Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 1998
Tijdvak 1 – 2 april
Op deze dagen bevond ons land zich in een zadelgebied. De gradiënt was klein, waardoor een boven ons land aanwezig zwak front nauwelijks van plaats veranderde. ‘s Nachts vormde zich plaatselijk mist en overdag bleef het nevelig met veel bewolking, waaruit geruime tijd lichte regen en/of motregen viel. Met minima van 6 tot 8 C en maxima uiteenlopend van 9 C in het noorden tot 17 C in het zuidoosten van het land was het niet koud.
Tijdvak 3 – 6 april
In dit tijdvak stond het weer in Nederland onder invloed van een diepe depressie, die zich op 3 april te 00.00 UT ten westen van Ierland bevond. Deze depressie verplaatste zich langzaam, opvullend, naar de Ierse Zee. Voortgestuwd door de krachtige zuidwest-bovenstroming trok het bijbehorende frontensysteem reeds in de morgen van 3 april met veel bewolking en regen over ons land. Landelijk gemiddeld viel die dag 9 mm neerslag. De grootste dagsom werd in Lauwersoog afgetapt: 24 mm. Door de nabijheid van de koude put boven de Britse Eilanden bleef de atmosfeer verder in dit tijdvak zeer onstabiel. Dagelijks kwamen buien tot ontwikkeling, waarbij in de namiddag hagel en onweer werden waargenomen. Met maxima van gemiddeld van 13 C bleef het aan de zachte kant.
Tijdvak 7 – 11 april
Op 7 april trok een kleine maar actieve depressie van de Golf van Biskaje naar Noord-Duitsland. Vooral in het oosten van ons land viel hierbij veel neerslag: Arcen meldde een etmaalsom van 27 mm. Op Terschelling bleef het droog en scheen de zon 10 uur. Elders kwamen plaatselijk opnieuw onweersbuien voor. Inmiddels trok een uitdiepende depressie van IJsland naar het zuidoosten, boog vervolgens geleidelijk om in noordoostelijke richting en bereikte op 11 april Denemarken. Tegelijkertijd verplaatste de koude put in de bovenlucht zich van Bretagne naar de Noordzee. De atmosfeer boven ons land bleef hierdoor sterk onstabiel, waardoor gemakkelijk winterse buien konden ontstaan met lokaal onweer. Er was weinig zon en de temperatuur ging geleidelijk omlaag: overdag werd het 10 à 11 C. ‘s Nachts vroor het niet, wel vormde zich lokaal mist.
Tijdvak 12 – 14 april
Op deze dagen trok de depressie bij Denemarken opvullend noordwaarts. Tussen deze depressie en een rug van hoge luchtdruk ten westen van Ierland stroomde met een noordwest- tot weststroming koude en onstabiele lucht naar ons land. Van de Noordzee dreven op 13 en 14 april talloze winterse buien landinwaarts, waarbij plaatselijk ook onweer voorkwam. Naast de buien kwamen ook flinke opklaringen voor maar het weer had een guur karakter en het werd niet warmer dan 6 tot 8 C. ‘s Nachts vroor het licht in het binnenland.
Tijdvak 15 – 18 april
Op de 15e bracht een depressie, die van Bretagne naar de Noordzee trok, bij ons langdurig regen en motregen.Tegelijkertijd trok een depressie van het zeegebied ten westen van de Britse Eilanden naar Noord-Frankrijk. Deze systemen vormden een vore van lage druk, die langzaam oostwaarts trok, waardoor op de 18e de wind in ons land naar noordelijke richtingen draaide. In het noordoosten van het land was het met ruim 10 uren zon een zonnige dag. Elders viel er aanvankelijk regen. Na de middag kreeg de neerslag in het westen een buiig karakter. Zeer plaatselijk kwam onweer voor, waarbij in de omgeving van Rotterdam in korte tijd ca. 15 mm neerslag viel. In dit tijdvak ging de temperatuur weer iets omhoog: vorst kwam niet meer voor en ‘s middags werd het 11 tot 13 C.
Tijdvak 19 – 23 april
Onder invloed van een rug van hoge druk was 19 april op veel plaatsen een zonnige dag. ‘s Avonds nam de bewolking vanuit het westen toe op de nadering van een frontensysteem boven Engeland, dat de volgende morgen met veel bewolking en langdurige (mot)regen over ons land trok. Op 21 april kreeg een hogedrukgebied boven Zweden verbinding met een hogedrukgebied boven Italië. In combinatie met een actieve depressie boven de oceaan werd met een zuidstroming droge en zachte lucht naar ons land gevoerd. Hierdoor kreeg de zon geleidelijk meer kans. Op de 22e scheen de zon gemiddeld 11 uur. In De Bilt was het met een maximumtemperatuur van 20.5 C de eerste warme dag van het jaar. Op de 23e was er veel sluierbewolking waar de zon echter makkelijk doorheen scheen. In De Bilt werd het met bijna 10 uur zon 21.7 C; Volkel meldde met 23.3 C de hoogste temperatuur van de maand. In de loop van de dag trok een kleine depressie van Zuid-Ierland naar de Noordzee. Hierdoor nam in de namiddag de bewolking toe en begon het overal te regenen. In het oosten van het land kwamen zware onweersbuien tot ontwikkeling.
Tijdvak 24 – 26 april
Op deze dagen stond het weer bij ons onder invloed van een actieve depressie tussen IJsland en Schotland. Het bijbehorende frontensysteem bereikte ons land op 25 april omstreeks 00.00 UT. Door een golfvormige storing boven Zuid-Engeland bleef ons land die dag langdurig in de warme sector. Landelijk gemiddeld viel er 8 mm neerslag; de grootste etmaalsom meldde Nieuw Beerta met 17 mm. Het koufront stagneerde boven het oosten van het land , waardoor daar op de 26e ook nog geruime tijd regen viel. In het noorden was het die dag zonnig, elders was dit tijdvak somber, waarbij de middagtemperaturen uiteenliepen van 12 tot 15 C.
Tijdvak 27 – 30 april
Aanvankelijk was in dit tijdvak de gradiënt boven onze omgeving klein. Van 29 op 30 april trok een depressie van Ierland naar Midden-Frankrijk, waardoor de wind bij ons draaide naar richtingen tussen noord en oost. De 27e was een sombere dag; in de middag viel er geruime tijd regen en/of motregen. In de loop van de 28e kreeg de zon de overhand. ‘s Avonds ontwikkelden zich zeer plaatselijk onweersbuien. Nadat zich in de nacht plaatselijk mist had gevormd, werd de 29e een zonnige dag. Daarna werd het oude front boven Duitsland naar het westen teruggedrongen, waardoor de maand eindigde met veel bewolking en plaatselijk lichte regen.

Dick Heijboer