| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
December 2010
Tijdvak 1 – 3 december Tussen een hogedrukgebied met kernen zuid van IJsland en boven Scandinavië en een depressie boven Zuidwest-Europa, stond boven onze omgeving op 1 december een krachtige tot stormachtige oostenwind waarmee zeer koude continentale lucht werd aangevoerd. Het vroor ook overdag matig, bij een windchill tussen -10 en -17 graden. In de loop van de dag nam de bewolking vanuit het zuiden toe, in de avond in het zuidoosten gevolgd door wat sneeuw. Bewolking en sneeuwval werden veroorzaakt door advectie en opglijding van warme lucht. Op 2 december trok het laag naar West-Europa. Het was bewolkt en het bleef licht tot matig vriezen. In het zuiden en midden waren er perioden met lichte sneeuw. In de nacht van 2 op 3 december trokken actieve sneeuwbuien over het noorden van het land. Lokaal viel daar 15 cm. Bij brede opklaringen kwam het in de zuidelijke helft van het land tot strenge vorst. Een trog veroorzaakte op de 3e enkele sneeuwbuien. Lang de westkust kwam de temperatuur boven nul, elders bleef het vriezen.Tijdvak 4 – 8 december De eerste twee dagen van dit tijdvak werd het weer bepaald door een frontaal systeem van een depressie, die van Schotland naar Zuid-Scandinavië trok. Op de 4e trok het frontale systeem van west naar zuidoost over het land. Er viel enige tijd sneeuw waarbij ook verstuiving optrad. De maxima liepen uiteen 0 C tot 3 C. Het frontale systeem trok in de nacht van 4 op 5 december opnieuw vanuit het zuiden, noordwaarts over ons land, om op de 5e naar Duitsland weg te trekken. Deze passage ging gepaard met sneeuw die overging in regen. Op de 5e volgden vanuit het noorden opklaringen, afgewisseld door buien. De maxima op de 5e waren 2 tot 5 C. De overige dagen van dit tijdvak bevond zich boven ons land een zadelgebied tussen lagedruk boven Scandinavië en Zuidwest-Europa, en hogedruk ten zuiden van Groenland en Oost-Europa. In de nacht van 5 op 6 december viel nog een enkele bui. In combinatie met opvriezing veroorzaakte dit lokaal spiegelgladde wegen. Overdag op de 6e waren er gebieden met mist. De maxima waren 0 tot 5 C. De mist breide zich geleidelijk uit. De 7e was er op veel plaatsen mist en vroor het licht. Op de 8e was door toename van de stroming de mist overal verdwenen. In het zuidoosten veroorzaakte een occlusie wat sneeuw. Het werd maximaal -1 tot 4 C.Tijdvak 9 – 15 december Aan de noordflank van een hoog, met het zwaartepunt ten westen van Ierland stond aanvankelijk een noordweststroming met aanvoer van vrij zachte lucht. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich naar de Britse Eilanden en er ontwikkelde zich een rug naar Scandinavië. Hierdoor werd de stroming noord tot noordoost en werd koudere lucht aangevoerd. Op de 9e vielen er enkele winterse buien. Een warmtefrontafloper veroorzaakte in het noorden meer aanhoudende neerslag. Op 10 en 11 december was het bewolkt. Lokaal viel een spat regen. In het noordoosten viel op de avond van de 10e onafgebroken regen. Deze hoorde bij een warmtefront van een laag dat over Zuid-Scandinavië zuidoostwaarts trok. Op de 12e draaide de stroming naar noord en klaarde het geleidelijk op. Op 13 december trok een kleine storing over ons land naar het zuiden. In het oosten viel enige tijd sneeuw, in het westen regen. Op 14 december was het meest bewolkt. In de nacht van 14 op 15 december trok opnieuw een storing met wat regen en sneeuw over het land zuidwaarts. Op de 15e klaarde het overdag vanuit het noorden op. Van 9 tot en met 12 december waren de maxima 3 tot 7 C, daarna daalden de maxima naar -1 tot 2 C op de 14e.Tijdvak 16 – 21 december Tussen een hoog boven Groenland en een laag voor de Noorse kust, stroomde op 16 december Arctische lucht zuidwaarts. De koude lucht snoerde zich af tot een koud lagedrukgebied dat naar de Britse Eilanden trok. Het weer bij ons werd bepaald door deze depressie. Op de 16e passeerde het koufront van het laag vergezeld van regen. Uiteindelijk ging deze over in sneeuw. Met name in het oosten bleef de sneeuw liggen. Na de frontpassage vielen er enkele sneeuwbuien, vooral in het zuidwesten. Op de 17e veroorzaakte een convectief systeem, vooral in het westen van het land, sneeuwbuien. Op veel plaatsen viel daar 5 tot 15 cm. Op de 18e was het wisselend bewolkt met een enkele sneeuwbui in de kustgebieden. In de nacht van 18 op 19 december trok een klein secundair laag, verbonden aan een occlusie, met sneeuw over het land. Vooral in het (zuid)westen en midden viel tot 10 cm sneeuw. Een volgende randstoring trok over België naar Duitsland en veroorzaakte op de 19e in het zuidoosten sneeuw. Op de 20e viel lokaal een sneeuwbui. In de nacht van 20 op 21 december trok een occlusie vanuit België naar het midden van ons land. Nabij het front viel wat sneeuw. Op 16 december werd het maximaal 1 tot 6 C, daarna vroor het overdag licht en later lokaal matig.Tijdvak 22 – 24 december Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een depressie die van Portugal naar Noord-Italië trok. Tussen dit laag en een gordel van hoge druk ten noorden van ons land, stond een krachtige noordooststroming waarmee aan de grond koude lucht werd aangevoerd. Op hoogte stond er een zuidweststromng met boven ons land een brede barokliene zone. Op de 22e viel er vooral in het noordoosten wat sneeuw of ijzel. De maxima liepen uiteen van 1 C tot -2 C. In de nacht van 22 op 23 december begon het in het zuidoosten te sneeuwen. De sneeuw breidde zich af en toe uit tot de gehele zuidoostelijke helft van het land en hield aan tot de ochtend van de 24e. Door de (vrij) krachtige wind verstoof de sneeuw in het oostelijk deel van het land, met grote overlast tot gevolg. Er viel 5 tot ruim 10 cm sneeuw. De maxima op de 23e en 24e lagen tussen -1 en +1 C.Tijdvak 25 – 27 december Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Ierland via Frankrijk naar Zuidoost-Europa. Op eerste Kerstdag trok in een noordweststroming in de avond een occlusie, vergezeld van winterse buien, over het land. In het westen viel ook regen. De maxima liepen uiteen 3 C in het westen tot -4 C in het oosten. Ook op tweede Kerstdag vielen winterse buien bij maxima van 0 tot 4 C. Op de 27e draaide de stroming naar zuidoost. Het was overwegend bewolkt bij maxima van 0 tot 3 C.Tijdvak 28 – 31 december Aan het begin van dit tijdvak stond er een zuidooststroming tussen een depressie bij Ierland en een hoog boven Zuid-Scandinavië. Het hoog trok naar Zuidoost-Europa en kreeg via een rug verbinding met een hogedrukgebied ten zuiden van IJsland. De rugas bevond zich eerst ten noorden van ons land, maar trok zuidwaarts naar België. Op de 28e trok een front van het laag van België naar ons land. Ten westen van de lijn Den Helder-Eindhoven viel wat regen of sneeuw bij maxima van -1 C in het noordoosten tot 2 C in het zuidwesten. De frontale zone lag op de 29e boven ons land. Er waren wolkenvelden. In het zuiden kwam mist voor bij 3 C, in het noordoosten vroor het overdag ca. 5 graden. Op de 30e was het in het zuiden vrij zonnig, in het noorden bewolkt. Ook kwam er lokaal mist voor. Met het zuidwaarts trekken van de hogedrukas draaide de stroming vanuit het noorden geleidelijk naar noordwest. Daarmee werd vochtige en minder koude lucht aangevoerd. In het oosten van het land veroorzaakte ijzel door lichte motregen gladheid. De maxima liepen uiteen van -1 C in het oosten tot 4 C in het zuidwesten. Op 31 december was er op veel plaatsen (dichte) mist met in het zuidoosten eerst nog gladheid door ijzel. In het noordoosten waren er ook zonnige perioden. De maxima waren 1 tot 5 C.
Rob Sluijter
|
|
|