| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 1998
Tijdvak 1 – 4 mei In dit tijdvak werden de weerkaarten gekenmerkt door een omvangrijk lagedrukgebied boven Midden-Europa en een hogedrukgebied boven de Atlantische Oceaan met een uitloper via Schotland naar de Noorse kust. Op 1 mei trok een uit Duitsland afkomstig front langzaam verder naar het westen. Achter het front was die dag in het uiterste noordoosten van het land de zon te zien. Elders was het een zeer sombere dag met aanvankelijk lokaal mist en van tijd tot tijd regen en/of motregen. In de nacht van 1 op 2 mei nam boven de kuststrook op het oude front de onstabiliteit sterk toe, waardoor zich daar zware onweersbuien ontwikkelden. In Hoek van Holland werd in iets langer dan een uur 20 mm afgetapt. Verder werd op 2 en 3 mei met een noordstroming koude en vochtige lucht via de Noordzee naar ons land gevoerd. Met deze noordstroming dreven uitgestrekte wolkenvelden landinwaarts, waardoor de zon zich weinig liet zien. Met minima van 7 tot 9 C en maxima van 12 tot 14 C was het aan de koude kant. In de nacht van 3 op 4 mei kwam bij flinke opklaringen plaatselijk in het oosten van het land vorst aan de grond voor. In de loop van de 4e zwaaide de rug van hoge druk over ons land naar het zuidoosten, waardoor de wind kromp van noord naar zuidwest. De zon scheen ca. 7 uren, maar met minima van gemiddeld 5 C en maxima van 12 C was het een koude dag.Tijdvak 5 – 7 mei In de loop van 5 mei trok het koufront van een depressie tussen IJsland en Noorwegen met veel bewolking en enige regen over ons land. Achter dit koufront verplaatste de straalstroom zich naar het zuiden en kwam vrijwel boven ons land te liggen. Voortgestuwd door de straalstroom trok een frontale storing op 6 mei snel via het midden van de Noordzee naar het oosten. Deze storing bracht bij ons opnieuw veel bewolking en langdurig neerslag. Gemiddeld over het land viel 4 mm, waarbij Eelde met 12 mm de grootstse dagsom aftapte. Door de ontwikkeling van een volgende frontale storing ten zuidwesten van Ierland, die op 7 mei van Noord-Ierland naar Noorwegen trok, kwam het koufront niet over en bleef ons land in de vochtige maritieme lucht. Er was in dit tijdvak weinig zon, maar doordat de straalstroom verder naar het zuidwesten kromp gingen de maxima geleidelijk omhoog van 12 C naar 16 ŕ 17 C.Tijdvak 8 – 13 mei Met een verder naar zuid krimpende bovenstroming werd warme en droge lucht naar ons land gevoerd, waardoor de temperatuur dagelijks met sprongen omhoog ging. In De Bilt was 9 mei met een maximum van 26.5 C de eerste zomerse dag en 11 mei met een maximum van 30.3 C de eerste tropische dag. De 12e was met 32.0 C opnieuw een tropische dag; zo vroeg in het jaar kwam een dergelijk hoog maximum niet eerder voor. Dit geldt overigens ook voor de etmaalgemiddelde temperatuur van 24.1 C. Eindhoven meldde die dag met 32.5 C de landelijk hoogste temperatuur van de maand. Zeer lokaal kwamen enkele onweersbuien tot ontwikkeling. Omdat het kwik in De Bilt op 13 mei bij 28.9 C bleef steken was er net geen sprake van een hittegolf. Met dagelijks gemiddeld 12 tot 14 uren zonneschijn was dit tijdvak uitgesproken zonnig en droog.Tijdvak 14 – 19 mei Inmiddels had zich boven Scandinavië een nieuw krachtig hogedrukgebied opgebouwd. Tegen het einde van het tijdvak nam dit hogedrukgebied in betekenis af en ontwikkelde zich een nieuw hogedrukgebied nabij Ierland. Hierdoor werd met een van oost naar noord krimpende stroming geleidelijk koelere lucht naar onze omgeving gevoerd. De dagelijkse maxima liepen terug van gemiddeld 25 C op de 14e tot gemiddeld 20 ŕ 21 C op de 19e. De aangevoerde lucht was zeer droog waardoor dit tijdvak met dagelijks gemiddeld 14 tot 15 uren zon opnieuw zeer zonnig was.Tijdvak 20 – 24 mei In dit tijdvak werd het weer in ons land bepaald door het hogedrukgebied nabij Ierland, dat zich geleidelijk in de richting van de Azoren verplaatste. Langs de flank van dit hogedrukgebied werd met een noordwest- tot noordstroming koele en vochtige lucht naar ons land gevoerd. Met deze stroming dreven uitgestrekte wolkenvelden van de Noordzee landinwaarts. Zwakke frontale storingen die tot onze omgeving doordrongen brachten van tijd tot tijd geringe hoeveelheden neerslag. Het weer had op deze dagen een somber karakter. De temperatuur ging flink omlaag: op 22 mei bleef het kwik overdag steken bij 13 tot 15 C. In de daaropvolgende nacht kwam het bij onbewolkte hemel en weinig wind op veel plaatsen in het binnenland tot vorst aan de grond.Tijdvak 25 – 27 mei In de loop van de 25e ontwikkelde zich boven de Britse Eilanden een koude put in de bovenlucht, die daar een aantal dagen aanwezig bleef. Hierdoor was de atmosfeer boven ons land zeer onstabiel van opbouw. Er kwamen makkelijk buien tot ontwikkeling, die op veel plaatsen vergezeld gingen van onweer en windstoten en plaatselijk ook van zware regenval en hagel. Op de 25e viel in Hupsel 22 mm, de volgende dag werd op Soesterberg eveneens 22 mm gemeten. Op 27 mei veroorzaakten zware hagelbuien aanzienlijke schade aan de fruitteelt in Zeeland. Tusen de buien kwamen ook flinke zonnige perioden voor. De maxima liepen uiteen van 16 C in het noorden tot 18 C in het zuiden van het land.Tijdvak 28 – 31 mei In dit tijdvak verplaatste de koude put boven de Britse Eilanden zich in betekenis afnemend naar het zuidwesten. Zeer lokaal kwamen nog wel enkele onweersbuien voor maar de buienactiviteit boven ons land nam geleidelijk af en de zon kreeg meer kans. De wind was zwak uit uiteenlopende richtingen en overdag werd het op de meeste plaatsen 18 tot 20 C en in het zuidoosten plaatselijk 22 ŕ 23 C.
Dick Heijboer
|
|
|