| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
September 1998
Tijdvak 1 – 5 september Op 1 september trok een frontale zone van Ierland naar het oosten en kwam aan het einde van de dag boven ons land vrijwel tot stilstand. Boven de zuidelijke helft van het land kwamen hierbij flinke onweersbuien tot ontwikkeling. Nabij de Azoren bevond zich het restant van de orkaan Bonnie, dat in de loop van 2 september als kleine actieve depressie naar het oostnoordoosten trok en laat in de avond Noord-Frankrijk bereikte. Onder invloed van de aangevoerde warme en zeer vochtige lucht vormde zich in de reeds aanwezige frontale zone een nieuwe depressie, die in de loop van 3 september over ons land naar het noorden trok. Door de grote onstabiliteit kwamen op veel plaatsen onweersbuien voor, die vergezeld gingen van windstoten en soms extreme regenval. In Boskoop en omgeving viel in ca. 2 uur ca. 90 mm neerslag. Op de 4e was er aanvankelijk nog veel bewolking met in het noorden nog enige tijd regen, maar in de loop van de dag breidden brede opklaringen zich over het land uit. Deze weersverbetering was echter van korte duur. In de morgen van 5 september trok een kleine depressie over ons land naar het noordoosten. In het zuidwesten ging dit vergezeld van onweer en veel regen: Hoek van Holland meldde 23 mm. De zon liet zich in dit tijdvak weinig zien. Met maxima van rond 20 C en minima van 14 ŕ 15 C was het aan de warme kant.Tijdvak 6 – 11 september Inmiddels had zich uit een oude depressie en de restanten van de orkaan Danielle een zeer actieve depressie gevormd, die zich op 6 september om 00.00 UT met een kerndruk van 965 hPa nabij 50N 20W bevond. In dit tijdvak werd het weer in Nederland geheel bepaald door deze depressie, die aanvankelijk langzaam noordwaarts en later noordoostwaarts koerste en op 11 september de Noorse kust bereikte. Doordat op 8 september de restanten van de orkaan Earl opgingen in de zuidflank van de depressie nam de activiteit nog extra toe en werd het weerbeeld zeer gecompliceerd. Op 6 en 7 september werd met een zuidstroming warme en vochtige lucht naar ons land gevoerd. Er was veel bewolking, waaruit enige lichte regen en/of motregen viel. Op 8 september trok een afsplitsing van de orkaan Earl als frontale storing met zeer warme en vochtige lucht snel van de oceaan naar Zuid-Engeland. Na een zwoele nacht trok de storing op de 9e met veel regen en wind over ons land. Aan de kust nam de wind toe tot hard en gemiddeld viel er 10 mm neerslag. In de namiddag passeerde het koufront met onweersbuien en windstoten. In Deventer richtte een windhoos aanzienlijke schade aan. Op 10 en 11 september werd onstabiele lucht aangevoerd, waarin naast opklaringen ook buien voorkwamen. Met maxima van ca. 21 C en minima van rond 15 C was ook dit tijdvak warm.Tijdvak 12 – 17 september In dit tijdvak trok een afgesnoerde koude put in de bovenlucht met een scherpe trog van de Britse Eilanden via ons land naar Polen. Deze ontwikkelingen hadden ernstige gevolgen voor het weer bij ons. Op de 12e passeerde de trog aan de grond met buien. Van 12 op 13 september trok een randstoring van de oude depressie voor de Noorse kust van de Far Oer naar Zuidoost-Engeland en boog vandaar om naar het oosten. Op 13 september om 06.00 uur bevond de storing zich net ten westen van Den Haag en trok vervolgens met de koude put over ons land. Terwijl het in het noordoosten droog en rustig weer was, viel in het zuidwesten zeer veel regen en stond er aan de kust enige tijd een noordwesterstorm. Een deel van de regenzone lag, parallel aan de hoogtestroming, vrijwel stil boven een gebied dat zich uitstrekte van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden in de richting van de Belgische Ardennen. In dit gebied viel op uitgebreide schaal ruim 100 mm neerslag, waardoor veel wateroverlast ontstond en landerijen onder water kwamen te staan. Terwijl op de 14e de regenzone naar het zuiden trok naderde boven het noorden een nieuwe regenzone, die zich later op de dag over het hele land uitbreidde. Gemiddeld viel er die dag nog eens 35 mm. De noordwesten wind nam opnieuw toe tot hard en aan de kust stond tijdelijk storm. In het hele land kwamen zware windstoten voor. De temperatuur ging flink onderuit: op de 13e werd het in De Bilt niet warmer dan 10.9 C. Niet eerder was het daar zo vroeg in het jaar zo koud. Op de 15e trokken de buien naar het noordoosten weg en bracht een zwakke rug opklaringen. Op 16 en 17 september trokken randstoringen van het nog steeds boven Scandinavië aanwezige sturende lagedrukgebied, dicht langs of over ons land. Hierdoor viel plaatselijk opnieuw veel regen (op de 17e in Hupsel 31 mm) en stond er tijdelijk veel wind. In de avond van de 17e nam de buiigheid sterk af en klaarde het op.Tijdvak 18 – 25 september Op 18 september bevond zich een in betekenis toenemend hogedrukgebied boven Frankrijk. Dit hogedrukgebied verplaatste zich eerst oostwaarts en breidde zich later naar het noorden uit. Van 20 tot 24 september handhaafde het zwaartepunt zich ter hoogte van Denemarken, daarna trok het naar de Balkan. Door deze ontwikkelingen kregen wij een tijdvak met rustig en fraai herfstweer. Op 18 en 19 september was er nog veel bewolking en viel plaatselijk nog wat regen. Het kwik bereikte maxima van 18 ŕ 19 C. In de loop van de 20e draaide de wind naar het oosten en werd koele en droge lucht naar onze omgeving gevoerd. De bewolking loste op en het tijdvak eindigde met een aantal droge en vooral zonnige dagen. Op de 25e werden maxima genoteerd van 20 C in het noorden tot 25 C in het zuiden van het land. Na de 19e waren de nachten fris met minima van 8 tot 10; bij sterke uitstraling vormde zich op veel plaatsen dichte en plaatselijk zeer dichte mist, die overdag echter weer snel oploste.Tijdvak 26 – 30 september Door het wegtrekken van het hogedrukgebied naar de Balkan kwam ons land weer in de invloedsfeer van depressies. De eerste bevond zich op de 26e boven de Golf van Biskaje, trok naar het noordoosten en bereikte op de 28e de noordelijke Noordzee. Bij de ontwikkeling van een volgende depressie ten westen van de Golf van Biskaje speelde ook het restant van de orkaan Karl een rol. Uiteindelijk bevond zich op 30 september om 06.00 UT boven het westelijk deel van het Kanaal een actieve quasi-stationaire depressie met een kerndruk van 979 hPa. Op 28 en 29 september zorgden zware buien vergezeld van onweer plaatselijk voor wateroverlast. In de loop van de 30e trok de occlusie van de depressie boven het Kanaal met enige regen van zuidwest naar noordoost over ons land. Er was in dit tijdvak weinig zon; de maxima liepen terug tot gemiddeld ca. 16 C. De nachten waren met minima van 11 tot 13 C aan de warme kant; plaatselijk vormde zich opnieuw dichte tot zeer dichte mist.
Dick Heijboer
|
|
|