| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2011
Tijdvak 1 – 4 januari Aanvankelijk stond er in dit tijdvak een noordweststroming tussen een hogedrukgebied tussen Schotland en IJsland, en een laag boven de Baltische Staten. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich geleidelijk via Engeland en Noord-Frankrijk naar Midden-Europa waardoor de stroming bij ons uiteindelijk draaide naar zuid. Op 1 januari trok een koufront met wat motregen over het land. Na passage van het front klaarde het op. Op 2 januari waren er, met uitzondering van het zuiden, perioden met zon. De zon werd afgewisseld door een enkele winterse bui. Het weertype, met af en toe zon en een enkele lichte winterse bui, handhaafde zich op 3 en 4 januari. Op 1 en 2 januari liepen de maxima uiteen van 2 C in het zuidoosten tot 6 C in het noordwesten, daarna van 1 C tot ca. 3 C. Tijdens de nachten vroor het in het binnenland licht.Tijdvak 5 – 8 januari Er werd in dit tijdvak steeds zachtere lucht aangevoerd aan de westflank van een hogedrukgebied boven Zuidoost-Europa. Storingen die de begrenzing vormden met polaire lucht ten westen van ons land, trokken over onze omgeving noordwaarts. Een sturend lagedrukgebied, aanvankelijk ten westen van Portugal, trok naar de Britse Eilanden, waarna de stroming op de 8e west werd en de polaire lucht over ons land uitstroomde. Op 5 januari wisselden zon en wolken elkaar af. Later op de dag volgde lichte regen vanuit het westen. In het noordoosten trad er bevriezing op de nog bevroren grond op. Een kleine randstoring, ontstaan door golfvorming in het polaire front, trok op 6 januari over ons land. In een brede strook van zuidwest naar noordoost viel 10 tot 15 mm. Een volgende golf in het warmtefront veroorzaakte op de 7e af en toe regen. Op de 8e passeerde een koufront met wat regen. Het front bleef lang boven Limburg slepen, hier viel 10 tot 20 mm. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van 0 tot 6 C op de 5e naar 9 tot 12 C op de 8e . De laagste maxima werden gemeten in het noorden.Tijdvak 9 – 11 januari Het weer werd op 9 en 10 januari bepaald door een zich boven West-Eruopa opbouwende rug van hogedruk. Op de 11e trok de rug oostwaarts weg waarna het frontale systeem van een depressie boven Schotland over het land trok. Op de 9e waren er in het westen flinke perioden met zon. In het oosten was bewolking aanwezig behorende bij een frontale zone boven Duitsland. Het werd maximaal 2 tot 6 C. Op 10 januari waren er overal perioden met zon bij maxima van 3 tot 7 C. 11 januari verliep bewolkt met af en toe regen. De maxima liepen uiteen van 3 tot 6 C.Tijdvak 12 – 17 januari Er stond in dit tijdvak boven onze omgeving een zuidweststroming tussen een hogedrukgebied boven Zuidwest-Europa en een sturend lagedrukgebied dat van het midden van de oceaan naar de Noorse zee trok. Het was dit tijdvak uitermate wisselvallig en zeer zacht met maxima van ca. 8 tot 13 C. Met uitzondering van de 16e verliep het gehele tijdvak bewolkt. Op de 12e passeerde een warmtefront met regen. Het polaire front kwam vervolgens al golvend over onze omgeving te liggen. Met name in de nacht van 12 op 13 januari viel veel regen. Met uitzondering van het noorden viel er in een etmaal 10 tot 40 mm regen. Overdag op de 13e bleef er af en toe lichte motregen vallen. Een volgende golf in het front veroorzaakte in de nacht van 13 op 14 januari enige tijd intensievere regen. Op de 14e viel er opnieuw af en toe motregen. In de namiddag en avond passeerde een koufront vergezeld van regen. Een over de Noordzee koersend warmtefront veroorzaakte op 15 januari met name in het noorden van het land enige tijd neerslag. Elders viel af en toe motregen. 16 januari verliep droog. Op de 17e passeerde een golvend front vergezeld van regen.Tijdvak 18 – 25 januari Het weer werd in dit tijdvak bepaald door een omvangrijk hogedrukgebied dat zich op 18 januari boven de Britse Eilanden vormde. In de loop van het tijdvak verplaatste het zwaartepunt van het hoog naar het zeegebied ten westen van Ierland. Boven ons land stond, aan de oostflank van het hoog, een noordwest- tot noordstroming. Op 18 januari trok er een klein lagedrukgebied, gevormd uit een golf in het polaire front, met regen over het land. Op de 19e waren er met name in het midden en zuiden perioden met zon. Er vielen enkele buien, deels gekoppeld aan de passage van een trog. Op de 20e was het vrij zonnig, langs de oostgrens echter overheerste de bewolking. In de nacht van 20 op 21 januari ontstond in het zuiden en midden lokaal mist. Een warmtefront trok overdag over het land met wat regen en lokaal sneeuw. In het noorden ontstond gladheid door bevriezing op de koude ondergrond. Op de 22e passeerde een vrijwel inactief koufront. Het was bewolkt met lokaal wat motregen. Ook op de 23e en 24e bleef het bewolkt. De aangevoerde lucht was vochtig en lokaal viel af en toe motregen. Op 25 januari trok het hoog westwaarts. In de ontstane cyclonale noordweststroming trok een storing over ons land. Er viel enige tijd (mot)regen, later klaarde het op. De maxima in dit tijdvak waren meestentijds 5 tot 7 C, op de 18e in het zuiden ca. 9 C en op de 21e in het zuiden enkele graden lager.Tijdvak 26 – 31 januari Eerder genoemd hogedrukgebied ontwikkelde op de 26e een rug naar Scandinavië. Hieruit ontwikkelde zich een aparte kern van hogedruk. In de dagen hierna trok deze kern naar Centraal-Europa, maar er bleef boven onze omgeving een rug van hoge druk aanwezig, naar het hoog ten westen van Ierland. Door deze ontwikkeling draaide de stroming van noordwest naar oost, om vervolgens geleidelijk vrijwel weg te vallen. Op 26 januari waren er wolkenvelden. In het zuid(oosten) viel hieruit wat motregen of sneeuw. Bewolking en neerslag behoorden bij een lagedrukgebied boven Frankrijk. Het werd maximaal 2 tot 5 C. Op de 27e was het in het noorden vrij zonnig, in het zuiden was bewolking aanwezig waaruit een enkele vlok sneeuw viel. De maxima liepen uiteen van ca. 0 C in het noordoosten tot 3 C in het zuidwesten. 28 en 29 januari verliepen zonnig en koud. In het (noord)oosten werden lokaal ijsdagen geregistreerd, in het zuidwesten werd het 1 C. In de loop van de dag naderde de rugas het noorden van het land. Daardoor draaide de zwakke stroming daar naar het noorden en dreef er stratus van zee binnen. Op de 30e lag de band met bewolking over het midden van het land. In het noorden was het vrij zonnig bij 5 C, in het zuiden bleef het vriezen. Op de 31 trok de rugas over het land zuidwaarts. In het zuiden en midden bleef het lokaal het gehele etmaal vriezen. In het noorden werd het 2 C. Het was bewolkt en nevelig.
Rob Sluijter
|
|
|