Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2010
Tijdvak 1 - 4 april
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door twee opeenvolgende depres-sies. De eerste lag op 1 april boven de Noordzee en trok naar het zee-gebied tussen Noorwegen en IJsland. De aangevoerde lucht was onsta-biel. Er vielen enkele buien, lokaal met hagel en natte sneeuw. Een randstoring veroorzaakte in de nacht naar 2 april buiige regen in het noorden. De tweede depressie lag op de 2e bij de zuidwest kust van Ierland en trok gedurende het tijdvak opvullend via ons land naar De-nemarken. Op 2 april nam de bewolking vanuit het zuidwesten toe op nadering van een occlusie van de depressie. In de namiddag en avond trok een regenzone over het land. Op 3 april vielen talrijke buien, lokaal met hagel en onweer. Op een aantal plaatsen viel 10 tot ruim 20 mm. De buien, lokaal met hagel en onweer, hielden op de 4e aan. Later op de dag werd het vanuit het westen droog. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 tot 13 C.
Tijdvak 5 - 7 april
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Frankrijk naar de Baltische staten. De stroming draaide hierdoor van west naar zuid. Op 5 april waren er zonnige perioden. Vooral in het noorden en midden raakte het later op de dag bewolkt. In het noorden viel wat (mot)regen. De bewolking en neerslag hoorde bij een warmte-front dat over de Noordzee noordoostwaarts trok. Het werd op de 5e 9 tot 12 C. Op de 6e overheerste de zon bij maxima van 15 tot 18 C. Ook op de 7e waren er flinke zonnige perioden. In de loop van de dag nam de bewolking toe vanuit het zuidwesten, op de nadering van een kou-front, behorende bij een laag ten noorden van IJsland. In de nacht van 7 op 8 april passeerde dit front met wat regen. De maximumtemperatuur varieerde op de 7e van 16 C in het westen tot 21 C lokaal langs de Duitse grens.
Tijdvak 8 - 15 april
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een blokkerend hogedrukge-bied. De kern van het hoog lag op de 8e boven de Golf van Biscaje en trok via de Noordzee naar Scandinavië (11e). De stroming ruimde van west naar noordoost. De rest van het tijdvak lag het zwaartepunt van het hoog ten noordwesten van de Britse Eilanden, maar er bleef een uitloper richting Scandinavië aanwezig, waardoor de noordooststroming met aanvoer van droge lucht aanhield. Een koufront trok op de 8e oostwaarts naar Duitsland. In het oosten overheerste de bewolking en viel eerst nog wat regen, in het noordwesten scheen de zon. Op de 9e was het in het westen vrij zonnig, in het oosten bleven wolkenvelden aanwezig. In de nacht van 9 op 10 april ontstond regionaal mist die op de 10e oploste en plaatsmaakte voor zon. Op de 11e nam de bewolking toe vanuit het noordoosten. Er passeerde een warmtefront. Op de 12e waren er met name in het zuidoosten wolkenvelden, elders was het vrij zonnig. Op de 13e was het in het hele land zonnig. In de avond passeerde vanuit het noorden een koufront, vergezeld van een band bewolking en in het noorden plaatselijk wat lichte regen. Wolkenvelden van het front trokken op de 14e nog over het zuiden, elders was het zonnig. Op de 15e was het zonnig. Het luchtruim boven ons land werd gesloten vanwege een aswolk van de vulkaan Eyjafjallajokull. De maxima in dit tijdvak waren aanvankelijk ca. 10 à 13 C, vanaf de 12e 12 à 16 C.
Tijdvak 16 - 21 april
Een krachtig hogedrukgebied bij de zuidpunt van Groenland had een uitloper tot boven West-Europa. Aan de noordflank van dit systeem stond boven onze omgeving aanvankelijk een anticyclonale noordwest-stroming. Aan het eind van het tijdvak trok een depressie van IJsland naar Zuid-Scandinavië en werd de stroming cyclonaal. Op 16 april trok een inactief koufront over het land vergezeld van wolkenvelden, daarna klaarde het vanuit het noorden op. Het werd maximaal 10 tot 12 C. Na een heldere nacht met plaatselijk lichte vorst was het op de 17e zonnig bij maxima van 10 tot 17 C. Na opnieuw een koude nacht met plaatselijk lichte vorst was het op de 18e zonnig bij 12 tot 20 C. In de avond nam de bewolking toe op de nadering van een zwak front. Het front kwam op de 19e boven ons land tot stilstand en deformeerde verder. Zon en wolkenvelden wisselden elkaar af. De maxima waren 10 tot 15 C. In de nacht van 19 op 20 april trok een zwakke golfstoring over het noorden van het land vergezeld van wat regen. De neerslag liet plaatselijk vul-kaanas neerslaan. Op 20 april waren er perioden met zon bij maxima van 10 tot 15 C. In het noordelijk kustgebied stond in de avond af en toe een harde wind, kracht 7, terwijl er op dat moment in het zuiden een zwakke wind stond. Vanaf de avond vielen er in het noorden enkele lichte buien. Op de 21e vielen er in de noordelijke helft van het land enkele buien, lokaal met hagel en natte sneeuw. De maxima waren die dag 9 tot 12 C.
Tijdvak 22 - 25 april
Boven onze omgeving was in dit tijdvak een rug van hogedruk aanwe-zig, die was verbonden met een hogedrukgebied boven de Zwarte zee. Er stond weinig stroming. De boven ons land aanwezige lucht was polair van oorsprong en koud. Uit de rug ontstond aan het eind van het tijdvak een hoog met zwaartepunt boven de Oostzee. Door deze ontwikkeling kwam er een zuidstroming opgang waarmee steeds warmere lucht werd aangevoerd. Na een koude nacht, met op uitgebreide schaal lichte vorst, wisselden zon en wolken elkaar af op de 22e overdag bij maxima van 5 tot 11 C. Naar de avond toe klaarde het uit. De nacht van 22 op 23 april verliep helder met op veel plaatsen lichte vorst. De 23e was een zeer zonnige dag. De maximumtemperatuur liep uiteen van 11 C in het noorden tot 16 C in het zuiden. In de nacht van 23 op 24 april kwam het alleen in het oosten nog tot lichte vorst. Overdag was het opnieuw zon-nig, maar in het noorden werd de zon soms versluierd door hoge bewol-king. In het noorden werd het maximaal 16 C, in het zuiden 21 C. Op 25 april trokken in de loop van het etmaal achtereenvolgens een thermi-sche vore en een koufront over het land. De bewolking nam vanuit het zuiden geleidelijk toe, plaatselijk gevolgd door wat buiige regen. In het oosten werd het plaatselijk 25 C, in het westen 20 C.
Tijdvak 26 - 30 april
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Golf van Biscaje naar Zuidoost Europa. Tegelijkertijd trok een depressie van de oceaan via het zeegebied tussen IJsland en Noorwe-gen naar Scandinavië. De weststroming kromp van west naar zuid en de aangevoerde lucht werd warmer. Tijdens de Koninginnenacht passeerde een front waarna de stroming weer west werd. Op 26 april waren er in het westen flinke zonnige perioden, in het oosten ontstonden op de passage van een trog enkele buien, lokaal met onweer. Op de 27e was het in het westen zonnig, in het binnenland ontstond convectieve bewol-king, het meest in het oosten. 28 april was een zonnige dag, echter in het noorden werd de zon soms versluierd door hoge bewolking. Op de 29e dreef veel hoge bewolking over het land waardoor de zon regelmatig versluierd werd. In de avond passeerde het polaire front vergezeld van een buienlijn, plaatselijk met onweer. In de nacht volgde een trog met buien die vergezeld gingen van onweer. Op 30 april trok een occlusie over. Er viel enige tijd (mot)regen. Later klaarde het van het westen uit op. De maxima in dit tijdvak liepen op van 13 tot 18 C op de 26e naar 21 tot 27 C op de 29e . Op 30 april waren de maxima 13 tot 18 C.

Rob Sluijter