Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
September 2010
Tijdvak 1 – 6 september
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich verplaatste van het Noordzeegebied en de Noorse zee naar Scandinavië. Hierdoor draaide de stroming boven onze omgeving van noord naar oost. Op 1 september waren er perioden met zon, vooral in het westen. In het oosten overheerste de bewolking. Op de 2e trok in de noordstroming een zwak koufront over het land. Er waren wolkenvelden met vooral in het noorden af en toe regen. Op de 3e wisselden zon en wolken elkaar af, in het noordwesten was het vrij zonnig. In het noorden viel een enkele lichte bui. Van 4 tot en met 6 september was het vrij zonnig, maar er ontstond ook wat convectieve bewolking. Wel trok de wind op 6 september in de kusstrook aan tot krachtig of hard. De maxima in dit tijdvak waren ca. 17 tot 21 C.
Tijdvak 7 – 9 september
Een brede frontale zone van een depressie tussen IJsland en Ierland lag in dit tijdvak westoost georiënteerd, vrijwel stationair over ons land, ingebed in een vore van lagedruk. Een eerste actieve frontale regenzone bereikte in de nacht van 6 op 7 september het zuidwesten en trok op 7 september naar het noordoosten, geleidelijk aan activiteit inboetend. In het zuidwesten viel 10 tot ruim 20 mm. In het midden werd het ca. 13 C, in het noordoosten met aanvankelijk droog weer en een oostelijke aanvoer ca. 18 C. In Zeeland klaarde het op en werd het 20 C. Uit een golf ontstond een actieve randstoring die op de 8e van Frankrijk over het zuidwesten van ons land naar de Noordzee trok. Met name in het zuidwesten viel enige tijd matige tot zware regen en wederom 10 tot ruim 20 mm. In de middag ontstonden in het midden en noordwesten buien, lokaal met onweer. Het werd maximaal 17 C, maar tijdens enkele opklaringen tot 22 C in het zuiden en midden. Op de 9e klaarde het aan zee geleidelijk op. In het binnenland bleef de bewolking overheersen en ontstonden buien, lokaal met onweer. Het werd maximaal 18 tot 21 C.
Tijdvak 10 – 14 september
Op 10 en 11 september stond er boven onze omgeving een zuidweststroming tussen een hogedrukgebied, waarvan het zwaartepunt zich van Frankrijk naar Oost-Europa verplaatste, en een complex lagedrukgebied ten zuiden van IJsland. Op de 10e trok een warmtefront van het laag met wat regen over de noordelijke helft van het land. De maxima waren 17 tot 19 C. Op de 11e was het in het zuiden zonnig, in het noorden dreven wolkenvelden over. De maxima liepen uiteen van 20 C in het noorden tot 24 C in het zuidoosten. In de nacht van 11 op 12 september bereikte buiige regen, behorende bij het koufront van het laag, het westen. Door golfvorming duurde het tot in de avond voordat het front naar Duitsland was weggetrokken. In het oosten viel 10 tot 15 mm. Na passage van het front ontwikkelde een hoog ten noorden van de Azoren op de 13e een uitloper tot boven Midden-Europa. Aan de noordflank van het hoog stond boven onze omgeving een weststroming. Het was wisselend bewolkt. In de nacht van 13 op 14 september passeerde een warmtefront van het laag bij IJsland. Er viel wat regen. Op de 14e trok het laag bij IJsland naar de Noorse westkust. Het koufront van het laag trok hierdoor al golvend vanuit het noordwesten over ons land. Met name in het midden en noorden viel langdurig (mot)regen. In de avond passeerde het front met een actieve buienlijn. Aan zee stond enige tijd een harde tot stormachtige wind. In een groot deel van het land viel 10 tot ruim 40 mm in een etmaal. Van 12 tot en met 14 september waren de maxima ca. 17 tot 19 C.
Tijdvak 15 – 17 september
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een complexe depressie boven Zuid-Scandinavië. Tussen dit laag en een rug van hoge druk ten westen van Ierland, stond boven onze omgeving een noordweststroming met aanvoer van vrij koele lucht. Op 15 september was het wisselend bewolkt. Een randstoring, ontstaan uit een occlusie van het laag, trok in de middag en avond over het land. Er viel buiige regen, in de noordelijke helft van het land viel op veel plaatsen 10 tot 20 mm. Langs de kust stond enige tijd een harde tot stormachtige wind. Op de 16e vielen er buien, in de avond tijdens de passage van een trog lokaal vergezeld van onweer en hagel. Op 17 september hield de buiigheid aan. De maxima in dit tijdvak lagen met 14 tot 18 C beneden normaal.
Tijdvak 18 – 23 september
Het zwaartepunt van een uitloper van hogedruk boven de Golf van Biscaje ontwikkelde zich in dit tijdvak verder oostwaarts. Hieruit ontstond een zelfstandig hogedrukgebied boven Centraal-Europa. Een depressie trok van de oceaan naar de Britse Eilanden. Door deze ontwikkelingen draaide de stroming boven onze omgeving van west naar zuid. Op 18 september waren er zonnige perioden. Vooral in het noorden vielen echter ook buien. Op de 19e schampte een over de Noordzee oostwaarts trekkend warmtefront het land. Het was bewolkt met in de noordelijke helft af en toe (mot)regen. Door de nabijheid van een frontale zone boven de Noordzee regende het op de 20e in het noorden af en toe. Elders was het droog met wat zon. In de nacht van 20 op 21 september klaarde het op waarna op uitgebreide schaal mist en stratus ontstond. Op de 21e loste mist en bewolking op en werd het vrij zonnig, het laatst in het midden van het land. Op 22 september was het, na optrekken van lokale mistbanken, vrij zonnig. Op de 23e passeerde in de loop van het etmaal vanuit het westen een vore en een koufront. Rond de passage van de vore vielen buien, plaatselijk met actief onweer. De maxima in dit tijdvak liepen op van 14 tot 17 C naar 19 tot 24 C.
Tijdvak 24 – 27 september
Eerder genoemde depressie, die met name op hoogte goed ontwikkeld was, lag op de 24e boven de Noordzee, verplaatste zich naar Denemarken (25e) en trok vervolgens via ons land (26e) naar Frankrijk (27e). Op 24 september was het in het oosten bewolkt, in het westen waren er perioden met zon. Plaatselijk kwamen buien tot ontwikkeling. Op de 25e breidden buien zich van de Noordzee geleidelijk uit over het land. Daarnaast was er ruimte voor de zon, vooral in het oosten. In de avond concentreerden de buien zich in de kustgebieden. Op 26 september veroorzaakte een om het laag ingedraaide occlusie in het noorden bewolking en af en toe regen. In het midden waren er zonnige perioden. In het zuiden viel een enkele bui. Met het zuidwaarts trekken van het laag, verplaatste het regengebied zich op de 27e ook geleidelijk zuidwaarts. Vanuit het noorden werd het daarna droog. De maxima in dit tijdvak daalden van 17 tot 19 C op de 24e naar 11 tot 15 C op de 27e.
Tijdvak 28 – 30 september
Boven Scandinavië was in dit tijdvak een hogedrukgebied aanwezig. Het zorgde boven onze omgeving voor rustig weer en aanvoer van koele lucht. Een koufront van een depressie ten zuiden van IJsland trok op de 30e traag van west naar oost over het land. Op 28 september kwam aanvankelijk plaatselijk mist voor. Deze ging over in laaghangende bewolking en vanuit het noorden klaarde het geleidelijk op. In de nacht van 28 op 29 september ontstond met name in het zuiden mist. Op de 29e loste de mist op, waarna het daar, evenals elders, vrij zonnig was. In de avond nam de bewolking toe op nadering van het front. Op de 30e viel tijdens de passage van het front af en toe (mot)regen. Na passage klaarde het vanuit het zuidwesten op. De maxima in dit tijdvak lagen op de meeste plaatsen tussen 13 en 16 C.

Rob Sluijter