Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
September 2009
Tijdvak 1 – 5 september
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door twee opeenvolgende depressies. Het was wisselvallig en aan zee stond geregeld veel wind. De eerste depressie lag op 1 september boven Schotland en trok al opvullend noordoostwaarts. Het koufront passeerde overdag ons land met af en toe regen. Voor het koufront uit werd het in het oosten nog 25 C, in het westen lagen de maxima rond 21 C. In de avond veroorzaakte een trog enkele buien, lokaal met onweer. Op de 2e was er vooral in het zuidoosten ruimte voor de zon. Met name in het noordwesten kwamen buien voor. Het werd maximaal 19 tot 22 C. In de nacht van 2 op 3 september passeerde een regengebied van zuidwest naar noordoost. De regen behoorde bij een frontaal systeem van de tweede, uitdiepende depressie, die over de Britse Eilanden naar de Noordzee trok. Op de 3e overdag vielen er buien, lokaal met onweer en hagel. Aan zee stond een stormachtige wind. In het binnenland kwamen windstoten voor tot ca. 22 m/s. De meeste buien vielen in een strook van Den Haag naar Apeldoorn; 20 tot 33 mm. De depressie trok op 4 september van de Noordzee naar Noorwegen. Aanvankelijk vielen enkele buien. In de avond trok een rond het laag ingedraaide occlusie met buiige regen over het land. Daarbij trok de wind aan zee weer aan tot stormachtig. De ingedraaide occlusie werd in de nacht in het midden en noorden weer direct gevolgd door buien. In een strook van Noord-Holland naar de Veluwe viel opnieuw 20 tot 35 mm neerslag. Op de 5e begon de druk vanuit het zuiden te stijgen. Er waren zonnige perioden. In de loop van de dag verdwenen de buien die boven de (noord)oostelijke helft van het land waren ontstaan. Van 3 tot en met 5 september waren de maxima 17 tot 19 C.
Tijdvak 6 – 9 september
Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een gordel van hogedruk die zich uitstrekte van de Azoren via Midden-Europa naar Rusland. Aan de noordflank stond boven onze omgeving een zwakke zuidweststroming waarmee warme lucht werd aangevoerd. Een actieve depressie trok van het midden van de Oceaan via het zeegebied tussen IJsland en Schotland naar de Noordkaap. Op 6 september waren er wolkenvelden, afgewisseld door wat zon. Het werd maximaal 18 tot 20 C. Op de 7e veroorzaakte een over de noordelijke Noordzee trekkend frontaal systeem aanvankelijk vooral in het noorden bewolking. Elders, en later ook in het noorden, waren er perioden met zon bij maxima van 21 tot 25 C. Op 8 september was het zonnig. In het noorden werd het 25 C, in het zuidoosten lokaal 30 C. Het koufront van eerder genoemde depressie passeerde op 9 september, vergezeld van een wolkenband, van noordwest naar zuidoost. De maxima waren 20 tot 25 C.
Tijdvak 10 – 12 september
Een hogedrukgebied met het zwaartepunt boven de Britse Eilanden was in dit tijdvak bepalend voor het weer. Met een noordstroming werd polaire lucht aangevoerd. Op 10 september veroorzaakte een slepend front boven Duitsland, in het zuidoosten veel bewolking. Elders waren zonnige perioden. Op de 11e en 12e wisselden zon en wolken elkaar af. Tijdens de passage van een zwak koufront op de 12e viel lokaal wat lichte regen. De maxima in dit tijdvak lagen tussen 18 en 21 C.
Tijdvak 13 – 16 september
Een hoogtelaag trok in dit tijdvak van Zweden via Duitsland naar Frankrijk. Daar ging het laag op in een complex lagedrukgebied boven Zuidwest-Europa. Het eerder genoemde hogedrukgebied boven de Britse Eilanden trok naar Scandinavië terwijl een hoog boven de oceaan juist een uitloper naar de Britse Eilanden ontwikkelde. Op 13 september trok een koufront van het hoogtelaag plaatselijk vergezeld van wat lichte (mot)regen van noord naar zuid over het land. Na passage klaarde het geleidelijk op. Op de 14e was het in het noordwesten vrij zonnig. Elders ontstond door afkoeling in de hogere luchtlagen convectieve bewolking, het meeste in het zuidoosten. In de zuidoostelijke helft van het land kwam het tot buien, lokaal met onweer. In de nacht van 14 op 15 september trok een occlusie vanuit Duitsland naar ons land en kwam westoost georiënteerd stil te liggen boven het midden van ons land. Metname in het midden van het land viel regen. Overdag op de 15e bleef het in het midden bewolkt met af en toe regen. In het noorden en zuiden was het droog met af en toe zon. De occlusie trok op de 16e traag zuidwaarts weg. In het zuidoosten bleef het bewolkt, in het noorden was het vrij zonnig. De maxima in dit tijdvak waren 16 tot 20 C.
Tijdvak 17 – 20 september
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Britse Eilanden via de Oostzee naar Rusland. Een laag trok opvullend van Frankrijk via ons land naar de Duitse Bocht. Op 17 september werden in een noordooststroming wolkenvelden over het noorden van het land getransporteerd. In het zuiden was het zonnig. Op de 18e was het in een ooststroming overal zonnig. Op de 19e was het in het noorden zonnig. Elders dreven ook wolkenvelden over. Deze behoorden bij een occlusie van het laag. Na het doortrekken van het laag draaide de stroming op de 20e naar noord. In de nacht ontstond plaatselijk mist. Overdag wisselden zon en wolken elkaar af. De maxima in dit tijdvak stegen van 17 tot 19 C op de 17e naar 22 tot 25 C op de 19e. Op de 20e werd het 19 C tot 23 C.
Tijdvak 21 – 24 september
Er was in dit tijdvak sprake van een gordel van hogedruk met diverse centra rond de 47e breedtegraad. Actieve depressies trokken van de oceaan via IJsland naar Noorwegen. Boven onze omgeving stond een anticyclonale zuidweststroming. Op de 21e en 22e waren er zonnige perioden. Het zwakke koufront van een depressie bij Noorwegen bereikte in de nacht van 22 op 23 september ons land. Het bleef de 23e boven het zuiden van ons land slepen en trok pas op de 24e zuidwaarts weg. Op de 23e waren er in het noorden zonnige perioden, in het zuiden was het bewolkt en viel af en toe (mot)regen. Op 24 september viel er aanvankelijk in het zuidoosten nog wat (mot)regen. Overigens waren er zonnige perioden, afgewisseld door wolkenvelden. De maxima in dit tijdvak waren ca. 18 tot 21 C, op de 22e tot 23 C in het zuidoosten.
Tijdvak 25 – 30 september
De as van de eerdergenoemde gordel van hogedruk lag in dit tijdvak aanvankelijk rond de 50e breedtegraad. Depressies trokken van de ocaan naar Noorwegen. Boven onze omgeving stond een zwakke weststroming. Later in het tijdvak begon in Oost-Europa de druk te dalen en verplaatste het hoog zich naar het midden van de oceaan. Hierdoor werd de stroming bij ons noordwest. Van 25 tot en met 27 september overheerste in het zuiden en midden de zon. In het noorden was het op de 25e en 26e overwegend bewolkt, op de 27e waren er ook in het noorden zonnige perioden. Op de 28e dreef er vanuit het noordwesten veel bewolking over. In het noorden viel af en toe wat (mot)regen. Wolken en neerslag behoorden bij een koufront. Dit front kwam op de 29e boven ons land tot stilstand. Het was bewolkt met vooral in de noordelijke helft af en toe (mot)regen. Ook op de 30e lag het front nog boven ons land. Een golf in het front die oostwaarts over het land trok veroorzaakte af en toe wat (mot)regen. Van 25 tot en met 28 september werd het maximaal 17 tot 21 C, daarna 15 tot 20 C.

Rob Sluijter