Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 1998
Tijdvak 1 – 3 februari
Op 1 februari verplaatste een hogedrukgebied zich van Duitsland naar de Balkan, waarbij boven onze omgeving een rug in stand werd gehouden. Hierdoor handhaafde zich boven ons land de zeer koude lucht, die op 31 januari van hoge breedten was aangevoerd. Hoewel 1 februari een zeer zonnige dag was kwam de temperatuur nergens boven het vriespunt. In de daarop volgende nacht vroor het bij heldere hemel en weinig wind op veel plaatsen streng. Woensdrecht noteerde met -13.0 C de laagste temperatuur van de maand. In de loop van 2 februari trok het koufront van een depressie boven Scandinavië via de Noordzee naar het zuiden en passeerde ons land in de middag. Met een naar noordwest ruimende wind werden winterse buien meegevoerd, die vergezeld gingen van sneeuw en hagel. Door ijzelvorming en bevriezing werd het op veel plaatsen glad. De winterse buien en de gladheid duurden tot in de morgen van de 3e voort. In de ochtendspits deden zich talrijke aanrijdingen voor, waarbij hoofdzakelijk blikschade werd veroorzaakt. Onder invloed van een zwakke rug van hogedruk was het verder een zonnige dag met maxima van 4 ŕ 5 C.
Tijdvak 4 – 7 februari
Aanvankelijk handhaafde zich een gordel van hoge druk van Duitsland naar Zuid-Engeland. Met een zuidweststroming werd zachte lucht naar ons land gevoerd. Op de 4e viel in het noorden enige lichte regen, elders was het met ruim 8 uur zon een zonnige dag met temperaturen oplopend tot 5 ŕ 6 C. Doordat de hogedrukgordel zich langzaam naar het zuiden verplaatste werd de aangevoerde lucht geleidelijk vochtiger. Er kwam meer bewolking en in de vroege morgen van 5 februari vormde zich plaatselijk dichte tot zeer dichte mist. ‘s Nachts kwam plaatselijk in het binnenland lichte vorst voor. De 6e was een vrijwel zonloze maar zachte dag met maxima van 6 tot 8 C. Op 7 februari trok het koufront van een depressie voor de Noorse kust via Engeland oostwaarts en passeerde ons land rond het middaguur. Deze frontpassage ging vergezeld van enige regen en sneeuw. In de middag klaarde het vanuit het westen weer snel op.
Tijdvak 8 – 15 februari
In dit tijdvak werd de weerkaart voortdurend gekenmerkt door een krachtig en omvangrijk hogedrukgebied boven de Alpen. Hierdoor bleven storingen op grote afstand van ons land en viel er geen neerslag van betekenis. Door de invloed van het hogedrukgebied was het tamelijk zonnig. Met een west- tot zuidweststroming werd aanhoudend zachte lucht naar onze omgeving gevoerd. De maximumtemperaturen gingen dagelijks omhoog en het vroor nergens meer. Tegen het einde van het tijdvak bevond ons land zich in lucht van subtropische oorsprong. Op 13 februari steeg het kwik in De Bilt tot 16.2 C, een waarde die niet eerder in deze eeuw zo vroeg werd bereikt. In Oost-Maarland werd de volgende dag met 9 uur zonneschijn de hoogste temperatuur van de maand gemeten: 17.5 C. Ook de 15e was een zeer zachte dag met in het binnenland maxima van 15 tot 16 C. Eerst was het zonnig maar later op de dag nam de bewolking toe op de nadering van een frontensysteem boven de Britse Eilanden.
Tijdvak 16 – 17 februari
In de loop van 16 februari trok dit frontensysteem van noord naar zuid over ons land vergezeld van veel bewolking, waaruit enige tijd motregen en regen viel. De neerslaghoeveelheden waren echter gering (kleiner dan 1 mm). De wind ruimde van zuidwest naar noordwest tot noord, mede door sterke drukstijgingen boven de Britse Eilanden. De temperatuur daalde geleidelijk van ca. 12 C naar 7 C. Door een snel oostwaarts trekkend hogedrukgebied boven het Kanaal werd op de 17e de buiigheid sterk onderdrukt. Met een van noord naar zuidwest krimpende wind dreven uitgestrekte wolkenvelden landinwaarts, waardoor het niet warmer werd dan ca. 8 C.
Tijdvak 18 – 20 februari
Om 00.00 UT op 18 februari lag het centrum van het hogedrukgebied al boven Duitsland, waarna het tot de 20e quasi-stationair bleef boven de Alpen. Met een stroming tussen zuidoost en zuid werd droge lucht naar ons land gevoerd. De 18e was een zeer zonnige dag met gemiddeld 9 uren zon. Na een koude nacht met minima rond het vriespunt werd het overdag ca. 11 C. Op de 19e werd met een zwakke zuidweststroming zachte en vochtige lucht aangevoerd. Een storing in de bovenlucht bracht plaatselijk enige lichte regen. Terwijl in het noorden de zon 6 uur scheen bleef de dag in het zuidwesten vrijwel zonloos. Het was daar ook enige tijd mistig. 20 februari was een droge en vooral in het zuiden zeer zonnige dag. De maxima liepen uiteen van 11 C in het noorden tot 16 C plaatselijk in het zuiden van het land.
Tijdvak 21 – 26 februari
Op 21 februari trok het koufront van een depressie bij Noord-Noorwegen met veel bewolking over ons land. In de middag en avond regende het enige tijd. Met maxima van 11 tot 14 C was het opnieuw zeer zacht. Nadat op de 22e een zwakke trog in de bovenlucht met enkele lichte buitjes was gepasseerd, kwam het weer bij ons onder invloed van een krachtig hogedrukgebied. Dit hogedrukgebied verplaatste zich van de Azoren naar het noordoosten en bereikte het zuiden van Duitsland op de 26e. Met een west- tot zuidweststroming werd voortdurend zachte en vochtige maritieme lucht naar ons land gevoerd. Er was veel bewolking, waaruit van tijd tot tijd lichte regen of motregen viel. Overdag werden temperaturen van 9 tot 11 C bereikt. ’s Nachts kwam het in het binnenland met opklaringen zeer plaatselijk tot lichte vorst. Op de 26e was er alleen in het noorden wat zon,elders was het een sombere grijze dag met langdurig motregen.
Tijdvak 27 – 28 februari
Op deze dagen nam het hogedrukgebied boven Duitsland sterk in betekenis af. Een complexe depressie trok van het zeegebied ten oosten van IJsland naar Noord-Scandinavië en breidde haar invloed naar het zuiden uit. Hierdoor nam op de 27e de westzuidwesten wind in het binnenland toe tot krachtig en aan de kust tijdelijk tot stormachtig. In het hele land kwamen zware windstoten voor. Het was een zonloze dag met minima van ca. 6 C en maxima van ca. 9 C. In de morgen van de 28e trok het koufront over ons land. Achter het koufront stroomde met een krachtige naar west tot noordwest ruimende stroming van hoge breedten afkomstige, onstabiele en zeer koude lucht over ons land. De temperatuur daalde in de loop van de dag geleidelijk van ca. 8 C tot om en nabij het vriespunt. Boven de Noordzee kwamen winterse buien tot ontwikkeling, die vergezeld van sneeuw, hagel en plaatselijk ook van onweer, landinwaarts dreven.

Dick Heijboer