| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 1998
Tijdvak 1 – 6 oktober Op deze dagen voltrok zich de overgang naar een ander circulatietype boven onze omgeving. Een depressie, die zich enkele dagen boven Zuid-Engeland had opgehouden trok naar de Middellandse Zee en tegelijktertijd breidde een hogedrukgebied boven Scandinavië zich naar het zuiden uit. Met een naar oost krimpende stroming werd koude lucht naar ons land gevoerd. Een frontale zone trok van noordoost naar zuidwest over ons land. Op de 1e scheen de zon in Vlissingen ca. 10 uur en elders vrijwel niet, de volgende dag was juist het noorden van het land, na de frontpassage, zeer zonnig. Er viel van tijd tot tijd in het algemeen lichte regen en/of motregen, maar op 1 oktober viel in het oosten nog veel neerslag: in Twenthe werd 16 mm afgetapt. De maximumtemperaturen gingen omlaag van gemiddeld 15 C naar 10 C, de minima gingen omlaag naar 3-5 C. Ook na 2 oktober handhaafde zich boven onze omgeving een ooststroming tussen het hogedrukgebied boven Scandinavië en opeenvolgende depressies boven de Middelllandse Zee. De aangevoerde lucht was koud en vochtig met veel bwolking, waardoor het weer een guur en somber karakter had. Dagelijks viel er uit een grijze lucht regen en/of motregen, de hoeveelheden waren gering. Op 3 oktober werd het in De Bilt niet warmer dan 6.1 C: niet eerder in deze eeuw bleef het overdag zo vroeg in het jaar zo koud. Ook 4 en 5 oktober waren koude dagen. Op de 6e ruimde de stroming naar zuid. In het noorden van het land was het zonnig en met minima van ca. 7 C en maxima van ca. 11 C was het wat minder guur.Tijdvak 7 – 8 oktober Op deze dagen werd het weer bij ons bepaald door een depressie, die op 7 oktober boven Noord-Duitsland lag en op de 8e via ons land naar het zuidwesten trok. De zon liet zich niet zien en met maxima van 9 ŕ 10 C bleef het koud. Uit een grauwe lucht viel op de 8e veel neerslag. Landelijk gemiddeld viel die dag 17 mm; de grootste etmaalsom meldde Stavoren met 27 mm. Laat in de avond klaarde het op op de nadering van een zwakke rug van hogedruk boven Engeland.Tijdvak 9 – 14 oktober In de vroege morgen van 9 oktober trok deze rug over ons land. Bij een onbewolkte hemel en,zwakke wind vond sterke uitstraling plaats, waardoor de temperatuur plaatselijk daalde tot 2 ŕ 3 C. Op veel plaatsen vormde zich dichte tot zeer dichte mist. In de loop van de dag draaide de wind in kracht toenemend naar het zuidwesten en loste de mist op. De bewolking nam toe en in de nacht van 9 op 10 oktober viel er enige tijd regen tijdens de passage van een frontale zone. Opeenvolgende frontale storingen trokken vervolgens in dit tijdvak over ons land, waardoor het weer een wisselvallig karakter had. Op de 12e werd met een krachtige noordweststroming koude en onstabiele lucht aangevoerd. In deze stroming kwamen talrijke buien voor, die vergezeld gingen van hagel en onweer. Plaatselijk viel ca. 15 mm neerslag. Op 14 oktober bevond ons land zich langdurig in de warme sector van een depressie bij IJsland. Bij een matige tot vrij krachtige zuidwestenwind viel er geruime tijd motregen. Na een nacht met vrij hoge temperaturen liep de temperatuur overdag op tot 16 ŕ 17 C. In de loop van avond klaarde het op en ging de temperatuur flink omlaag.Tijdvak 15 – 17 oktober Met een naar zuidwest krimpende stroming werd op deze dagen vochtige en zachte maritieme lucht naar ons land gevoerd. Naast zonnige perioden kwamen ook wolkenvelden voor, waaruit op 15 en 16 oktober nu en dan wat lichte regen viel. Op de 17e bracht een depressie boven de Noordzee bij ons enige tijd regen. Plaatselijk viel 10-15 mm neerslag. Met maxima van gemiddeld 14 tot 16 C was het aan de zachte kant.Tijdvak 18 – 20 oktober Achter de depressie, die van de Noordzee naar Finland trok, ruimde de bovenstroming boven ons land op de 18e naar noordwest en werd zeer koude en onstabiele lucht naar ons land gevoerd. Onder invloed van een rug van hoge druk was het in de nacht van 18 op 19 oktober met weinig wind vrijwel onbewolkt. Op veel plaatsen in het binnenland kwam het tot de eerste vorst van het seizoen. Overdag werd het niet warmer dan 11 tot 12 C. Op 19 en 20 oktober dreven talrijke buien, vergezeld van hagel en onweer van de Noordzee landinwaarts.Tijdvak 21 – 26 oktober In dit tijdvak werd het weer bij ons bepaald door twee opeenvolgende actieve depressies. De eerste trok via IJsland en de tweede via Schotland oostwaarts. Met de krachtige weststraalstroom aan de zuidflank van deze depressies werd zachte en vochtige lucht naar ons land gevoerd. Het weer had een onstuimig en regenachtig karakter. Aan de kust stond vrijwel dagelijks een stormachtige wind, op de 25e was er zelfs sprake van westerstorm, kracht 9. Voorts viel er veel neerslag. Op de 23e viel landelijk gemiddeld 12 mm en op de 24e 18 mm, waarbij Valkenburg (ZH) met 33 mm de kroon spande. Van 25 op 26 oktober kreeg de neerslag een sterk buiig karakter met op veel plaatsen naast regen ook hagel en onweer. Aanvankelijk was het zacht met maxima van 15-17 C, op de 26e werd het met buien niet warmer dan ca. 10 C.In de loop van de dag namen wind en buiigheid af.Tijdvak 27 – 31 oktober Van 27 op 28 oktober trok een diepe depressie van IJsland naar de Noorse kust en bleef daar enige tijd quasi-stationair. Met een gordel van hoge druk boven Zuid-Europa kwam ons land opnieuw in een zeer krachtige weststroming, waardoor op 27 en 28 oktober aan de kust de wind opnieuw stormkracht bereikte. Nadat het warmtefront in de ochtend van de 27e met motregen overtrok kwam in de middag het koufront west/oost over ons land te liggen. Tengevolge van frontale storingen stagneerde dit front boven ons land en passeerde het pas in de morgen van de 28e. Hierdoor viel in een gebied van Hoorn (NH) via de Noordoostpolder en de kop van Overijssel naar Zuidoost-Drenthe zeer veel neerslag. De KNMI-neerslagstations in dit gebied vingen in 24 uur (van 08.00 tot 08.00 UT) tussen de 80 en 90 mm op. De eerder gevallen en deze grote neerslaghoeveelheden veroorzaakten ernstige wateroverlast en overstromingen, waardoor grote gebieden onder water kwamen te staan. Ook Zuidoost-Groningen had te kampen met wateroverlast. Op 29 en 30 oktober kwamen in een gure noordwestroming talrijke zware buien met hagel en onweer tot ontwikkeling. Een nieuwe depressie trok op de 31e van Ierland snel oostwaarts en bereikte aan het einde van de dag het midden van ons land. In het noorden vielen enkele mm, in het zuiden viel tussen de 25 en 30 mm. De maxima daalden in dit tijdvak van ca. 14 C naar ca. 9 C.
Dick Heijboer
|
|
|