Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2010
Tijdvak 1 – 5 november
Op 1 november trok een rug van hoge druk van noordwest naar zuidoost over het land. In een groot deel van het land was het grijs, met plaatselijk mist. In het zuidwesten waren er perioden met zon. Daar werd het 14 C, elders 9 C. Van 2 tot en met 5 november stond er aan de noordflank van een hogedrukgebied boven Zuidwest-Europa, boven onze omgeving een zuidweststroming met aanvoer van zeer zachte lucht. De maxima stegen van 9 tot 12 C op de 2e naar 15 tot 17 C op de 4e. Op de 5e werd het 14 tot 16 C. Ook de minima waren hoog. Op 4 november 2010 was de minimum-temperatuur in De Bilt 14,5 °C. Sinds 1901 is er nog nooit zo’n hoog minimum in november opgetreden. Het oude record stond op naam van 1 november 1968 met 14,1 C. Op alle dagen overheerste de bewolking. Op 2 november passeerde een frontaal systeem van een laag tussen IJsland en Noorwegen met wat regen. Ook op de 3e veroorzaakte zwakke fronten af en toe regen. Het polaire front lag op de 4e westoost georiënteerd net noord van ons land. In de noordelijke helft van het land viel regen. Het polaire front trok op de 5e zuidwaarts en passeerde ons land in de nacht van 5 op 6 november met regen. In het midden van het land viel ca. 10 tot 35 mm.
Tijdvak 6 – 10 november
Aan de oostflank van een hogedrukgebied boven het midden van de oceaan, stond in dit tijdvak aanvankelijk een zwakke noordweststroming. Een depressie, op de 7e bij IJsland, trok via Ierland (8e) en Frankrijk (9e) naar de Oostzee (10e). Dit laag werd bepalend voor het weer. Op 6 november vielen enkele buien. In de avond viel de stroming weg en viel er buiige regen in het westen, samenhangend met een klein lagedrukgebied. Lokaal viel daar 10 tot ruim 40 mm. Op de 7e waren er in het noordoosten perioden met zon, in het zuidwesten bleef het bewolkt met aanvankelijk nog buiige regen. Op 8 november veroorzaakte een geoccludeerd front van het laag in de loop van het etmaal her en der wat regen. Op de 9e lag het front over het land. Er was veel bewolking met vooral in het zuidwesten perioden met regen. Op de 10e trok de occlusie met regen via het oosten naar Duitsland. Daarna werd het wisselend bewolkt, met een enkele bui. De maxima in dit tijdvak daalden van 11 tot 14 C op de 6e naar 4 tot 9 C vanaf de 8e.
Tijdvak 11 – 14 november
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een diepe depressie die vanaf de oceaan via het noorden van de Noordzee naar het zuiden van Scandinavië trok. Tussen dit laag en hoge druk boven het zuiden van Europa, stond boven onze omgeving een zuidweststroming, met aanvoer van vochtige en (zeer) zachte lucht. Op de 11e passeerde een warmtefront met regen. In de avond paseerde een koufront met een actieve buienlijn. Vooral in het westen gingen de buien vergezeld van zware windstoten en lokaal onweer. De wind trok aan zee aan tot stormachtig. Op de 12e kwam het in het noordwestelijk kustgebied af en toe tot storm. Er werden windstoten gemeten tot ca 105 km/uur. In het noorden viel wat lichte neerslag, behorende bij een rond het laag ingedraaide occlusie. Het polaire front kwam vanaf de 12e parallel aan de stroming, al golvend boven het land te liggen. In de middag van de 12e begon het in het zuiden en later midden te regenen. Nabij het front was de regenval intensief. Deze situatie veranderde niet wezenlijk op 13 november. In het zuiden viel 30 tot 80 mm. Lokaal is er in Zuid-Limburg 90 tot 100 mm gemeten, een hoeveelheid die op een willekeurige plek in Nederland eens in de honderd jaar kan worden verwacht. Er ontstond op regionale schaal wateroverlast. Ook op de 14e waren er perioden met regen, nu vooral in het noordwesten. De maxima in dit tijdvak lagen tussen ca. 11 en 14 C, op de 11e in het noordoosten rond 8 C.
Tijdvak 15 – 19 november
Boven Zuid-Scandinavië kwam aan het begin van dit tijdvak een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Ten westen van Ierland lag een depressie. Boven onze omgeving was het hoog bepalend voor het weer. Op de 15e was het wisselend bewolkt. In de nacht van 15 op 16 november klaarde het op en vroor het op veel plaatsen licht. Ook ontstond vooral in het zuiden mist. Overdag breidde de mist zich uit naar het midden en oosten van het land. In het noordwesten was het zonnig. Op de 17e was er in het zuiden aanvankelijk nog mist. Overigens was het bewolkt. Ook op de 18e was het rustig en bewolkt weer. Op 19 november veroorzaakte een occlusie van het laag in het zuiden en midden van het land wat lichte regen. In het noordwesten waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak waren ca. 5 tot 10 C.
Tijdvak 20 – 25 november
Het zwaartepunt van het eerdergenoemde hogedrukgebied trok in dit tijdvak van Scandinavië naar de oostkust van Groenland. Een lagedrukgebied trok van de Golf van Biscaje, via de Alpen naar de Baltische Staten. De stroming boven onze omgeving draaide door deze ontwikkeling geleidelijk van oost naar noord. Op 20 november waren er in het zuiden zonnige perioden, in het noorden was het bewolkt met een enkele bui. Op de 21e overheerste in het noorden en zuiden de bewolking, in het midden waren er zonnige perioden. Op 22 november vielen in het Waddengebied enkele buien. In de nacht naar 23 november dreven buien van zee ook over de westelijke kustgebieden. Op de 23e overdag was het wisselend bewolkt en vielen in het hele land enkele buien. De buiigheid hield op de 24e aan, met name in het zuidwesten. In Zeeland viel 10 tot ruim 30 mm. Met een steeds koudere wordende bovenlucht kregen de buien op de 25e geleidelijk een winters karakter. De maxima in dit tijdvak waren tot de 23e 6 tot 9 C, daarna dalend tot 2 tot 6 C op de 25e.
Tijdvak 26 – 30 november
Het zwaartepunt van het hogedrukgebied nabij Groenland, trok in dit tijdvak naar het zeegebied ten zuiden van IJsland. Tevens ontwikkelde zich een kern van hoge druk boven Scandinavië. Een lagedrukgebied boven de Noorse Zee trok over de Noordzee zuidwaarts en ging op in een grote hoogtetrog boven Zuidwest-Europa. Door deze ontwikkelingen veranderde de zwak cyclonale stroming boven onze omgeving geleidelijk in een krachtige ooststroming. In de nacht van 25 op 26 november vielen er in het noorden en in Limburg enkele sneeuwbuien, die een dun sneeuwdek achterlieten. Overdag op de 26e trokken enkele sneeuwbuien over het zuidwesten. Elders ontstonden door opglijding af en toe gebiedjes met lichte sneeuwval. Ook op 27 november ontstonden her en der gebiedjes me lichte sneeuwval. In het uiterste zuiden scheen de zon. Op de 28e dreven enkele wolkenvelden over het land, op veel plaatsen was het echter overwegend zonnig. Op 29 november trok een groot gebied met meest lichte sneeuwval over het land. De sneeuwval ontstond aan de noordflank van de depressie, door opglijding van zachte lucht in de hogere luchtlagen. In het zuidoosten viel ca. 5 cm, elders 1 tot 2 cm. Op de 30e bleef het bewolkt, met af en toe wat lichte sneeuw. In het noorden brak later de bewolking. Het was dit tijdvak koud met tijdens de nachten lichte tot matige vorst en maxima tussen -2 en +3 C.

Rob Sluijter