Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2010
Tijdvak 1 – 6 oktober
Tussen een complex lagedrukgebied zuid van IJsland en een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich van Scandinavië naar het noordwesten van Rusland verplaatste, stond boven onze omgeving een zuid stroming, waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Het weerbeeld was licht wisselvallig. Op 1 oktober waren er, na het optrekken van stratus in het noordoosten, overal zonnige perioden. Later nam de bewolking vanuit het zuidwesten toe, gevolgd door regen in de nacht van 1 op 2 oktober. De neerslag behoorde bij een frontaal systeem. Het koufront bleef op 2 oktober slepen boven het westen van het land. Het was bewolkt, maar in het noordwesten was ook ruimte voor de zon. In de middag en avond viel af en toe buiige regen. Van 3 tot en met 5 oktober lag het golvende koufront boven de Noordzee. Er waren flinke perioden met zon. Op de 4e werden wolkenvelden afgewisseld door wat zon. Lokaal viel een spat regen. In dit weerbeeld kwam op de 5e geen verandering. Op de 6e trok het koufront traag over het land oostwaarts. Het was bewolkt met af en toe wat lichte regen. De maxima in dit tijdvak liepen op van 16 tot 17 C op de 1e naar 21 tot 23 C op de 4e. Daarna waren de maxima 18 tot 20 C.
Tijdvak 7 – 10 oktober
Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied trok in dit tijdvak van Rusland via het zuiden van Scandinavië naar het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. Een depressie bevond zich boven het zeegebied ten zuidwesten van Ierland en verplaatste zich geleidelijk naar het Iberisch Schiereiland. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving een ooststroming. Op 7 oktober veroorzaakte een zwak warmtefront in een flink deel van het land bewolking. In het zuidoosten en noorden waren ook zonnige perioden.Op de 8e was het in het midden van het land bewolkt, in het zuiden ronduit zonnig en in het noorden waren enkele zonnige perioden. Op 9 en 10 oktober was het overal helder en overdag zonnig. De maxima in dit tijdvak waren 15 tot 20 C.
Tijdvak 11 – 15 oktober
Ook in dit tijdvak was het eerder genoemde hogedrukgebied bepalend voor het weer. Het zwaartepunt verplaatste zich van het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen naar dat ten westen van Ierland. Aan de oostflank kreeg de stroming boven ons land een noordcomponent. Aan het eind van het tijdvak trok een lagedrukgebied van IJsland naar Denemarken. Op 11 oktober was het zonnig bij maxima van 13 tot 17 C. In de nacht van 11 op 12 oktober ontstond er in de oostelijke helft van het land laaghangende bewolking. Overdag op de 12e bleef het in het oosten bewolkt bij maximaal 8 C, elders was ook de zon te zien, het meest in het westen. Daar werd het 14 C. Op de 13e was het juist in het westen bewolkt en waren er in het oosten zonnige perioden. In de nacht van 13 op 14 oktober kwam het in het zuidoosten van het land, onder een heldere hemel, tot vorst. Overdag was het overal bewolkt met lokaal wat motregen. Het frontale systeem van de depressie veroorzaakte op de 15e perioden met regen. De maxima van 13 tot en met 15 oktober waren 11 tot 14 C.
Tijdvak 16 – 18 oktober
Een hogedrukgebied met het zwaartepunt ten zuidwesten van Ierland had een uitloper over de Noordzee naar Zuid-Scandinavië. Gedurende het tijdvak trok de as van deze uitloper over onze omgeving naar het zuiden. Op 16 oktober trok een vlak laag van Denemarken naar de Alpen. Een frontale storing van dit laag veroorzaakte in het zuidoosten nog wat regen. Elders was het wisselend bewolkt, met in de kustgebieden enkele buien. Op de 17e was het in het noordwesten zonnig, in het zuidoosten bewolkt. In de nacht van 17 op 18 oktober kwam het in een groot deel van het land tot vorst. Op de 18e nam de bewolking vanuit het westen toe, op nadering van een frontaal systeem van een laag voor de kust van Noorwegen. In de nacht van 18 op 19 oktober passeerde het front met regen. In het midden van het land viel lokaal ruim 20 mm. De maxima in dit tijdvak waren 8 tot 13 C.
Tijdvak 19 – 22 oktober
Tussen een hogedrukgebied boven het midden van de oceaan en een laag boven Scandinavië stond aanvankelijk een noordweststroming. Het zwaartepunt van het hogedrukgebied trok naar het Europese continent waardoor de stroming kromp naar west. Op 19 oktober was het uitgesproken buiig. Lokaal werd onweer en hagel waargenomen. In de westelijke helft van het land viel 10 tot 30 mm. Dit weerbeeld veranderde niet op de 20e. Op de 21e was het in het zuiden zonnig, in het noorden vielen aanvankelijk nog buien.Op 22 oktober wisselden zon en wolken elkaar af. Een westoost georiënteerd slepend koufront veroorzaakte in het uiterste noorden buiige regen. Later trok dit front noordwaarts weg. De maxima in dit tijdvak waren 9 tot 13 C.
Tijdvak 23 – 25 oktober
Op 23 oktober ontstond boven Schotland een depressie die over de Noordzee oostwaarts trok. Op de 25e kwam dit laag aan boven Schotland. Boven de Britse Eilanden bouwde zich een hogedrukgebied op waarvan het centrum zich naar het noorden van Frankrijk verplaatste.Op 23 oktober passeerde een front van het laag met regen. Daarna volgden buien. In de nacht van 23 op 24 oktober trok de wind in het waddengebied aan tot stormachtig tijdens de passage van de ingedraaide occlusie van de depressie. Er viel in het noorden buiige regen, elders vielen enkele buien. Op de 24e vielen buien, lokaal met hagel en in het zuiden ook onweer. In de nacht naar 25 oktober hield in een brede kuststrook de buiigheid aan. Overdag werd het overal droog met flinke zonnige perioden. Op de 23e werd het maximaal 8 tot 12 C, daarna 10 tot 12 C.
Tijdvak 26 – 31 oktober
Boven het zuidoosten van Europa was de luchtdruk in dit tijdvak hoog. Een sturend lagedrukgebied lag nabij IJsland. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving een zuidweststroming met aanvoer van vrij zachte lucht. De maxima in dit tijdvak liepen op van 10 tot 11 C op de 26e, naar 12 tot 16 C vanaf de 29e. Op 26 oktober nam de bewolking vanuit het noordwesten toe, op de nadering van een warmtefront van het laag, later gevolgd door wat regen. De 27e verliep grijs. In de loop van de dag passeerde een koufront met wat regen. Op 28 oktober bleef het op de meeste plaatsen bewolkt. Een over de Noordzee trekkend frontaal systeem veroorzaakte in de noordwestelijke helft van het land af en toe wat (mot)regen. Op de 29e trok veel sluierbewolking over het land, in het westen ook wolkenvelden in de lagere etages. Op de 30e trok een koufront over het land oostwaarts, om daar enige tijd door golfvorming te stagneren. In de oostelijke helft van het land was het bewolkt met regen, in de westen waren er zonnige perioden. Op 31 oktober trok een frontale golf met regen van zuid naar noord over het land. Daarna klaarde het vanuit het zuiden geleidelijk op.

Rob Sluijter