| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2009
Tijdvak 1 – 4 februari
Een hogedrukgebied, bij aanvang van het tijdvak boven Scandinavië, trok naar Rusland en verloor haar invloed op het weer in onze omgeving. Een complex lagedrukgebied trok in dit tijdvak van het Iberisch Schiereiland naar de Britse Eilanden en werd geleidelijk bepalend voor het weer. Op 1 februari stond er een stevige ooststroming met aanvoer van koude lucht. De maxima lagen rond het vriespunt. Wolken en zon wisselden elkaar af, plaatselijk viel een lichte sneeuwbui. Op de 2e trok een warmtefront van de depressie van zuidoost naar noordwest over het land. Vooral in het zuidwesten viel enige tijd sneeuw waarbij een tijdelijk dun sneeuwdek ontstond. De maxima liepen uiteindelijk op naar 2 tot 5 C. Op 3 februari trok het koufront van het laag van zuid naar noord activerend over het land. Regen en sneeuw gingen over in sneeuw en op veel plaatsen ontstond in de avond een dun sneeuwdek. In het oosten was er overdag eerst veel zon bij een maximumtemperatuur van 7 C. Elders werd het 2 tot 4 C. Op de 4e was het bewolkt bij maxima van 1 tot 3 C. Plaatselijk viel nog wat sneeuw en lokaal kwam mist voor. Tijdens de nachten vroor het in dit tijdvak op veel plaatsen licht.
Tijdvak 5 – 8 februari
Er was in dit tijdvak een omvangrijke hoogtetrog aanwezig boven West-Europa. De as van de noordzuid georiënteerde trog verplaatste zich langzaam oostwaarts. Aan de grond was een complex lagedrukgebied aanwezig boven West-Europa. Ook dit laag verplaatste zich langzaam oostwaarts. Een frontale storing trok op de 5e vergezeld van regen van zuid naar noord over het land. Op 6 februari was het in het oosten vrij zonnig. In het westen was het bewolkt en vielen enkele buien. Een occlusie trok op de 7e over het land met wat regen en/of sneeuw. Vanuit het noordwesten klaarde het daarna op. Op de 8e was het wisselend bewolkt met enkele buien. In de loop van het etmaal werd de buiigheid onderdrukt door het van het westen naderbij komen van een rug van hoge druk. De maxima in dit tijdvak waren eerst 5 tot 9 C, op de 7e en 8e 3 tot 6 C.
Tijdvak 9 – 15 februari
Op 9 februari lag er ten westen van Portugal een depressie. Dit laag trok noordoostwaarts via ons land (10e) naar de Baltische Staten waar het op de 12e aankwam. Tussen het laag en een hogedrukgebied met het zwaartepunt nabij de Britse Eilanden stelde zich een noordweststroming in. Een occlusie passeerde op de 9e in de nacht en ochtend met wat sneeuw of regen waarbij in het noorden lokaal een dun sneeuwdek ontstond. In de avond volgde het warmtefront van de eerdergenoemde depressie. Er viel regen en in de noordelijke helft ook sneeuw. Plaatselijk ontstond een sneeuwdek. Op de 10e, toen de depressie over ons land trok, vielen buien en daarna veroorzaakte een ingedraaide occlusie regen en/of sneeuw. In het zuidwesten stond enige tijd een harde wind uit het noordwesten. Bovendien kwamen daar zware windstoten voor. Op 11 februari scheen de zon af en toe. Vooral later op de dag zorgde een passerende trog voor een opleving van de buienactiviteit. Sommige buien waren winters van karakter. Op de 12e waren er perioden met zon, afgewisseld door een enkele winterse bui. In de nacht van 12 op 13 februari passeerde een warmtefrontafloper het land met wat regen en lokaal sneeuw. In de loop van de 13e kwamen er vanuit het noordwesten enkele opklaringen. Op de 14e lag het zwaartepunt van het hoog bij het Kanaal, bovendien trok de rugas over ons land zuidwaarts. Het was vrij zonnig. Aan de noordflank van de rugas werd op de 15e met een weststroming vochtige lucht aangevoerd. Een frontale storing, van een depressie boven de Noorse Zee, trok met regen en in het zuidoosten ook sneeuw over het land. Lokaal ontstond daar een dun tijdelijk sneeuwdek. De maxima in dit tijdvak waren ca. 2 tot 6 C. Op de 10e in een warme sector in het zuiden 10 C. Tijdens de meeste nachten kwam het tot lichte vorst, op de 14e en 15e vroor het plaatselijk matig.
Tijdvak 16 – 18 februari
Op het 500 hPa vlak bevond zich in dit tijdvak een rug die zich uitstrekte van Noorwegen naar de Britse Eilanden. Aan het oppervlak was sprake van 2 centra van hoge druk: een nabij Ierland en een boven Scandinavië. Op 16 februari stond aan de noordflank van het Ierse systeem boven onze omgeving een weststroming. Bovendien was boven ons land een frontale zone aanwezig. Het was bewolkt en overdag viel af en toe regen bij maxima van 6 tot 9 C. In nacht van 16 op 17 februari waren er perioden met regen. Op de 17e begon het zwaartepunt van het hoog boven Scandinavië zich zuidwaarts te verplaatsen. Door deze ontwikkeling trok de frontale zone boven ons land westwaarts en stroomde droge en minder zachte lucht vanuit het noordoosten binnen. In het noordoosten brak de bewolking, elders bleef het bewolkt met af en toe wat regen of sneeuw. De maxima liepen uiteen van 4 C in het noordoosten tot 7 C in het zuidwesten. In de avond breidden de opklaringen zich over het land uit, plaatselijk ging het licht vriezen. Op de 18e waren er perioden met zon bij maxima van 2 tot 4 C. In de avond vroor het weer licht.
Tijdvak 19 – 23 februari
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was (eerdergenoemd) hogedrukgebied met het zwaartepunt nabij Ierland. Aan de noordoostflank van dit systeem stond boven onze omgeving een westnoordweststroming. Op 19 februari trok een warmtefront van noordwest naar zuidoost over het land. Er viel af en toe regen en/of sneeuw. In de avond brak de bewolking. Plaatselijk ontstond mist en kwam het tot lichte vorst. Op de 20e trok een zwak koufront over het land. Het was, met uitzondering van Zeeland, bewolkt en er viel wat motregen. Op 21 februari was in het westen ruimte voor de zon, in het oosten bleef het bewolkt. In de nacht van 21 op 22 februari volgde (mot)regen, vooral in het oosten en samenhangend met de passage van een warmtefront. Op de 22e overdag bleef het bewolkt. Een koufront veroorzaakte wat (mot)regen. Op de 23e was er in het noordwesten wat zon, elders bleef het bewolkt met opnieuw plaatselijk wat motregen. De maxima in dit tijdvak waren 5 tot 8 C.
Tijdvak 24 – 28 februari
Aan de noordflank van een langgerekt westoost georiënteerd hogedrukgebied ten zuiden van ons land stond boven onze omgeving een weststroming. De aangevoerde lucht was vochtig en zacht. Op de 24e was het bewolkt, met in het noorden wat motregen. Later kwamen er in het westen enkele opklaringen voor. Op de 25e trok een zwak warmtefront en koufront over het land. Op enkele opklaringen in het zuidoosten na, was het bewolkt met wat (mot)regen. Op 26 februari waren er eerst opklaringen. Een randstoring veroorzaakte in de avond vooral in het noorden (mot)regen. 27 februari verliep bewolkt met perioden met motregen. Ook de 28e ging bewolkt van start. In de loop van de dag kwamen er in het zuiden enkele opklaringen. De maxima in dit tijdvak liepen op van 5 tot 8 naar 7 tot 10 C.
Rob Sluijter
|
|
|