| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2009
Tijdvak 1 – 4 maart Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een depressie die van de oostkust van Groenland naar de Britse Eilanden trok. Op 1 maart bevond ons land zich in een brede warme sector. Af en toe scheen de zon. Een kleine randstoring, direct gevolgd door een koufront, trok in de nacht van 1 op 2 maart over het land. Vooral in het noorden viel regen. Op de 2e klaarde het vanuit het zuidwesten geleidelijk op, onder invloed van een sneltrekkende rug van hoge druk. Een frontaal systeem van de depressie kwam op de 3e juist voor de kust parallel aan de hoogtestroming noordoostzuidwest georiënteerd te liggen. In het zuidoosten scheen soms de zon. Elders was het bewolkt met af en toe wat motregen. De situatie wijzigde aanvankelijk niet op de 4e met nu in het noordoosten wat zon, elders bewolkt met af en toe regen. In de avond trok de frontale zone traag naar de oostelijke helft van het land. De maxima in dit tijdvak waren 7 tot 11 C, in de warme sector op de 1e 8 tot 13 C.Tijdvak 5 – 9 maart Aanvankelijk bevond zich boven onze omgeving een zadelgebied, waarin eerder genoemd front vrijwel stationair noordzuid georiënteerd boven ons land lag. Geleidelijk kwam een weststroming op gang tussen een depressie, die van IJsland naar de Noorse kust trok, en het hogedrukgebied der Azoren dat een uitloper naar Midden-Europa ontwikkelde.Op 5 en 6 maart was het vooral in het zuidwesten van het land vrij zonnig. In de oostelijke helft van het land viel onder invloed van het front af en toe (mot)regen. In de nacht van 6 op 7 maart werd het overal droog. Lokaal onstond mist. Overdag op de 7e wisselden zon en wolken elkaar af. In de avond trok een occlusie van west naar oost over het land. Vooral in het noorden ging de passage vergezeld van regen. Een koufront trok vergezeld van regen in de vroege ochtend van de 8e oostwaarts. Daarna waren er opklaringen. In de avond passeerde een trog. Rond de passage trok de wind langs de kust enige tijd aan tot hard. Er vielen enkele buien, lokaal met hagel of natte sneeuw. Bovendien gingen de buien soms vergezeld van windstoten. Ook op de 9e vielen enkele buien, soms met een winters karakter. De maxima waren in dit tijdvak met ca. 7 à 10 C vrij normaal voor de tijd van het jaar.Tijdvak 10 – 15 maart Een kleine depressie trok op de 10e van Engeland over ons land naar Duitsland. Er viel enige tijd regen. Aan de noordoostflank van een hoog boven de Golf van Biscaje werd op de 11e polaire lucht aangevoerd. Aan zee was het zonnig, in het binnenland ontstond convectieve bewolking. Het zwaartepunt van het hoog lag op 12 maart boven Midden-Europa. Aan de noordflank van dit systeem trok een warmtefront en koufront van een laag bij IJsland over ons land. Het was bewolkt met wat regen, na passage van het koufront volgden opklaringen. Op de 13e waren er zonnige perioden alhoewel de zon soms behoorlijk werd versluierd door hoge bewolking. Op 14 maart lag het zwaartepunt van het hoog ten westen van Portugal. Een depressie trok over de noordelijke Noordzee en kwam op de 15e boven Polen. Er passeerde op de 14e een koufront van de depressie met wat motregen. Op de 15e veroorzaakte een ingedraaide occlusie van het laag, vooral in het noorden veel bewolking en wat motregen. In het zuidwesten bleef het zonnig. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van 6 tot 10 C naar 10 tot 14 C op de 14e. Op de 15e lag het maximum weer enkele graden lager.Tijdvak 16 – 21 maart Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een krachtig blokkerend hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich in de omgeving van het Noordzeegebied ophield. Op de 16e was het in het zuidwesten zonnig. Elders waren wolkenvelden aanwezig, die geleidelijk verdwenen, het laatst in het noordoosten. Het inactieve koufront van een depressieboven Scandinavië, trok op de 17e vergezeld van een deformerende wolkenband van noord naar zuid over het land. In de nacht van 17 op 18 maart ontstond lokaal mist of laaghangende bewolking. Nadat mist en wolken waren opgelost, werd het op de 18e overal zonnig. Een inactief front dat van noord naar zuid trok, veroorzaakte op de 19e tijdelijk ook enkele wolkenvelden, overigens waren er zonnige perioden. De 20e en 21e verliepen in het hele land zonnig. Tijdens de nachten kwam het plaatselijk tot lichte vorst. De maxima waren aanvankelijk ca. 8 tot 14 C, vanaf de 19e 8 tot 11 C.Tijdvak 22 – 24 maart Een uitdiepende depressie trok in dit tijdvak van Zuid-Scandinavië naar het westen van Rusland. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied met zwaartepunt ten zuidwesten van Ierland, stond boven onze omgeving een noordweststroming. In de vroege ochtend van de 22e passeerde een glazen koufront. Overdag wisselden zon en wolken elkaar af. In de nacht van 22 op 23 maart veroorzaakte een over de noordelijke Noordzee trekkende golf in het polaire front, in het noorden af en toe motregen. Het polaire front passeerde op de 25e ons land vergezeld van buiige regen. Plaatselijk werd hagel en onweer waargenomen. De frontpassage ging lokaal vergezeld van zware windstoten. In de nacht van 23 op 24 maart passeerde een hoogtevore met enkele buien. Ook nu werd plaatselijk hagel en onweer waargenomen. In de ochtend van de 24e stabiliseerde de atmosfeer. In het noorden werd het vrij zonnig, in het zuiden bleef convectieve bewolking aanwezig. De maxima in dit tijdvak daalden van 9 tot 12 C naar 6 tot 9 C.Tijdvak 25 – 28 maart Het weer in dit tijdvak werd bepaald door twee opeenvolgende depressies nabij Schotland. Aan het eind van het tijdvak trok het tweede laag sterk opvullend naar ons land. In de nacht van 24 op de 25e passeerde een frontaal systeem met regen. Op de 25e vielen buien, in het zuidwesten waren ook flinke perioden met zon. 26 maart was een bewolkte en regenachtige dag. Er passeerde een frontaal systeem van de tweede depressie. Op de 27e werd onstabiele lucht aangevoerd. Daarin ontwikkelden zich buien. De hoogtetrog van de tweede depressie trok op de 28e van zuidwest naar noordoost over het land. Er viel geruime tijd buiige regen in een deel van het land. Later klaarde het op. De maxima in dit tijdvak waren ca. 7 à 10 C.Tijdvak 29 – 31 maart Op 29 maart ontwikkelde zich een uitloper van het Azorenhoog tot boven het Noordzeegebied. Deze uitloper bouwde zich uit tot een diffluent blokkerend hogedrukgebied met het zwaartepunt van Engelend naar Polen. Op de 29e viel een enkel licht buitje. Vooral aan zee overheerste de zon. Op de 30e was het in het hele land, op wat stapelwolkjes na, vrij zonnig. Op 31 maart veroorzaakte een zwak warmtefront in het noorden wolkenvelden, in het zuiden was het vrij zonnig. De maxima liepen op van 8 tot 10 C op de 29e naar 10 tot 15 C op de 31e.
Rob Sluijter
|
|
|