Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2009
Tijdvak 1 – 3 januari
Een hogedrukgebied bij IJsland had in dit tijdvak een uitloper tot boven onze omgeving. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich naar de Britse Eilanden. Boven ons land stond een zwakke noordstroming. Op 1 januari was het bewolkt. Een zwak koufront veroorzaakte in de loop van de dag wat (winterse) neerslag, lokaal met ijzelvorming. In het zuidoosten bleef het vriezen, in het noordwesten werd het maximaal ca. 4 C. Het koufront trok in de nacht van 1 op 2 januari zuidwaarts weg. Op de 2e was het in het zuiden bewolkt, in het noordwesten vrij zonnig. De maxima lagen iets boven het vriespunt, in de nacht van 2 op 3 januari vroor het licht tot matig. Op de 3e wisselden zon en wolken elkaar af bij maxima van 0 C in het zuidoosten tot 4 C in het noordwesten.
Tijdvak 4 – 6 januari
Een vlak lagedrukgebied trok op 4 januari van Denemarken naar Polen. Hiermee samenhangend trok op de 4e en tijdens de nacht van 4 op 5 januari, een frontale zone over ons land zuidwaarts. Dit ging gepaard met regen, maar in de zuidoostelijke helft van het land viel sneeuw. Daarbij vormde zich een sneeuwdek tot lokaal ca. 12 cm in Limburg. Tussen IJsland en Noorwegen was inmiddels een hogedrukgebied tot ontwikkeling gekomen. Dit systeem trok zuidwaarts waarbij de as op de 6e boven ons land kwam te liggen. Op de 5e hing in het zuiden eerst nog bewolking, elders was het zonnig. Op de 6e was het overal zonnig. Op de 4e werd het 1 tot 5 C, op de 5e lag het maximum rond het vriespunt. Op de 6e overdag bleef het in het zuidoosten ca. 8 C vriezen, op de Wadden werd het ca. 2 C. Tijdens de nacht van 5 op 6 januari vroor het in het zuidoosten van het land 18 tot 20 C. Elders, en ook tijdens de nacht van 4 op 5 januari, vroor het meestal licht tot matig.
Tijdvak 7 – 11 januari
Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied trok in dit tijdvak van de Britse Eilanden naar Zuidoost Europa. Aan de oostzijde van dit hoog trok op de 7e een frontaal systeem over ons land zuidwaarts. In het noorden en midden viel wat regen, met lokaal forse ijzelvorming. In de nacht van 7 op 8 januari ontstond op veel plaatsen laaghangende bewolking of dichte mist. Bewolking en mist waren op de 8e hardnekkig. Bovendien sneeuwde de mist her en der uit. Op de 9e was in het zuidwesten en noorden nog steeds bewolking en mist aanwezig, elders was het zonnig. Op de 10e en 11e was het in het gehele land zonnig. Op de 7e liepen de maxima uiteen van 5 C in het noordwesten tot -3 C in het zuidoosten. Van 8 tot en met 10 januari lagen de maxima in een groot deel van het land enkele graden beneden nul. Op de 11e kwamen de maxima overal boven het vriespunt. Tijdens de nachten vroor het meest matig, boven sneeuw in het zuidoosten streng en soms zeer streng.
Tijdvak 12 – 16 januari
Frontale storingen van een depressie, die van IJsland oostwaarts trok, passeerden op de 12e en 13e het land. In de loop van de 12e begon het in het noordwesten af en toe te regen. In de nacht van 12 op 13 januari verplaatste de regen zich naar de zuidoostelijke helft van het land. Op de 13e bleef de frontale zone door golfvorming daar slepen. Gevolg was langdurige regen. Elders was het nevelig, aan de lijzijde van ijsvlakten kwam ook mist voor. Op de 14e bouwde zich een hogedrukgebied op met centra boven Scandinavië en Centraal Europa. Dit systeem bleef tot het einde van dit tijdvak aanwezig. Geleidelijk stelde zich boven de oceaan een sterke zonale stroming in, die zich uiteindelijk tot over het Noordzeegebied uitbreidde. Op de 14e en 15e trokken wolkenvelden over, op de 15e was het in het zuidoosten echter zonnig. Op de 16e nam de bewolking toe op de nadering van een front. Er volgde wat motregen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 4 tot 7 C.
Tijdvak 17 – 21 januari
Er was in dit tijdvak sprake van een cyclonale zuidweststroming rond een complex lagedrukgebied boven het noordelijk deel van de oceaan. Een eerste occlusie vergezeld van regen trok op de 17e over het land. In de nacht van 17 op 18 januari trok een volgend frontaal systeem met regen over het land. Na passage volgden op de 18e overdag enkele buien, in het zuiden lokaal met onweer. Ook 19 januari stond in het teken van de passage van een complex frontaal systeem behorende bij een randstoring die over de Noordzee naar het noordoosten trok. In de ochtend viel enige tijd regen; in de avond op een koufront buiige regen, lokaal met onweer. In de nacht van 19 op 20 januari veroorzaakte een trog enkele buien. Op de 20e viel nog her en der een bui. 21 januari verliep bewolkt maar droog.
Tijdvak 22 – 24 januari
Ook in dit tijdvak was er sprake van een zuidweststroming rond een depressie ten zuiden van IJsland. Op 22 januari veroorzaakte de passage van een frontale storing van de depressie bewolking en enige tijd regen, plaatselijk vooraf gegaan door natte sneeuw. Een randstoring, op de 22e ten zuidwesten van Ierland ontstaan uit een golf in het polaire front, trok op de 23e over ons land om op de 24e boven Denemarken op te vullen. In de nacht van 22 op 23 januari begon het te regenen. Er bleven perioden met regen tot in de avond van de 23e. Op flink wat plaatsen viel 20 tot 30 mm. Veel weerstations noteerden daarbij de op twee na laagste luchtdruk in zeker honderd jaar en de laagste ooit in januari gemeten. De laagste luchtdruk werd gemeten in Hoek van Holland: 961,0 hPa. Op de 24e wisselden wolken en wat zon elkaar af. De maxima in dit tijdvak waren 5 tot 7 C, op de 21e wat lager en op de 23e in het zuiden enkele graden hoger.
Tijdvak 25 – 31 januari
Boven Midden-Europa kwam op de 25e een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Het zwaartepunt trok gedurende het tijdvak naar Scandinavië. Depressies waren aanwezig ten westen en zuidwesten van de Britse Eilanden. Door deze ontwikkeling draaide de stroming geleidelijk naar zuidoost en nam in kracht toe. Daarbij werd droge, continentale lucht aangevoerd. Op de 25e was in het noorden lage bewolking aanwezig, die verdween, in het zuidwesten kwam middelbare bewolking op. Deze behoorde bij een front van een depressie bij Ierland Elders was het zonnig. Ook op de 26e was in het zuidwesten nog frontale bewolking aanwezig. In het noordoosten was het zonnig. Op 27 januari hing in het noordoosten en zuidwesten laaghangende bewolking. Elders waren er zonnige perioden. Deze situatie veranderde niet wezenlijk op de 28e. Van 29 tot en met 31 januari was het in het grootste deel van het land zonnig. In het noordoosten van het land dreef echter regelmatig laaghangende bewolking binnen vanuit Duitsland. De maxima in dit tijdvak daalden geleidelijk van 5 tot 6 C op de 25e naar -1 tot 4 C op de 28e . Daarna lagen de maxima tussen ca. 1 en 5 C. Tijdens de nachten vroor het licht tot matig.

Rob Sluijter