Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 1998
Tijdvak 1 – 6 november
In dit tijdvak handhaafde zich boven onze omgeving een westnoordwest stroming, waarmee koude, vochtige en onstabiele lucht werd aangevoerd. Om 00.00 UT op 1 november bevond de kern van een depressie zich juist boven ons land. Deze depressie trok naar Polen en werd gevolgd door een nieuwe actieve depressie die op 3 november van de Ierse Zee naar de Duitse Bocht trok en vandaar naar Finland. In de loop van de 5e trok een volgende actieve depressie van het zeegebied tussen IJsland en de Far Oer naar Denemarken en vandaar naar de Oostzee. Onder invloed van deze opeenvolgende depressies had het weer bij ons een guur karakter. Er kwamen talrijke buien voor, die op veel plaatsen vergezeld gingen van veel regen en plaatselijk ook van hagel en onweer. Vooral op 3 november viel veel neerslag: landelijk gemiddeld 12 mm. Pas in de loop van 6 november nam de buiigheid af op de nadering van een rug van hoge druk boven de Britse Eilanden. De maximumtemperaturen liepen in dit tijdvak uiteen van 8 tot 11 C, de minima liepen geleidelijk terug van 4 tot 6 C tot om en nabij het vriespunt in de avond van de 6e tijdens opklaringen.
Tijdvak 7 – 10 november
Op 7 november bracht een hogedrukgebied dat zich op die dag van Frankrijk naar Oostenrijk verplaatste, bij ons een weersverbetering. Sinds 24 september was het de eerste dag waarop het in hele land droog bleef. Na een heldere koude nacht met lichte vorst in het binnenland liep de temperatuur overdag met een zwakke zuidzuidoosten wind op tot 11 à 12 C. In het midden en noorden van het land hadden wolkenvelden de overhand maar in het zuiden was het zeer zonnig. In de loop van de 8e trok het frontensysteem van een depressie bij IJsland met veel bewolking en regen over ons land. Tegelijkertijd nam ten noorden van de Azoren een randstoring van de depressie, waarin de restanten van de orkaan “Mitch” waren opgegaan, sterk in activiteit toe. Op 9 november om 00.00 UT bevond deze storing zich als diepe depressie met een kerndruk van 958 hPa even ten westen van Schotland en trok vervolgens noordwaarts. Voor het koufront dat in de middag ons land passeerde werd zeer vochtige en zachte lucht aangevoerd. Uit een dik wolkendek regende het langdurig. De temperatuur bereikte op de meeste plaatsen waarden van 15 tot 16 C. Achter het koufront ruimde de wind geleidelijk naar het noordwesten, waardoor er op de 10e buien vielen en de temperatuur weer omlaag ging.
Tijdvak 11 – 15 november
Onder invloed van een rug van hoge druk die oostwaarts over ons land trok was 11 november een zonnige dag, maar het kwik kwam nergens boven de 10 à 11 C. Op de andere dagen van dit tijdvak bevond ons land zich in een complex en vlak lagedrukgebied, dat zich enige tijd boven West-Europa ophield. Met maxima van 6 tot 8 C was het overdag aan de koude kant; ‘s nachts daalde de temperatuur op de meeste plaatsen tot 3 à 5 C en plaatselijk in het binnenland bij opklaringen tot om en nabij het vriespunt. De zon liet zich niet zien en er kwamen langdurige perioden met regen en/of motregen voor. Tengevolge van de zwakke stroming viel zeer plaatselijk veel neerslag: op de 14e werd in Vlissingen 21 mm afgetapt.
Tijdvak 16 – 24 november
Inmiddels was het complexe lagedrukgebied zo ver naar het oosten opgeschoven dat tussen dit lagedrukgebied en een hogedrukgebied boven de Britse Eilanden met een noordstroming koude en onstabiele lucht naar ons land werd gevoerd. Op de eerste dagen dreven winterse buien vergezeld van regen, hagel en sneeuw van de Noordzee landinwaarts. Met maxima van 5 à 6 C en ‘s nachts lichte vorst was het koud. Na de 18e kwam ons land onder invloed van een opbouwend hogedrukgebied boven Scandinavië. Dit hogedrukgebied verplaatste zich naar de Oostzee en vervolgens oostwaarts naar West-Rusland. Een rug van dit hogedrukgebied handhaafde zich tot boven Frankrijk. Tegelijkertijd kwam boven het westelijk deel van de Middellandse Zee een afgesnoerde koude put in de bovenlucht tot stand. Hierdoor werd met een ooststroming droge en zeer koude continentale lucht naar ons land gevoerd. Er volgden een aantal zeer zonnige maar koude dagen. Op 19 en 20 november vormde zich ‘s nachts plaatselijk mist en werd het door aanvriezing glad. Op de 21e werd het overdag nog 1 à 2 C en vroor het ‘s nachts licht tot matig. Op 22, 23 en 24 november bleef het op meeste plaatsen met ruim zeven uren zon de hele dag vriezen en kwam het ‘s nachts tot matige en plaatselijk tot strenge vorst. Op de 23e meldde Woensdrecht met -11.0 C de laagste temperatuur van de maand. In de loop van de 24e draaide de wind naar het westen en stroomde in de hogere niveaus zachte en vochtige lucht naar ons land. In de avond en nacht viel plaatselijk onderkoelde regen of motregen. Door ijzelvorming en bevriezing werd het plaatselijk glad.
Tijdvak 25 – 30 november
Doordat het front dat de scheiding vormde tussen koude lucht in het oosten en zachte lucht in het westen slechts zeer langzaam oostwaarts bewoog, bleef het op de 25e in het oostelijke helft van het land nog lang glad. Vooral in Friesland ondervond het verkeer veel hinder van de gladheid en deden zich talrijke ongevallen voor, waarbij één dode viel. In het westen kwamen winterse buien voor. Uiteindelijk steeg de temperatuur in het hele land tot 2 à 4 C. Op 26 november trok een depressie van het zeegebied ten zuiden van IJsland naar de Duitse Bocht. In de avond trok het koufront met veel bewolking en regen over ons land. Met deze regen kwam de jaarsom van de neerslag over 1998 in De Bilt op 1155 mm, meer dan het jaarrecord van 1152 mm in 1965. Op de 27e vielen aanvankelijk nog buien, waardoor het in het binnenland met temperaturen even beneden het vriespunt plaatselijk weer glad was. Later kromp de wind naar zuidzuidwest op de nadering van het frontensysteem van een zeer diepe (955 hPa) depressie ten zuidwesten van IJsland en liep de temperatuur op tot ca. 9 C. In de avond en daarop volgende nacht vormde zich plaatselijk zeer dichte mist. Op 28 en 29 november bleef het frontensysteem vrijwel stationair boven ons land. Met veel bewolking en langdurig regen en/of motregen was het zeer somber. Van 29 op 30 november kreeg een krachtig hogedrukgebied boven Rusland met een rug via Denemarken en Midden-Engeland verbinding met het Azoren-hoog. Hierdoor draaide de wind boven ons land naar noordoost. Het oude front werd naar het zuidwesten teruggedrongen, waarbij plaatselijk naast lichte motregen ook motsneeuw viel. De temperatuur ging flink omlaag. Op de 30e werd het niet warmer dan 1 à 2 C, “ s avonds kwam het op veel plaatsen tot lichte vorst.

Dick Heijboer