Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2009
Tijdvak 1 – 5 juni
Een hogedrukgebied nabij IJsland had op de 1e een uitloper over de Noordzee tot boven Rusland. Boven onze omgeving stond een ooststroming waarmee warme lucht werd aangevoerd. Het was zonnig, maar in het zuidoosten ontwikkelden zich enkele buien, lokaal met onweer. De hogedrukuitloper was op de 2e verdwenen en had plaats gemaakt voor een rug van hoge druk tot boven de Britse eilanden. Boven Scandinavië ontwikkelde zich een omvangrijk lagedrukgebied. Tussen beide systemen draaide de stroming naar het noorden en werd koele, arctische lucht aangevoerd. Op de 2e was er aanvankelijk regionaal lage bewolking aanwezig, spoedig werd het overal zonnig. Op 3 juni waren er wolkenvelden, afgewisseld door wat zon. De bewolking behoorde bij een inactief koufront. In de nacht van 3 op 4 juni begonnen er meest lichte buien te vallen. Het licht buiige weer hield op de 4e overdag en de 5e aan, alhoewel op de laatste dag de zon overheerste. De meeste neerslag viel stroomafwaarts ten zuidoosten van het IJsselmeer. De maxima in dit tijdvak daalden van 20 tot 27 C op de 1e naar 13 tot 16 C op de 4e en 5e.
Tijdvak 6 – 11 juni
Het zwaartepunt van eerdergenoemd hogedrukgebied lag in dit tijdvak boven Groenland. Het weer in onze omgeving werd bepaald door enkele depressies die van de Golf van Biscaje via onze omgeving naar het noordoosten trokken. Na een heldere en koude nacht, met lokaal vorst aan de grond, was het op de 6e in het noordwesten zonnig. In het zuidoosten en later oosten was het bewolkt. Deze bewolking behoorde bij een occlusie die over Duitsland noordwaarts trok. Langs onze oostgrens viel enige regen. Op de 7e trok een laag over ons land. De om het laag gedraaide occlusie veroorzaakte buiige regen, en later in het zuiden een buienlijn, plaatselijk met onweer. Op flink wat plaatsen viel 10 tot ruim 20 mm neerslag. Op de 8e werd het pas droog in het noordoosten. Er volgden overal zonnige perioden. In de nacht van 8 op 9 juni veroorzaakte de occlusie van een volgende depressie enige regen, met name in de westelijke kustgebieden. Overdag op de 9e kwamen in de zuidoostelijke helft van het land buien tot ontwikkeling, soms met onweer. Plaatselijk viel 10 tot 25 mm neerslag. Bij Fijnaart werd een hoos waargenomen. Het frontale systeem van een depressie veroorzaakte op de 10e buiige regen. Deze neerslag trok op de 11e in de ochtend naar het noordoosten weg. Op de meeste plaatsen viel 10 tot 30 mm neerslag. Daarna waren er opklaringen, afgewisseld door enkele buien, in het zuiden soms met onweer. De maxima in dit tijdvak waren ca. 15 tot 20 C, op de 9e in het zuidoosten tot 23 C.
Tijdvak 12 – 17 juni
Aanvankelijk lag er ten westen van Ierland een stationair laag dat geleidelijk opvulde, terwijl boven Midden-Europa een hogedrukgebied tot ontwikkeling kwam. Op 12 juni was het aan zee zonnig, in het binnenland ontstond cumuliforme bewolking. In de avond werd het helder. Er volgde een koude nacht met lokaal vorst aan de grond. Afgezien van wat platte cumuli en een enkel wolkenveld overheerste op de 13e de zon. Op de 14e trok een golvend koufront van de depressie al deformerend over het land. In de zuidelijke helft van het land viel enige tijd regen, plaatselijk 10 tot ca. 25 mm. In het noorden waren flinke zonnige perioden en bleef het droog. In het golvende front ontstond op de 15e boven Frankrijk een klein lagedrukgebied, dat over Duitsland naar het noordoosten trok. In het zuidoosten overheerste door deze ontwikkeling op de 15e de bewolking en viel enige tijd regen. Elders waren zonnige perioden. In de nacht van 15 op 16 juni veroorzaakte een hoogtetrog gekoppeld aan een occlusie vanuit het zuidwesten buien, soms met onweer en lokaal ook hagel. De trog, vergezeld van buiige regen, trok op de 16e oostwaarts weg waarna een vanuit het zuidwesten opbouwende rug van hogedruk zorgde voor een stabilisatie van het weer. Op de 17e had zich uit de rug een hogedrukgebied ontwikkeld boven onze omgeving. Dit hoog trok snel oostwaarts. Er waren flinke perioden met zon. De maxima in dit tijdvak waren meestentijds 17 tot 21 C, op de 17e enkele graden hoger.
Tijdvak 18 – 21 juni
Een depressie, op de 18e oost van IJsland, trok naar Scandinavië en vulde op. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied ten zuidweszuidwesten van Ierland stelde zich een noordweststroming in. In de nacht van 17 op 18 juni passeerde een koufront van de depressie met wat lichte regen. Op de 18e wisselden zon en stapelwolken elkaar af. Een volgend koufront trok met wat regen in de nacht van 18 op 19 juni over het land. Op de 19e waren er flinke perioden met zon, in de oostelijke helft van het land bereikten stapelwolken het buienstadium. Deze situatie wijzigde niet wezenlijk op de 20e en 21e . Het meest was de zon langs de kust te zien, in het binnenland ontstond stapelbewolking met vooral in de oostelijke helft van het land enkele buien, lokaal met onweer. De maxima waren in dit tijdvak 16 tot 20 C, maar op de 18e werd het 18 tot 24 C.
Tijdvak 22 – 25 juni
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich verplaatste van de Noordzee naar de Noorse zee. Met een ooststroming werd steeds warmere lucht aangevoerd. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van 17 tot 20 C naar 22 tot 27 C. De nachtelijke minima stegen van ca. 4 tot 10 C naar ca. 11 tot 16 C. Op 22 juni dreven enkele wolkenvelden vanuit Duitsland over het land, bovendien onstond in het binnenland convectieve bewolking. De bewolking was aan oplossing onderhevig. In de nacht van 22 op 23 juni onstond in het oosten en zuidoosten lage stratus. Overdag loste deze bewolking op waarna in het binnenland enkele stapelwolken ontstonden. Aan zee was het zonnig. Op de 24e was het zonnig, met uitzondering van het noorden waar in de nacht stratus van zee was binnengedreven. Deze bewolking loste geleidelijk op. Op 25 juni wat het vrij zonnig.
Tijdvak 26 – 30 juni
Eerder genoemd hogedrukgebied bleef ook dit tijdvak aanwezig boven het noorden van Scandinavië. Boven Centraal- en Oost-Europa was de luchtdruk laag. Een hoogtetrog trok vanuit Frankrijk naar onze omgeving. Aan het oppervlak kwam in de loop van de 26e een vore van lage druk, van Noord-Holland naar Limburg, over ons land te liggen. Deze vore bleef tot en met de 29e vrijwel stationair aanwezig. Op de 26e trokken er met name over het noordoosten veel wolkenvelden. In het zuidwesten was het vrij zonnig. In de avond trokken enkele onweersbuien traag vanuit Duitsland over ons land. In Eerbeek viel in korte tijd 51 mm. Op de 27e overheerste de bewolking. In de loop van de dag kwamen op de convergentielijn buien, lokaal met onweer en hagel, tot ontwikkeling. Door de trage verplaatsing van de buien ontstond met name in Limburg lokaal wateroverlast. In de nacht van 27 op 28 juni ontstond ten zuiden van de vore lage stratus en/of mist. Overdag loste deze op. Op de vore kwamen opnieuw enkele buien tot ontwikkeling boven de provincie Utrecht, lokaal met wateroverlast tot gevolg. In de nacht van 28 op 29 juni ontstond ten zuiden van de vore opnieuw lage stratus en/of mist. Nadat deze waren opgelost waren er overal zonnige perioden, met in het oosten nog een enkele bui. In de loop van het etmaal trok de vore naar Noord-Duitsland. Op de 30e werd het hogedrukgebied boven Scandinavië bepalend voor het weer in het hele land. Er waren flinke zonnige perioden. Het was dit tijdvak vrij warm en broeierig bij maxima van ca. 21 C tot 29 C.

Rob Sluijter