneeuwdek lokaal aan tot ca. 8 cm. Na passage van het front klaarde het op waarna er gladheid ontstond door bevriezing. Bovendien vormde zich lokaal mist. Overdag op de 3e vielen nog enkele winterse buien. De maxima in dit tijdvak waren 5 tot 7 C, op de 3e in het oosten enkele graden lager.
Tijdvak 4 – 8 december
Een depressie trok in dit tijdvak al opvullend van het zeegebied ten zuiden van IJsland, via de Britse eilanden en onze omgeving, naar de Baltische staten. Na passage van het laag vormde zich boven de Britse Eilanden een hogedrukgebied dat zich verplaatste naar Midden-Europa. Op 4 december trok een occlusie van het laag vergezeld van sneeuw en regen over het land. Na passage vielen enkele buien. De buiigheid hield op de 5e aan, met name in de kustgebieden. Op 6 december werden de buien onderdrukt door het naderbij komen van het hogedrukgebied. Op de 7e was het vrij zonnig. Op de 8e werd er in de grenslaag vrij koude en vochtige lucht vanuit Frankrijk aangevoerd. Er waren wolkenvelden en lokaal was er mist. De maxima in dit tijdvak liepen op van 5 tot 7 C op de 4e naar 7 tot 9 C op de 7e. Op 8 december waren er de maxima in het zuiden in bewolking van ca. 2 C, elders tot 7 C.
Tijdvak 9 – 11 december
Aan de oostflank van een noordzuid georiënteerd hogedrukgebied ten westen van de Britse Eilanden stond boven onze omgeving een noordstroming. In de hogere luchtlagen was een hoogtetrog aanwezig van Noorwegen over onze omgeving tot aan Algerije. Het polaire front passeerde op 9 december. Er viel enige regen, in de oostelijke helft ook sneeuw en/of ijsregen. Lokaal ontstond een sneeuwdek. Na de frontpassage vielen er enkele buien. Een lagedrukgebied, op de 9e voor de Noorse kust, trok zuidwaarts en kwam op 10 december aan voor de Nederlandse westkust. De depressie werd hier stationair en vulde geleidelijk op. Het laag veroorzaakte vooral in de westelijke kustgebieden op de 10e en 11e buien. Daarbij werd in Zuid-Holland op een aantal plaatsen 30 tot ruim 40 mm afgetapt in een etmaal. De maxima in dit tijdvak liepen uiteen van ca. 2 tot 6 C.
Tijdvak 12 – 16 december
Boven Scandinavië was in dit tijdvak een hogedrukgebied aanwezig. In de bovenlucht was ook in dit tijdvak een langgerekte trog aanwezig van de Britse Eilanden tot Noord-Afrika. Uit deze trog snoerde zich een hoogtelaag af dat richting de Middelandse Zee trok. Dit resulteerde in een diffluente blokkade boven onze omgeving. Op de 12e vielen in het noordwesten nog enkele buitjes, elders speelde het weer zich af in de grenslaag. Er dreven velden stratus over en lokaal kwam ook mist voor. De maxima liepen uiteen van 6 C in het noordwesten tot 1 C in het oosten. Een bij het hoogtelaag behorende occlusie werd op de 13e stationair boven de zuidelijke Noordzee. In het zuidwesten viel wat lichte regen, lokaal ook ijsregen. Elders wisselden zon en wolken elkaar af in een toenemende zuidooststroming. Met maxima van 1 tot 3 C was het koud. Op de 14e trok de occlusie westwaarts. Er trokken wolkenvelden over het land. De maxima waren 4 tot 6 C. Ook op de 15e was het in een groot deel van het land grijs, bij maxima van 3 tot 4 C. In het noorden was het echter vrij zonnig. De opklaringen trokken traag zuidwaarts. In de nacht van 15 op 16 december ontstond op uitgebreide schaal dichte mist. Overdag ging de mist over in stratus. Daarbij lag de temperatuur lange tijd iets onder het vriespunt, in de avond verdween de vorst in vrijwel het hele land.
Tijdvak 17 – 24 december
In dit tijdvak stond er een weststroming tussen depressies boven het noordelijk deel van de oceaan en een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich geleidelijk verplaatste van de Azoren naar Frankrijk. Uiteindelijk kwam het zwaartepunt van het hoog boven onze omgeving te liggen waardoor de stroming zwak werd. Op 17 december trok in de vroege ochtend een frontaal systeem van west naar oost over het land. Er viel wat lichte (mot)regen, in het zuidoosten trad daarbij ijzelvorming op. Later op de dag klaarde het vanuit het westen op, maar lokaal ontstond mist. Op de 18e passeerde een warmtefront van een laag voor de Noorse kust. Er viel wat motregen. In de warme sector was het nevelig. In de nacht van 18 op 19 december passeerde het koufront van de depressie met wat regen. Op de 19e waren er zonnige perioden onder invloed van een zwakke trekrug. In de nacht van 19 op 20 december volgde opnieuw regen. De neerslag hing samen met de passage van een frontaal systeem van een depressie die noord van Schotland oostwaarts trok. Op de 20e was het bewolkt. Het koufront bleef slepen boven het zuiden van het land en veroorzaakte vooral daar wat (mot)regen. Het slepende front trok op de 21e als warmtefront noordoostwaarts weg. De bewolking overheerste. In de nacht van 21 op 22 december passeerde een volgend koufront met plaatselijk wat motregen. Overdag waren er vooral in de noordelijke helft flinke perioden met zon. Nabij de hogedrukkern werd de stroming op 23 en 24 december veranderlijk. Er dreven wolkenvelden over. In het zuidoosten kwam op de 23e zeer dichte mist voor. Het was in dit tijdvak meest zacht voor de tijd van het jaar met maxima van 8 tot ca. 11 C en weinig dagelijkse gang. Op de 23e en 24e lagen de maxima enkele graden lager, zo ook op de 17e in het oosten van het land.
Tijdvak 25 – 31 december
Het zwaartepunt van eerdergenoemd hogedrukgebied trok op de 25e naar het zuiden van Scandinavië waardoor boven onze omgeving een ooststroming tot stand kwam waarmee koude lucht werd aangevoerd. In de loop van het tijdvak verplaatste het zwaartepunt zich richting Oekraïne. Er bleef echter een uitloper tot boven de Noordzee aanwezig waardoor de stroming zuidoost werd. Op de laatste dag van het jaar steeg de luchtdruk boven de Britse Eilanden, waardoor de stroming een aanlandige component kreeg. Op Eerste Kerstdag klaarde het vanuit het noordoosten geleidelijk op. Van 26 tot en met 30 december was het overwegend helder. Op 31 december waren er gebieden met lage stratus en dichte mist, elders scheen de zon. De maxima waren op de 25e 5 tot 7 C, daarna lagen ze rond het vriespunt. Op de 30e en 31e was het maximum lokaal niet hoger dan ca. -3 C. Tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen aanvankelijk licht, vanaf de 28e lokaal matig en vanaf de 30e lokaal streng.

Rob Sluijter