Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2010
Tijdvak 1 – 3 januari
Het zwaartepunt van een blokkerend hogedrukgebied lag in dit tijdvak nabij IJsland en Groenland. Een actief lagedrukgebied trok over Zuid-Europa oostwaarts. Tussen beide systemen stond boven West-Europa een noordooststroming waarmee koude lucht werd aangevoerd. Een klein, samengesteld lagedrukgebied trok in dit tijdvak opvullend van de Noordzee via ons land naar Duitsland. Op de 1e was het in het westen vrij zonnig. In het oosten en zuidoosten overheerste de bewolking. De maxima waren 1 tot 2 C. In de nacht van 1 op 2 januari vroor het op de meeste plaatsen matig. In de loop van de nacht trokken sneeuwbuien over het land. Op de 2e lag het laag boven ons land. Ten noorden van de lijn Alkmaar-Enschede sneeuwde het en viel 3 tot ca. 20 cm. In het zuiden vielen sneeuwbuien. Hier viel lokaal 10 cm. In het midden van het land viel vrijwel niets. De maxima varieerden van -2 C in het noord-oosten tot 4 C langs de westkust. In de nacht van 2 op 3 januari klaarde het op en kwam het lokaal tot strenge vorst. Op de 3e waren er regio's waar het vrij zonnig was, op andere plaatsen, met name boven sneeuwgebieden, was hardnekkige mist ontstaan. De maxima liepen uiteen van iets boven nul aan zee tot ca. -3C in het oosten.
Tijdvak 4 - 8 januari
Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied bij Groenland verplaatste zich in dit tijdvak naar de Britse Eilanden en Zuid-Scandinavië. Een hoogtetrog verplaatste zich van de westkust van Noorwegen via de Noordzee, richting Middellandse Zee. Aan het oppervlak werd de hoogtetrog gekenmerkt door een vlak, maar complex laag. Op de 4e was het wisselend bewolkt. In een brede kustzone vielen winterse buien. Aan zee werd het 2 tot 4 C, in het binnenland bleef het overdag licht vriezen. Op de 5e was er weinig verandering. De winterse buien vielen nu voornamelijk in het noordwesten. De maxima in de kuststrook waren 2 tot 4 C, in het binnenland bleef het vriezen. Op 6 januari bevond zich aan het oppervlak een kern van lagedruk in de Duitse Bocht en een andere boven het Kanaal. Tussen beide systemen lag een occlusie die vanaf de Noordzee het noordwesten van het land binnentrok om vervolgens boven ons land stationair te worden. De occlusie bracht in het noordwesten plaatselijk zeer actieve sneeuwbuien. In de Kop van Noord-Holland en in de regio Haarlem viel 10 tot 15 cm in korte tijd. Opnieuw waren de maxima in de kustregio's boven nul, in het binnenland daaronder. In de nacht van 6 op 7 januari veroorzaakte het front in het binnenland plaatselijk sneeuw. Op de 7e en 8e was het regionaal zonnig. Met name boven sneeuwgebieden kwam plaatselijk dichte mist voor. Overdag bleef het licht vriezen. Tijdens de nachten vroor het licht tot matig, vooral in het binnenland soms ook streng.
Tijdvak 9 - 13 januari
Het zwaartepunt van het eerder genoemde blokkerende hogedrukgebied lag in dit tijdvak boven Zuid-Scandinavië. Een omvangrijke depressie trok van Italië naar Oekraïne. Boven onze omgeving stond een ooststroming. Een hoogtewarmtefront van de depressie trok op de 9e vanuit Midden-Europa over ons land om op de 10e juist ten noorden van ons land stationair te worden. Op 9 en 10 januari viel er af en toe sneeuw. De meeste sneeuw viel in het noorden van het land. Een krachtige, soms harde wind veroorzaakte met name in Noord-Holland, Friesland en Groningen voor driftsneeuw waarbij duinen tot ca. 1 m hoogte werden gevormd. Op de 11e was het overwegend bewolkt. Een hoogtetrog veroorzaakte af en toe wat lichte sneeuw. Op de 12e scheen af en toe de zon, met name in het noorden. Op de 13e trok een front behorende bij een laag ten westen van Ierland, van zuid naar noord over het land. De passage ging gepaard met lichte sneeuw. De maxima in dit tijdvak lagen rond het vriespunt. Tijdens de nachten vroor het licht tot matig.
Tijdvak 14 - 19 januari
Het zwaartepunt van het hogedrukgebied boven Scandinavië trok naar Rusland. Boven het zuidwesten van Europa steeg de druk. Door deze ontwikkeling draaide de stroming boven onze omgeving van zuidoost naar zuidwest en konden storingen van depressies boven de oceaan tot ons land doordringen. Op 14 januari klaarde het vanuit het zuiden op, in het noorden bleef het bewolkt. Op de 15e was het bewolkt. Op 16 januari trok een occlusie van zuidwest naar noordoost over het land. In het zuidwesten viel regen, verder noordoostwaarts enige tijd sneeuw, soms voorafgegaan door ijsregen. In het zuiden viel 5 tot 15 mm. Op de 17e passeerde een hoogtetrog met buiige regen. De 18e en 19e verliepen bewolkt. Op de 18e trok een zone met (mot)regen van noordwest naar zuidoost. De neerslag behoorde bij een zwak front. Bij aanvang van het tijdvak lag in grote delen van het land een sneeuwdek. Dit sneeuwdek smolt geleidelijk overal weg. De maxima in het tijdvak liepen geleidelijk op van 0 tot 5 C naar 3 tot 7 C. Tijdens de nachten vroor het meest licht, aan het eind van het tijdvak voornamelijk alleen nog in het noorden.
Tijdvak 20 - 23 januari
Eerder genoemd hogedrukgebied boven Rusland versterkte zich in dit tijdvak en had een uitloper naar Scandinavië. Fronten van depressies boven de oceaan stagneerden boven of juist ten westen van ons land. De verschillen in weertypen tussen het zuidwesten en noordoosten van het land waren groot. Op 20 januari klaarde het vanuit het zuiden op. Op de 21e was het bewolkt. Een zwak front veroorzaakte in het zuiden en midden af en toe wat motregen. Op de 22e klaarde het in het zuidwesten op, elders bleef het bewolkt. Een frontaal systeem trok op de 23e vanaf de Noordzee naar het midden van het land. Vooral in de westelijke helft van het land viel neerslag. In het zuidwesten als regen, elders als sneeuw en soms ook ijsregen. In Noord-Holland viel 5 tot ca. 10 cm sneeuw. De maxima in dit tijdvak daalden van 1 tot 6 C naar -3 tot 4 C, waarbij de laagste maxima in het noordoosten werden gemeten.
Tijdvak 24 - 26 januari
Het hogedrukgebied, nu met zwaartepunt boven de Baltische Staten, kreeg verbinding met een hogedrukuitloper die zich vanaf de Azoren richting de Britse Eilanden ontwikkelde. Uiteindelijk kwam het zwaartepunt van de blokkade boven de Britse Eilanden te liggen. Een zwak hoogtelaag boven onze omgeving trok zuidwaarts weg. Op de 24e was het bewolkt. In het zuidoosten viel af en toe sneeuw. Op de 25e klaarde het vanuit het noorden op. 26 januari verliep zonnig, alleen in het uiter-ste zuiden waren nog wolkenvelden. De maxima in dit tijdvak waren in het noordoosten ca. -4 C, in het zuidwesten +3 C, echter op de 26e rond -1 C. In de nacht van 25 op 26 januari vroor het lokaal zeer streng.
Tijdvak 27 - 31 januari
Tussen een langgerekt noord-zuid georiënteerd hogedrukgebied rond 30 W.L. en lagedruk boven Scandinavië, stond boven onze omgeving een noordweststroming. Na een rustige nacht met matige tot strenge vorst passeerde op de 27e een frontale storing van het laag. De neerslag viel in de vorm van (mot)regen maar regionaal ook als (natte) sneeuw of ijsregen. Op de 28e was het wisselend bewolkt met winterse buien. Een ontwikkelende randstoring trok op de 29e over ons land oostwaarts. In de nacht van 28 op 29 januari begon het te regenen, in het oosten en noordoosten viel (natte) sneeuw. Nadat de frontale neerslag was wegge-trokken, volgden winterse buien, met name in de avond tijdens de pas-sage van een trog. Op veel plaatsen viel 1 tot 5 cm sneeuw. Een vol-gende trog bracht op de 30e in de avond winterse buien. Lokaal onweerde het. Op 31 januari vielen in het noorden en later ook in het zuiden enkele winterse buien. De maxima in dit tijdvak liepen uiteen van 1 tot 5 C met de hoogste waarden in het westen.

Rob Sluijter