Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 1999
Tijdvak 1 – 6 januari
In dit tijdvak kwam een krachtige west- tot zuidwest straalstroom boven ons land te liggen. Met deze stroming werd zeer zachte en vochtige lucht naar onze omgeving gevoerd. De temperatuur ging flink omhoog. Op de 5e was de boven ons land aanwezige lucht zelfs afkomstig uit de subtropen, waardoor record hoge temperaturen werden bereikt: Oost-Maarland meldde met 16.4 C de landelijk hoogste temperatuur van de maand. De eerste vijf dagen waren somber en nat maar de 6e was onder invloed van een zwakke rug van hoge druk een droge en tamelijk zonnige dag.
Tijdvak 7 – 8 januari
Op deze dagen stond het weer in ons land onder invloed van een depressie die van het zeegebied ten westen van de Brise Eilanden via de Noordzee naar Noord-Duitsland trok. Met een zuidwest tot westen wind werd zeer vochtige lucht aangevoerd, waardoor het somber en regenachtig was. Op de 8e viel in het noorden van het land plaatselijk 10 tot 15 mm neerslag. De maximumtemperaturen liepen geleidelijk terug naar 7 à 8 C.
Tijdvak 9 – 12 januari
Achter de depressie boven Noord-Duitsland ruimde de wind boven onze omgeving op de 9e naar het noorden. Op 10 januari nam een depressie boven de Middellandse Zee sterk in betekenis toe. Tegelijkertijd kreeg het Azoren-hoog via een rug verbinding met een hogedrukgebied boven Finland. Hierdoor ruimde de wind bij ons verder naar oost en kreeg het weer een winters karakter. De temperatuur ging flink omlaag. ‘s Nachts vroor het licht tot matig en overdag steeg het kwik tot even boven het vriespunt. In Twenthe bleef het op 10 en 11 januari de hele dag vriezen. In het midden van het land was dit tijdvak zeer zonnig. Aanzienlijk minder zonnig waren het noorden en zuiden, waar uitgestrekte wolkenvelden de zon afschermden. Op de 9e viel plaatselijk enige lichte sneeuw. In de loop van 12 januari nam de rug boven de Noordzee sterk in betekenis af. In de ochtend draaide de wind naar noordwest tot west en dreven sneeuwbuien van de Noordzee landinwaarts. Door luchtdrukdalingen boven de Noordzee werd de weg vrijgemaakt voor een frontale zone die via de Britse Eilanden naar het oosten kon opdringen en laat in de avond ons land bereikte. In de koude lucht aan de voorzijde van deze frontale zone viel op uitgebreide schaal sneeuw, wardoor zich op veel plaatsen een sneeuwdek van 5 tot 10 cm vormde. Vooral in het westen ondervond de avondspits veel hinder van de sneeuwval en deden zich talrijke aanrijdingen voor.
Tijdvak 13 – 16 januari
Ook in de ochtend van de 13e ondervond het verkeer overlast van sneeuw en gladheid. Achter de frontale zone ging de temperatuur snel omhoog en mede door een volgend frontensysteem dat in de avond van de 13e met regen ons land bereikte nam het sneeuwdek snel af. In de loop van de 14e bracht een zwakke rug van hoge druk wat zon, waarbij de temperatuur opliep tot 7 à 8 C. Inmiddels was op de oceaan een zeer actieve en omvangrijke depressie tot ontwikkeling gekomen, die zich om 18.00 UT op 15 januari met een kernduk van 924 hPa net ten zuidoosten van IJsland bevond. Onder invloed van deze depressie begon het in de avond van de 15e in ons land te regenen. Op de 16e nam de zuidenwind toe tot krachtig tot hard en aan de kust tot stormachtig, terwijl in het hele land zware windstoten voorkwamen. Er viel die dag gemiddeld over het land 8 mm neerslag, waarbij Volkel met 14 mm de grootste etmaalsom meldde. Het bleef zonloos maar met maxima van 10 à 11 C was het wel zacht.
Tijdvak 17 – 20 januari
Ook op deze dagen werd met een zuid- tot zuidweststroming zachte lucht naar onze omgeving gevoerd. Door het opvullend wegtrekken van de depressie bij IJsland was het weer echter minder onstuimig. In de vroege morgen van 18 januari daalde bij flinke opklaringen plaatselijk in het binnenland de temperatuur aan de grond tot beneden tot vriespunt. Door bevriezing van natte weggedeelten vonden er veel aanrijdingen plaats. De 18e was door de invloed van een zwakke rug van hoge druk met gemiddeld 7 uren zon een zonnige en droge dag. Op de andere dagen liet de zon zich vrijwel niet zien en viel er van tijd tot tijd lichte neerslag. De maxima liepen geleidelijk op tot 12 à 13 C op de 20e.
Tijdvak 21 – 23 januari
Achter een frontale zone, die in de loop van de 21e met motregen langzaam over ons land oostwaarts trok, draaide de wind onder invloed van drukstijgingen boven de Noordzee naar het oosten. De aangevoerde koude lucht stagneerde op de 22e met een zeer zwakke wind uit uiteenlopende richtingen boven ons land, waarbij zich op uitgebreide schaal dichte tot zeer dichte mist vormde, die op veel plaatsen pas rond het middaguur op de 23e oploste. In de nacht van 22 op 23 januari werd het bij lichte vorst op veel plaatsen glad. Bij talrijke aanrijdingen vielen één dode en verscheidene gewonden. Op de 23e werd het niet warmer dan 6 C.
Tijdvak 24 – 27 januari
In dit tijdvak bevond ons land zich aanvankelijk weer in een krachtige zuidweststroming waarmee vochtige en zachte lucht werd aangevoerd. Met weinig zon bereikte de temperatuur op de 25e alweer maxima van 12 tot 13 C. In Maastricht viel die dag 18 mm regen en landelijk ca. 5 mm. Op de 26e en 27e had de neerslag met een meer west- tot noordweststroming een sterk buiig karakter met maxima van 7 à 8 C.
Tijdvak 28 – 31 januari
In de avond van de 28e werd een front, dat de scheiding vormde tussen zeer koude lucht boven Scandinavië en zachte lucht boven Engeland door drukstijgingen boven Noorwegen naar het westen gedrongen. Hierdoor stroomde de koude lucht naar ons land een eindigde de maand koud. Op de 29e kwam de temperatuur overdag maar net boven het vriespunt. In de nacht van 29 op 30 januari vroor op de meeste plaatsen matig. Doordat het centrum van het hogedrukgebied zich van Noorwegen naar het Kanaal verplaatste waren de laatste dagen van de maand zeer zonnig.

Dick Heijboer