Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2011
Tijdvak 1 – 3 oktober
Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied boven het Europese continent. Boven onze omgeving stond aan de westflank van dit systeem een zuidstroming. Het hoog trok zuidwaarts waardoor de stroming naar zuidwest ruimde. Er werd zeer warme lucht aangevoerd. De maxima waren met 20 tot 26 C uitzonderlijk hoog. Tijdens de nachten ontstond lokaal mist. Overdag was het op 1 en 2 oktober zonnig met nauwelijks wind. Op de derde was dat nog steeds zo in het zuiden. In het noorden dreef bewolking en liet de zon zich nog slechts af en toe zien.
Tijdvak 4 – 8 oktober
Het zwaartepunt van eerder genoemd hoog lag op de 4e boven de Golf van Biscaje en trok verder naar het zeegebied ten zuidwesten van Ierland. Een sturend laag was aanwezig boven het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. In de westelijke stroming trok een uitdiepende depressie van de oceaan naar Schotland om vervolgens in het sturende laag te worden opgenomen. Dit laag trok vervolgens oostwaarts. De stroming ruimde hierdoor boven onze omgeving naar noordwest. Een inactief koufront trok op de 4e vanuit het noordwesten over het land, bleef slepen boven het zuiden, en trok op de 5e door het naderbijkomen van eerder genoemde uitdiepende depressie als warmtefront weer noordwaarts. Op de 4e waren er wolkenvelden, vooral in het noordwesten was later op de dag ook ruimte voor de zon. Op de 5e viel er uit de bewolking her en der wat motregen. Op de 6e passeerde een koufront vergezeld van een buienlijn. Daarna volgden buien, een enkele met onweer en hagel. In de nacht van 6 op 7 oktober nam de buiigheid verder toe tijdens de passage van een trog. Ook op de 7e overdag bleven er talrijke buien vallen. Dit weerbeeld veranderde niet wezenlijk op de 8e. Pas in de avond van de 8e verdwenen de buien. De maxima in dit tijdvak daalden van 18 tot 20 C naar 12 tot 14 C.
Tijdvak 9 – 12 oktober
Aan de noordflank van een hogedrukgebied boven de Golf van Biscaje stond in dit tijdvak een weststroming. In de nacht van 8 op 9 oktober was het in het oosten van het land vrij helder. Lokaal kwam het daar voor het eerst na de zomer tot vorst. In het westen was het bewolkt met wat regen. Bewolking en neerslag breidden zich overdag op de 9e oost-waarts uit en behoorden bij een warmtefront. Het werd 15 tot 17 C. Het front kwam op de 10e boven het noorden van het land parallel aan de stroming min of meer stil te liggen. Het was overwegend bewolkt met in de noordelijke helft af en toe motregen. Het werd 16 tot 20 C. Ook op de 11e lag het front al golvend over het land. Het was bewolkt met af en toe (mot)regen, vooral boven het midden van het land. Daar viel 10 tot 25 mm. Alleen in Zeeland scheen de zon af en toe. Het werd ca. 16 C. Door drukstijgingen ten noorden van ons land trok het front op de 12e door naar het zuiden. De regen concentreerde zich nu op de zuidelijke helft van het land. Het werd maximaal 12 tot 16 C.
Tijdvak 13 – 16 oktober
Bepalend voor het weer was een hogedrukgebied. Het zwaartepunt trok van de Noordzee via Denemarken naar Oost-Europa. Op 13 oktober waren er zonnige perioden. Van 14 tot en met 16 oktober was het ronduit zonnig. De maximumtemperaturen in dit tijdvak waren ca. 12 tot 16 C. Tijdens de nachten kwam het her en der tot vorst aan de grond, op de 15e en 16e vroor het ook op anderhalve meter lokaal.
Tijdvak 17 – 20 oktober
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een diepe depressie die van IJsland naar de Noordkaap trok. Op de 17e wisselden zon en wolken elkaar af. Op de nadering van een frontaal systeem van de depressie nam de frontale bewolking in de avond toe, in de nacht gevolgd door regen. Op de 18e trok de regen oostwaarts weg. Daarna werd het wisselend bewolkt met vooral in de noordelijke helft een enkele bui. Op 19 oktober veroorzaakte een trog buien, lokaal met hagel en onweer. In het zuiden waren er ook flinke zonnige perioden. Op de 20e was het wisselend bewolkt. De buiigheid nam geleidelijk af onder invloed van een naderende rug van hoge druk. De maxima in dit tijdvak daalden van 15 tot 17 C op de 17e naar 10 tot 12 C op de 20e.
Tijdvak 21 – 28 oktober
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied, op de 21e boven Duitsland, trok snel door naar Oost-Europa. Ten westen van de Britse Eilanden lag een depressie. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving vanaf een zuidstroming. In de nacht van 20 op 21 oktober vroor het in het zuiden lokaal licht. Overdag was het in de zuidoostelijke helft van het land zonnig, elders dreven ook wolkenvelden behorende bij een over de Noordzee trekkend warmtefront. Het werd maximaal 11 tot 13 C. Van 22 tot en met 24 oktober was het zonnig. De maxima lagen tussen ca. 11 en 16 C. In de nacht van 24 op 25 oktober viel in het zuiden wat (mot)regen. De neerslag werd veroorzaakt door een koufront van het laag. Het koufront trok overdag op de 25e verder noordoostwaarts. Het was bewolkt met enige tijd (mot)regen bij maximaal 11 tot 13 C. Op de 26e klaarde het vanuit het zuiden weer op. Daar werd het 14 C, in het noorden 12 C. Op 27 oktober waren er in het oosten flinke perioden met zon. In het westen was het overwegend bewolkt. De bewolking behoorde bij een frontale zone boven Engeland. Het werd maximaal 13 tot 17 C. Op 28 oktober lag de frontale zone boven de Noordzee. In het zuid-oosten waren perioden met zon, in het westen was het bewolkt. Daar viel ook lokaal wat regen. De maxima liepen uiteen van 15 tot 18 C.
Tijdvak 29 – 31 oktober
De luchtdruk was in dit tijdvak hoog boven het zuidoosten van Europa. Een sturende depressie bevond zich ten zuiden van IJsland. Boven onze omgeving voerde een zuidweststroming zachte lucht aan. De maxima waren deze dagen ca. 14 tot 18 C. Op de 29e overheerste de bewolking. Een zwakke occlusie veroorzaakte lokaal wat lichte regen. Op de 30e waren er in het zuidoosten perioden met zon, elders overheerste opnieuw de bewolking. Op de 31e was het in het zuiden zonnig, in het noorden bewolkt. De bewolkingsgrens trok gedurende de dag noordwaarts.

Rob Sluijter