Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2011
Tijdvak 1 – 4 februari
Het hogedrukgebied der Azoren had in dit tijdvak een uitloper tot boven Midden-Europa. De luchtdruk was laag boven het noorden van de oceaan. Boven onze omgeving stond een zuidweststroming met aanvoer van vochtige, steeds zachtere lucht. Passages van frontale uitlopers zorgden voor een wisselvallig karakter van het weer. Op 1 februari was het bewolkt. Aanvankelijk was nog koude lucht boven het land aanwezig. Een front trok in de loop van de dag met wat (mot)regen van west naar oost over het land. In de oostelijke provincies ontstond gladheid door bevriezing van de regen op de nog bevroren grond. Ook 2 februari verliep grijs met soms wat motregen. In de nacht van 2 op 3 februari passeerde een koufront met regen. Op de 3e was het in het noordwesten vrij zonnig, in het zuidoosten bleef het bewolkt. Een warmtefront veroorzaakte in de nacht van 3 op 4 februari opnieuw regen, overdag op de 4e werd het geleidelijk vanuit het zuiden droog. De temperatuur in dit tijdvak liep op van 0 C tot 5 C op 1 februari naar 7 tot 11 C op 4 februari.
Tijdvak 5 – 7 februari
Aan de noordflank van een hogedrukgebied boven Zuidwest-Europa stond in dit tijdvak een zeer krachtige zuidweststroming met aanvoer van zachte lucht. Het polaire front bevond zich gedurende het tijdvak al golvend ten noordwesten van ons land en passeerde ons land uiteindelijk op de 7e. De wind was in de kustgebieden op de 4e aangetrokken tot stormachtig. Tot en met de 7e bleef de wind in de kustgebieden overwegend stormachtig, soms korte tijd 9 Beaufort: storm. Dit is een bijzonder lang tijdvak. Tijdens de zwaarste stoten liep de windsnelheid op tot ca 90 tot 100 km/uur. Op de 5e en 6e was het overwegend bewolkt. In het noordoosten viel op de 5e af en toe wat (mot)regen. Op 7 februari was het in het zuidoosten zonnig, in het noordwesten bewolkt. In de avond passeerde het polaire front met in het zuidoosten motregen. De maxima in dit tijdvak waren 8 tot 11 C, op de 7e in het zuidoosten tot 14 C.
Tijdvak 8 – 9 februari
Het weer in dit tijdvlak werd bepaald door een hogedrukgebied dat op 8 februari boven België tot ontwikkeling kwam. Het hoog trok naar Zuidoost-Europa. Op beide dagen was het zonnig, alleen op de 9e kwamen in het zuidwesten wolkenvelden voor. De maxima waren 8 tot 11 C.
Tijdvak 10 – 13 februari
Boven het noorden van Scandinavië kwam in dit tijdvak een hoog tot ontwikkeling dat zich geleidelijk uitbreidde naar Polen. Een depressie, op de 10e boven Zuid-Noorwegen, trok naar Rusland. Een bij het laag behorende frontale zone die de scheiding vormde tussen koude lucht boven Noord-Europa en zachte lucht boven West-Europa, lag door deze ontwikkelingen min of meer stationair boven, of net ten noorden van ons land. Op de 10e was het overwegend bewolkt bij maxima van 7 tot 11 C. In de loop van de dag volgde regen, behorende bij een golf in het warmtefront. Ook op de 11e veroorzaakte de frontale zone regen, met name in het zuiden waar plaatselijk 20 tot 25 mm viel. In het noorden scheen de zon af en toe. Het werd maximaal 6 tot 11 C. Het noorden kwam op de 12e tijdelijk in de koude lucht. Het werd daar maximaal 2 C en er viel enige tijd ijsregen. Elders viel regen. In het zuiden werd het 14 C. Op de 13e lag het front ten noorden van ons land. Zon en wolken wisselden elkaar af bij maxima van 6 tot 9 C.
Tijdvak 14 – 17 februari
Boven Scandinavië was in dit tijdvak een hogedrukgebied aanwezig. Een sturend laag trok van het midden van de oceaan naar de Golf van Biscaje. De stroming draaide geleidelijk van zuid naar oost maar bleef vrij zachte lucht aanvoeren. Diverse fronten passeerden van zuidwest naar noordoost, om ten noordoosten van ons land een frontenkerkhof te vormen. Op de 14e ging het om een koufront vergezeld van regen. Vooral in het oosten viel in de avond op veel plaatsen 10 tot 15 mm. Op 15 februari was het in het noorden bewolkt, elders was er af en toe zon. In de loop van de dag en aansluitend de nacht van 15 op 16 februari passeerde een occlusie met regen. Daarna klaarde het op en ontstond plaatselijk mist. In de ochtend van de 17e verdween de mist en werd het overal zonnig. De maxima in dit tijdvak waren 6 tot 11 C, op de 17e in het noordoosten 4 C.
Tijdvak 18 – 22 februari
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was eerdergenoemd hogedrukgebied boven Scandinavië. Het zwaartepunt trok gedurende het tijdvak oostwaarts naar Rusland maar er bleef een uitloper richting Zuid-Scandinavië in stand. Met een ooststroming werd geleidelijk drogere lucht aangevoerd. 18 Februari was een grijze, bewolkte dag met maxima van 1 tot 3 C. Op de 19e waren er in het noordoosten perioden met zon bij 1 C, in het zuiden meest bewolkt bij 6 C. De bewolking behoorde bij een zwak warmtefront boven Noord-Frankrijk. Uit de bewolking viel lokaal wat lichte motregen, en verder noordwaarts in de nacht van 19 op 20 februari ook wat lichte sneeuw. 20 februari verliep in het noordoosten vrij zonnig, in het zuiden, onder invloed van het front ten zuidwesten van ons land, bewolkt. De maxima liepen uiteen van 1 C in het noorden tot 4 C in het zuidwesten. Deze situatie veranderde niet op de 21e. Op 22 februari was de bewolking verdwenen en scheen de zon in het hele land volop. Het werd opnieuw maximaal 1 tot 4 C. Tijdens de nachten vroor het aanvankelijk alleen in het noorden van het land, vanaf de 20e in het hele land. Tijdens de laatste 2 nachten van het tijdvak kwam het op een aantal plaatsen tot matige vorst.
Tijdvak 23 – 25 februari
Het eerder genoemde hogedrukgebied boven Rusland had in dit tijdvak via Midden-Europa een verbinding met een hogedrukgebied met zwaartepunt boven het Iberisch schiereiland. Aan de noordflank van dit hoog stond boven onze omgeving een zuidweststroming met aanvoer van geleidelijk zachtere lucht. Fronten van een depressie boven IJsland werden boven of net ten noorden van ons land stationair. Op de 23e passeerde een eerste warmtefront. Er viel regen, in de noordoostelijke helft van het land sneeuw. In een strook van Friesland naar Gelderland ontstond een tijdelijk sneeuwdek van 1 tot 5 cm. Op de 24e en 25e passeerden enkele zwakke fronten. Het was overwegend bewolkt met lokaal wat motregen. De maxima in dit tijdvak stegen van 3 tot 5 C naar 6 tot 10 C.
Tijdvak 26 – 28 februari
Het zwaartepunt van een hoog bij de Azoren verplaatste zich in dit tijdvak snel naar de Britse Eilanden. Bovendien kwam daarbij via Zuid-Scandinavië een verbinding tot stand met het hoog boven Rusland. Een uit een golf in het polaire front ontstane depressie, op de 26e boven de Noordzee, trok traag zuidoostwaarts en ging op in een groot laag boven Zuid-Europa. Op de 26e veroorzaakte het frontale systeem van het laag af en toe regen. In het westen regende het soms intensief en viel 10 tot 20 mm. Op 27 februari veroorzaakte de ingedraaide occlusie van het laag veel regen in een brede strook over het midden van het land, op veel plaatsen viel 10 tot 30 mm. In het (noord)oosten ging de neerslag over in natte sneeuw. Lokaal ontstond een tijdelijk, papperig sneeuwdek. Op 28 februari werd het overal droog. Met name in het midden van het land hing langdurig dichte mist. De maxima daalden geleidelijk van 8 tot 10 C naar 3 tot 6 C.

Rob Sluijter