| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 1998
Tijdvak 1 – 7 maart Na een koude nacht met plaatselijk lichte vorst trok in de loop van de dag een trog in de bovenlucht van noordwest naar zuidoost over ons land. Dit ging vergezeld van winterse buien, waarbij lokaal ook onweer voorkwam. Inmiddels was ten westen van Schotland een actieve depressie tot ontwikkeling gekomen, die op 2 maart van de Shetland Eilanden naar de Oostzee trok. Achter deze depressie kwam de straalstroom vrijwel boven ons land te liggen en handhaafde zich tot het einde van dit tijdvak, dat daardoor gekenmerkt werd door onstuimig weer met veel wind en regen. Dagelijks stond aan de kust een stormachtige wind en op 3 en 4 maart zelfs enige tijd een zuidwesterstorm. In het hele land kwamen zware windstoten voor. Een natte dag was 6 maart met landelijk gemiddeld 21 mm neerslag. De grootste etmaalsom meldde De Bilt met 35.3 mm, een record voor de eerste decade van maart. Landelijk bezien vertoonde het weer op die dag grote verschillen. Aan het einde van de middag viel in het noordoosten van het land sneeuw bij temperaturen van 2 C en een oostenwind, terwijl in het zuiden langdurig regen viel met een zuidwesten wind en temperaturen van ca. 11 C. Ook op 3 en 7 maart viel veel neerslag: landelijk gemiddeld respectievelijk 14 en 13 mm. Op 5 maart trok een trog over ons land, waardoor het weer een sterk buiig karakter had met hagel en onweer met zware windstoten. Na de 1e kwam nergens in het land meer vorst voor. De minima varieerden van 3 tot 8 C. De middagtemperaturen liepen uiteen van gemiddeld 8 C op de 5e tot 14 C op de 4e; in Limburg werden die dag zelfs maxima van 17 C genoteerd.Tijdvak 8 – 10 maart Op deze dagen stond het weer in ons land onder invloed van een hogedrukgebied, dat zich verplaatste van IJsland naar de zuidelijke Noordzee en dat vervolgens via ons land naar het oosten wegtrok. Aanvankelijk was er op 8 maart nog veel bewolking, waaruit geruime tijd regen viel. Na het passeren van een koufront, draaide de wind in het hele land naar noordelijke richtingen onder invloed van drukstijgingen boven de Britse Eilanden. De aangevoerde lucht was koud en droog. Na de middag klaarde het flink op waardoor de temperatuur geleidelijk daalde van ca. 8 C in de vroege morgen tot enkele graden beneden het vriespunt tegen middernacht. Op 9 maart dreven met de noordstroming van de Noordzee verspreide winterse buien landinwaarts. Naast deze buien kwamen ook flinke zonnige perioden voor, maar het werd niet warmer dan ca. 8 C. Na een koude nacht was de 10e opnieuw een zeer zonnige dag met maxima van 8 ŕ 10 C. In de loop van de dag kromp de wind naar het zuiden en nam de bewolking toe op de nadering van een frontale zone boven Engeland.Tijdvak 11 – 12 maart Op 11 maart trok de frontale zone, vergezeld van veel bewolking en sneeuw - later overgaand in regen - via ons land naar Duitsland. Gemiddeld over het land werd 6 mm afgetapt. Hoek van Holland meldde met 13 mm de grootste dagsom. In het hele land draaide de wind van zuidzuidoost naar noord. Op de 12e werd met een noordstroming koude en onstabiele lucht naar ons land gevoerd, waarin naast verspreide winterse buien ook opklaringen voorkwamen. Op beide dagen werd het niet warmer dan 5 tot 8 C. In de avond van de 12e daalde de temperatuur in het binnenland tot enkele graden beneden het vriespunt.Tijdvak 13 – 23 maart In dit tijdvak stond het weer in ons land voortdurend onder invloed van een omvangrijk hogedrukgebied met het centrum tussen de Azoren en de Britse Eilanden. Pas tegen het einde van het tijdvak verplaatste het centrum zich naar Ierland. Met een aanhoudende west- tot noordweststroming werd zachte en vochtige maritieme lucht naar onze omgeving gevoerd. Door uitgestrekte wolkenvelden, die van de Noordzee landinwaarts werden gevoerd had het weer in het algemeen een zeer somber karakter. Van tijd tot tijd viel er lichte regen en/of motregen; de hoeveelheden waren echter zeer gering. Op 19 maart scheen de zon gemiddeld 9 uren onder invloed van een rug van hoge druk, die via de Noordzee naar het zuiden trok. Ook 21 maart was een tamelijk zonnige dag. Van 14 tot en met 17 maart werden minima van 6 ŕ 7 C gemeten. Overdag bleef het aan de kust fris met maxima van ca. 8 C maar in het binnenland liep de temperatuur op 17 en 18 maart op tot ca. 13 C. Na de 18e kwam het centrum van het hogedrukgebied boven Ierland te liggen, waardoor de stroming boven ons land noordwest tot noord werd en polaire lucht naar ons land stroomde. Hierdoor ging de temperatuur weer omlaag. ’s Nachts kwam het in opklaringsgebieden plaatselijk tot lichte vorst. Op de 23e werd het niet warmer dan 6 tot 8 C. In de loop van die dag nam het hogedrukgebied boven Ierland sterk in betekenis af.Tijdvak 24 – 25 maart Inmiddels was boven Scandinavië een krachtig hogedrukgebied tot ontwikkeling gekomen. Het centrum trok van Zuid-Zweden via Duitsland naar de Balkan. Door deze ontwikkeling waren beide dagen zeer zonnig met gemiddeld 9 tot 10 uren zonneschijn. Na een koude nacht met plaatselijk matige vorst, Twenthe meldde met -5.7 C de laagste temperatuur van de maand, werd het op de 24e niet warmer dan ca. 9 C. Op de 25e kwam het in het zuidoosten nog tot lichte vorst, overdag liep het kwik op tot ca. 11 C.Tijdvak 26 – 31 maart In dit tijdvak handhaafden zich hogedrukgebieden boven West-Rusland en de Balkan. Aanvankelijk konden zwakke fronten met een zuidweststroming tot boven onze omgeving doordringen. Hierdoor had het weer tot en met de 28e een somber karakter met veel bewolking, waaruit van tijd tot tijd lichte regen en/of motregen viel. Het was echter niet koud: vorst kwam niet meer voor en op de 28e werden maxima bereikt van 15 ŕ 16 C. Op de laatste dagen van de maand bevond zich een vrijwel stationaire frontale zone boven de Britse Eilanden. Met een naar zuid krimpende bovenstroming werd zeer zachte lucht naar ons land gevoerd. Er kwam veel altocumulus en cirrus voor, waar de zon veelal doorheen scheen, terwijl ‘s nachts de uitstraling sterk werd getemperd. Hierdoor werden recordhoge temperaturen bereikt. In De Bilt werd op de 30e met 12.6 C voor maart het hoogste minimum van de eeuw genoteerd en met 15.3 C een recordhoog etmaalgemiddelde. In Arcen werd die dag met 23.4 C de hoogste temperatuur van de maand bereikt.
Dick Heijboer
|
|
|