| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2009
Tijdvak 1 – 6 november Een randstoring trok op 1 november snel uitdiepend van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland naar het noorden van de Noordzee. Het was bewolkt met lokaal motregen, bij maxima van 13 tot 16 C. In de middag en avond passeerde het frontale systeem van de storing vergezeld van regen. Er viel 10 tot 25 mm. De randstoring trok op de 2e naar het zeegebied rond IJsland. Daar versmolt de storing met een diepe oceaandepressie. Er vielen op 2 november enkele buien, maar ook de zon liet zich zien. Het werd maximaal 12 ŕ 13 C. Gedurende de rest van het tijdvak trok de oceaandepressie langzaam opvullend via de Britse Eilanden naar de Noordzee. Het frontale systeem van het laag passeerde op de 3e. De bewolking nam toe, daarna volgde buiige regen. Op 4 november wisselden zon en buien elkaar af. Vooral langs de westkust vielen veel buien, lokaal met onweer. Plaatselijk viel 20 tot 45 mm neerslag. De buiigheid nam op de 5e en 6e geleidelijk af. De maxima van 3 tot en met 6 november waren 9 ŕ 12 C.Tijdvak 7 – 11 november Een depressie, op de 7e ten noordwesten van Ierland, trok opvullend zuidoostwaarts en werd op de 8e opgenomen in een complex laag boven Italië. Tussen dit laag en een hoog boven Scandinavië kwam boven onze omgeving een cyclonale noordooststroming tot stand. In de nacht van 6 op 7 november passeerde de occlusie van het laag met regen. Op 7 november klaarde het later op de dag op. In de nacht van 7 op 8 november ontstond vooral in het noorden stratus of mist. In opklaringsgebieden kwam het lokaal tot lichte vorst. Overdag op de 8e bleef het in het noorden grijs, elders scheen volop de zon. In de nacht van 8 op 9 november breidde bewolking en mist zich over het hele land uit. Op de 9e was er vooral in het westen af en toe zon. Vanuit het oosten nam de bewolking toe en met name daar volgde motregen. Bewolking en neerslag hoorden bij een occlusie boven Duitsland, verbonden aan het laag boven Italië. Op de 10e lag de occlusie over het noorden van ons land. Daar viel langdurig regen, elders viel een enkele bui. Deze situatie veranderde niet wezenlijk op de 11e. Nog steeds viel er regen in het noorden en elders nog een lichte bui. De maxima in dit tijdvak waren 9 ŕ 11 C, maar op de 8e in mist in het noorden rond 6 C.Tijdvak 12 – 16 november Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een complex lagedrukgebied ten westen van Ierland. Tussen dit systeem en hoge druk boven het zuiden van Europa stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Hiermee werd zeer zachte lucht aangevoerd. Een occlusie van het laag passeerde in de ochtend van de 12e met regen. Daarna klaarde het vanuit het zuidwesten op. Het werd maximaal 8 tot 13 C. In de nacht van 12 op 13 november trok een warmtefront over de Noordzee noordwaarts. Het polaire front bleef op de 13e al golvend juist west van ons land en trok, door drukdalingen in het front bij Ierland, uiteindelijk noordwaarts weg. Het was meest bewolkt, met vooral in het noordwesten af en toe regen. In de zachte lucht werd het 14 tot 17 C. De bij Ierland ontstane randstoring trok op de 14e naar Schotland. Een koufront van deze storing passeerde met buiige regen. Rond de passage van de rond de storing ingedraaide occlusie vielen in de avond enkele buien, soms vergezeld van zware windstoten. Bovendien trok de wind aan zee aan tot stormachtig. Het werd maximaal 13 tot 16 C. Een buienstoring passeerde op de 15e. De maxima waren 11 tot 13 C. Op 16 november trok een frontaal systeem over het land. Er viel af en toe regen bij maxima van 12 tot 16 C.Tijdvak 17 – 20 november Tussen een hogedrukgebied met het zwaartepunt boven het zuiden van Europa en depressies boven de oceaan stond boven onze omgeving een zuidweststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Op 17 november was het meest bewolkt. In het zuidoosten veroorzaakte een front boven Duitsland wat regen. Op de 18e ontstond uit een warmtefrontafloper een venijnige randstoring die over de Noordzee oostwaarts trok. In het noordwesten stond enige tijd een storm, kracht 9. Er werden daar windstoten gemeten tot ca. 100 km/uur. Elders stond minder wind. In het noorden veroorzaakte het frontale systeem van de randstoring ook regen. In Limburg waren er perioden met zon. Op de 19e bevond ons land zich in een warme sector. Het was in het zuiden zonnig, in het noorden was veel hoge bewolking aanwezig. Op de 20e passeerde in de middag en avond een koufront van west naar oost, vergezeld van regen. Voor het koufront uit werd het in het zuidoosten 17 C. Op alle andere dagen werd het 12 tot 14 C.Tijdvak 21 – 25 november Twee opeenvolgende sturende depressies, trokken in dit tijdvak van de oceaan via Schotland naar de Noorse zee. Boven Zuid-Europa bleef de druk hoog. Boven onze omgeving stond een krachtige zuidweststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Op 21 november waren er in een groot deel van het land perioden met zon bij maxima van 13 tot 17 C. In de avond volgde wat regen, behorend bij een warmtefront. In de vroege ochtend van 22 november passeerde een koufront met buiige regen. Overdag waren er zonnige perioden, met een enkele bui. Een actieve buienlijn, plaatselijk vergezeld van onweer en zware windstoten, trok in de namiddag en avond over het land. In de nacht van 22 op 23 november vielen er vooral in de kuststreken nog enkele buien. Op de 23e trok een randstoring van Engeland via het noorden van ons land naar Denemarken. Het warmtefront van de storing bracht vooral in het zuiden veel regen. Later volgden in de warme sector en op het koufront van de storing buien, soms met onweer en zware windstoten. In een brede strook over het zuiden van het land viel 20 tot 55 mm neerslag. Op de 24e passeerde het warmtefront van de tweede depressie met wat regen. Een dag later trok het koufront over met regen. In de avond volgden enkele buien in de kustregio’s. De maxima van de 22e tot en met de 25e waren 12 tot 14 C. Tijdvak 26 – 30 november Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een depressie boven de Noorse Zee. Met een zuidweststroming werd polaire lucht aangevoerd. Op 26 november trokken buien over het land, geclusterd tijdens de passage van een trog. Lokaal werd onweer waargenomen. In het noordwesten en zuidwesten viel op sommige plaatsen 20 tot 25 mm. Het buiige weertype hield op de 27e aan. Op de 28e begon de druk boven de Britse Eilanden te dalen. Het lagedrukgebied dat hier ontstond kreeg verbinding met het eerdergenoemde laag boven de Noorse Zee. Een klein secundair laag, verbonden aan een frontale zone, trok op de 28e van Engeland naar de Noordzee. De frontale zone trok vergezeld van regen over het land. Daarna vielen er enkele buien, lokaal met onweer. In de nacht van 28 op 29 november trok een regengebied van zuid naar noord over het land. Deze neerslag hoorde bij het frontale systeem van een uitdiepend lagedrukcentrum bij Lands End. Dit laag verplaatste zich traag, al opvullend oostwaarts en kwam op de 30e aan boven het noordwesten van Frankrijk. Op de 29e viel aanvankelijk in het westen nog wat regen, daarna werd het overal droog. Op de 30e was het in sommige gebieden vrij zonnig, elders kwam laaghangende bewolking voor. De maxima in dit tijdvak waren 8 tot 11 C.
Rob Sluijter
|
|
|