Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2009
Tijdvak 1 – 4 mei
Aan de noordflank van een hogedrukgebied met het zwaartepunt ten noorden van de Azoren en een uitloper tot boven Midden-Europa, stond boven onze omgeving een weststroming. Echter, op 1 mei zorgde een in betekenis afnemend hoog boven Scandinavië nog voor een aflandige stroming. Tijdens de eerste uren van de maand trok een uitdovend onweerscomplex vanuit Duitsland over het noordoosten van het land. Overdag waren er flinke perioden met zon, maar in het Waddengebied dreven regelmatig stratusvelden over. Op 2 mei passeerde vanuit het westen een occlusie vergezeld van enkele wolkenvelden. Op de 3e passeerde een volgende frontale storing. Vooral in het noorden viel enige tijd regen. Op 4 mei zorgde een zwakke rug van hoge druk voor flinke perioden met zon, met name in het binnenland afgewisseld door stapelwolken. Op de 1e werd het 15 tot 23 C en ook op de 2e werd het in het binnenland nog 20 C, daarna waren de maxima ca. 13 tot 16 C.
Tijdvak 5 – 8 mei
Tussen een hogedrukgebied met het centrum nabij de Azoren en een sturend lagedrukgebied voor de Noorse kust stond een weststroming. Door drukstijgingen boven het continent draaide de stroming in de loop van het tijdvak naar zuidwest. 5 mei was een bewolkte dag met af en toe (mot)regen, vooral in de tweede helft van het etmaal in de noordelijke helft van het land. Het werd maximaal 13 tot 15 C. Bewolking en neerslag werden veroorzaakt door een slepend en golvend frontaal systeem boven ons land, verbonden aan een randstoring die over de Noordzee oostwaarts trok. Op de 6e lag het front nog steeds boven ons land en veroorzaakte in een groot gebied wolkenvelden bij maxima van 14 tot 18 C. In de loop van de dag trok het front noordoostwaarts weg. Op de 7e waren er in het zuiden flinke perioden met zon bij ca. 20 C, in het noorden overheerste de bewolking bij maximaal 14 C. In de nacht van 7 op 8 mei trok een buienstoring over het zuidoosten van het land. Lokaal werd ook onweer waargenomen. Op de 8e overdag passeerde een koufront. Dit ging in de noordelijke helft gepaard met wat regen. Juist voor het koufront uit ontstonden enkele buien, lokaal met onweer. Bovendien kwamen zware windstoten voor. De maxima waren 15 tot 18 C.
Tijdvak 9 – 15 mei
Aan het begin van het tijdvak ontwikkelde zich een krachtig, blokkerend hogedrukgebied boven de Noordzee. Het zwaartepunt verplaatste zich geleidelijk naar het zeegebied tussen Noorwegen en Groenland. De luchtdruk boven het zuidwesten van Europa was laag. Het lagedrukgebied trok richting het Kanaal, de bijbehorende frontale zone bevond zich vrijwel het gehele tijdvak net ten zuiden en uiteindelijk boven ons land. Hierdoor waren er grote verschillen in het weer tussen het zuiden en noorden van het land. Op de 9e waren er perioden met zon, het meest in het noordwesten. In de avond veroorzaakte de frontale zone wat regen in het zuidoosten. Van 10 tot en met 13 mei werd er met een stevige ooststroming droge lucht aangevoerd. In het noorden was het helder en overdag zonnig, in het zuiden en soms in het midden veroorzaakte de frontale zone regelmatig wolkenvelden. Op de 11e en 12e viel in het zuidoosten enige tijd regen. Op de 13e ontstonden boven België enkele (onweers)buien, die in de avond het zuidwesten van ons land binnentrokken. Op de 14e trokken de buien over het westen van het land langzaam noordwaarts, boven het noorden van het land stagneerden ze en gingen over in een zone met buiige regen. Vanuit België trok in de namiddag en avond een gebied met regen en verscholen onweersbuien noordwaarts. In Zeeuws-Vlaanderen viel tot ca. 68 mm in ca. 6 uur met wateroverlast tot gevolg. Op 15 mei, met de complexe frontale zone boven ons land, ontstonden diverse gebieden met buiige regen en buienlijnen. Lokaal werd onweer waargenomen. In het noorden van het land viel de meeste regen; op veel plaatsen 10 tot 38 mm. De maxima in dit tijdvak liepen sterk uiteen van noord naar zuid. In het noorden werd het 12 tot 15 C, in het zuiden 18 tot 21 C.
Tijdvak 16 – 22 mei
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een complex lagedrukgebied boven de Britse Eilanden. Met een zuidweststroming werd onstabiele lucht aangevoerd. Aan het eind van het tijdvak vulde het laag op waarbij de hoogtetrog ons land passeerde. Op 16 mei nam de bewolking vanuit het zuidwesten toe op de nadering van het golvende koufront van de depressie. In de avond volgde buiige regen. Voornamelijk in de westelijke provincies werd ook onweer waargenomen. Daar viel 10 tot ruim 40 mm neerslag. Op de 17e trok de regen naar het noorden weg. Af en toe scheen de zon, afgewisseld door een bui. Op 18 mei waren er flinke perioden met zon. Convectieve bewolking rangschikte zich in straten. Lokaal werd het buienstadium bereikt. Ook op de 19e waren er flinke perioden met zon. Een trog veroorzaakte later op de dag enkele buien, met name in het oosten van het land. De 20e verliep overal droog. In het noordwesten was het vrij zonnig, meer naar het zuidoosten kwamen (hoge) wolkenvelden voor. Op de 21e trok veel hoge bewolking over, behorende bij de straalstroom. Vanuit het westen trok een glazen koufront over. In het noordoosten ontstond een bui. Meer buien ontstonden er in het oosten op de 22e, rond de passage van de hoogtetrog. Er werd ook onweer waargenomen. Boven het IJsselmeer werd een waterhoos waargenomen. Overigens waren er ook perioden met zon, vooral in het zuidwesten. De maxima in dit tijdvak liepen op van 16 tot 19 C op de 16e, naar ca. 17 tot 23 C vanaf de 19e. Op de 22e werd het 16 tot 21 C.
Tijdvak 23 – 26 mei
Er was in dit tijdvak sprake van een rug van hogedruk die zich uitstrekte van de Azoren via de Noordzee naar Midden-Europa. Boven Zuidwest-Europa was de druk laag. Een thermisch laag trok in de nacht van 25 op 26 mei over ons land noordwaarts. Op 23 mei waren er zonnige perioden bij maxima van 18 tot 23 C. Een trog en een frontaal systeem, beide behorende bij het lagedrukgebied, veroorzaakten in de avond in het zuiden wat regen. De 24e verliep zonnig. In het zuidoosten werd het 26 C, in het noordwesten 16. Op de 25e waren er zonnige perioden bij maxima van 19 tot 29 C. In de avond ontwikkelden zich boven het westen van het land enkele zware onweerscomplexen. In de vroege ochtend van 26 mei trok een actief onweerscomplex over vrijwel het gehele land. In totaal werden ca. 69000 ontladingen geregistreerd. Ook kwamen lokaal windstoten voor tot ca. 105 km/uur. Uit de omgeving van Woensdrecht werd hagel gemeld met een doorsnede van 5 cm. In een strook van Zuid-Holland naar de Noordoostpolder viel op een aantal plaatsen 40 tot 58 mm neerslag. De buien veroorzaakten grote overlast en schade. Op de 26e passeerde, na het doortrekken van het thermisch laag, een koufront. Het was bewolkt met af en toe nog wat regen. In de avond klaarde het op. De maxima waren 17 tot 24 C.
Tijdvak 27 – 31 mei
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied trok in dit tijdvak van de Golf van Biscaje naar Zuid-Scandinavië. De stroming draaide boven onze omgeving van west naar noordoost. Aan de noordflank van het hoog trok op de 27e een lagedrukgebied over de Noordzee oostwaarts. Onder invloed van het frontale systeem van het laag nam de bewolking toe en viel wat (mot)regen. Dit systeem, stagnerend en oplossend, veroorzaakte ook op de 28e nog voor wolkenvelden in het zuiden. In het noorden was het vrij zonnig. Van 29 tot en met 31 mei was het zonnig. Op de 31e ontstond in het oosten en zuiden wel wat convectieve bewolking. Lokaal viel een bui. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van 14 tot 17 C op de 27e, naar 19 tot 24 C op de 31e.

Rob Sluijter