| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
September 2011
Tijdvak 1 – 4 september Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Noordzee naar Oost-Europa. Door deze ontwikkeling kwam boven onze omgeving een zuidstroming tot stand met aanvoer van steeds warmere lucht. Op 1 september was het in het zuiden vrij zonnig, in het noorden dreven wolkenvelden. De bewolking was aan oplossing onderhevig. Het werd 17 tot 20 C. Op 2 en 3 september was er veel zon. Op de 2e werd het 21 tot 27 C, op de 3e maximaal 25 tot 29 C. In de nacht van 3 op 4 september passeerde vanuit het zuiden een thermische vore. De passage ging gepaard met onweersbuien, die geleidelijk in activiteit afnamen. In zeeland ging het onweer lokaal vergezeld van zeer zware windstoten. Op de 4e viel her en der lichte buiige neerslag bij maxima van 21 tot 23 C.Tijdvak 5 – 8 september Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland via Schotland naar het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen trok. Boven onze omgeving stond een weststroming, het weerbeeld was sterk wisselend. In de ochtend van 5 september passeerde een occlusie met wat regen. Daarna was het wisselend bewolkt met een enkele bui. In de avond vielen meer buien in de noordelijke helft van het land, soms met onweer. Op de 6e passeerde achtereenvolgens een warmtefront en een split-level koufront ons land. Er waren perioden met regen, het koufront passeerde met een actieve buienlijn. In een brede strook over het land viel 20 tot ca. 50 mm neerslag. In de kuststrook stond af en toe een stormachtige wind. De zwaarste windstoten tijdens de koufrontpassage bedroegen daar lokaal ca. 110 km/uur. Op de 7e vielen talrijke buien. In de nacht van 7 op 8 september was de regen in het zuiden enige tijd meer aanhoudend tijdens de passage van een frontale storing. Ook op 8 september was het overwegend bewolkt met buien. De maxima in dit tijdvak daalden geleidelijk van 19 tot 20 C naar 15 tot 17 C.Tijdvak 9 – 13 september Het weer werd bepaald door twee opeenvolgende depressies die vanaf de oceaan via Schotland naar Zuid-Scandinavië trokken. Tussen de depressies en hoge druk boven het zuiden van Europa stond boven onze omgeving een stroming die geleidelijk ruimde van zuidwest naar west. Op de 9e trok een vrijwel inactief warmtefront van het eerste laag over het land. Het was bewolkt met in de oostelijke helft wat lichte regen. Op de 10e werd warme, vochtige en onstabiele lucht aangevoerd. In de avond passeerde een koufront. Op het front ontstonden enkele onweersbuien, waarvan één supercel die van Zeeland via Utrecht naar Drenthe trok. Deze bui ging gepaard met zeer actief onweer, lokaal grote hagel en zware windstoten. Op de 11e vielen er enkele buien. Op 12 september passeerde het frontale systeem van de tweede depressie, ontstaan uit tropische cycloon Katia. Alleen nabij het warmtefront viel in de ochtend wat lichte regen. De wind trok langs de kust enige tijd aan tot stormachtig, of storm, kracht 9. Op de 13e waren er perioden met zon. In de avond passeerde een trog vergezeld van een buienlijn. Lokaal werd onweer waargenomen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 18 tot 21 C, maar op de 10e liepen de maxima uiteen van 23 tot 27 C.Tijdvak 14 – 19 september Aanvankelijk was een hogedrukgebied bepalend voor het weer. Het zwaartepunt trok in dit tijdvak van de Golf van Biscaje via onze omgeving naar Rusland. Vervolgens werd het weer bepaald door een laag dat van de oceaan via de Britse Eilanden naar de Noordzee trok. Op de 14e was het in het zuiden vrij zonnig. In het noorden was het bewolkt. Een occlusie veroorzaakte daar af en toe regen. Op de 15e lag de rugas van het hoog over het midden van het land. Daar was het vrij zonnig. In het noorden trokken in de afnemende noordweststroming nog enkele lichte buitjes over. In het zuiden dreven wolkenvelden. Op 16 september waren er in het noordoosten flinke zonnige perioden. Een zwakke storing veroorzaakte in het zuiden meer bewolking. Later trok de storing met lokaal wat regen noordwaarts over het land. Op 17 september veroorzaakte een koufront gevolgd door een trog enkele buien, lokaal met onweer. In onstabiele lucht ontstonden op de 18e buien, soms met onweer. Op de 19e veroorzaakte een ingedraaide occlusie van het laag in het noorden tijdelijk bewolking en regen. Overigens waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak lagen tussen 16 en 20 C.Tijdvak 20 – 22 september Het hogedrukgebied der Azoren had in dit tijdvak een uitloper tot boven Midden-Europa. Een depressie trok van IJsland naar Scandinavië. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Op de 20e veroorzaakte een over de Noordzee trekkend warmtefront wolkenvelden. Een koufront trok al golvend op de 21e over het land naar het oosten. De bewolking overheerste en vooral in het noordwesten viel wat (mot)regen. Een volgend koufront passeerde in de ochtend van de 22e. In de noordelijke helft viel wat (mot)regen. Daarna klaarde het vanuit het noordwesten op. De maxima in dit tijdvak waren 16 tot 19 C.Tijdvak 23 – 25 september Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een hoog dat op de 23e boven het noorden van Frankrijk tot ontwikkeling kwam. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich naar Oost-Europa. Geleidelijk aan werd wat warmere lucht aangevoerd. De maxima stegen van 18 tot 20 c op de 22e naar 20 tot 23 C op de 25e. Op 23 september was her regionaal zonnig. Vooral boven het zuiden ontstond ook bewolking die zich uitspreidde onder een inversie. In de nacht van 23 op 24 september ontstond plaatselijk dichte mist. Na optrekken van de mist was het op de 24e vrij zonnig. In de nacht van de 24e op de 25e ontstond opnieuw plaatselijk dichte mist. Na het optrekken van de mist was het op de 25e weer vrij zonnig.Tijdvak 26 – 30 september Op 26 september kwam boven onze omgeving een hogedrukgebied tot ontwikkeling. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich gedurende het tijdvak naar Polen. Op de 26e stond er een weststroming waarin een zwak koufront over het land trok. Vooral in het oosten was er voor het front uit nog veel ruimte voor de zon. Het front zelf passeerde met lokaal wat (mot)regen. Het werd maximaal 20 tot 25 C. In de nacht naar 27 september ontstond met name in het zuiden regionaal mist. Overdag trok de mist op. Zon en wolken wisselden elkaar af bij maxima van 20 tot 24 C. Van 28 tot en met 30 september was het overdag zonnig en met maxima van ca. 23 tot 26 C warm. Tijdens de nacht van 28 op 29 september en 29 op 30 september ontstond lokaal dichte mist, bijvoorbeeld in de IJsseldelta.
Rob Sluijter
|
|
|