Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 1999
Tijdvak 1 – 3 februari
Op deze dagen stond het weer in ons land onder invloed van een hogedrukgebied, dat zich van Zuid-Engeland naar de Golf van Biskaje verplaatste. Met een naar west krimpende wind werd zachte en vochtige maritieme lucht aangevoerd. Er was veel bewolking, waaruit langdurig motregen viel. Het waren sombere dagen maar met maximumtemperaturen van 7 à 8 C en minima van 4 tot 5 C was het niet koud.
Tijdvak 4 – 6 februari
Op 4 februari om 00.00 UT bevond zich een actieve depressie nabij IJsland. In de daaropvolgende 24 uur trok deze naar Finland, waarbij de druk in de kern daalde tot 948 hPa. Doordat het hogedrukgebied zich van de Golf van Biskaje verder naar het westen verplaatste, trok het bij de depressie behorende koufront met grote snelheid naar het zuidoosten en passeerde ons land reeds in de avond van 4 februari. Tijdens de frontpassage nam de wind aan de kust toe tot hard en tot stormachtig op de Waddeneilanden. Voor het koufront werden maxima bereikt van 10 à 11 C. Op 5 en 6 februari bevond ons land zich in een krachtige noordweststroming, waarmee koude en onstabiele lucht werd aangevoerd. Winterse buien die, vergezeld van regen, hagel, sneeuw en in de morgen van de 5e plaatselijk ook van onweer met zware windstoten, landinwaarts dreven, gaven het weer een guur karakter. Op de 6e werd het 5 à 6 C en in de avond daalde het kwik in het binnenland tot even boven het vriespunt.
Tijdvak 7 – 10 februari
Op 6 februari was een “polar low” langs de Noorse kust, in activiteit toenemend, naar het zuiden getrokken. Op 7 februari om 00.00 UT lag het als depressie boven de Waddeneilanden, terwijl het koufront, dat de voorste begrenzing vormde van zeer koude van hoge breedten afkomstige lucht, zich over ons land naar het zuidwesten uitstrekte. Depressie en koufront trokken verder naar het oostzuidoosten, waardoor de koude onstabiele lucht zich over onze omgeving uitbreidde. Boven de Noordzee kwamen opnieuw talrijke winterse buien tot ontwikkeling, die met de noordnoordwest bovenstroming landinwaarts dreven. Door de aanvoer van kou in de hogere niveaus viel de neerslag steeds meer in de vorm van sneeuw. In de morgen van de 8e ondervond de ochtendspits veel overlast van sneeuw en gladheid. Er vormden zich veel files met een record lengte van ca. 975 km. In de nacht van 7 op 8 februari vroor het licht en in de nacht van 8 op 9 februari op veel plaatsen matig. Op de 9e kwam het kwik in het midden en oosten van het land met dichte mist niet boven het vriespunt. Door bevriezing van natte weggedeelten en sneeuwval was het glad. Door de dagelijkse sneeuwval en de lage temperaturen lag er op de 10e op veel plaatsen een sneeuwdek van ca. 10 cm en lokaal nog meer.
Tijdvak 11 – 14 februari
In dit tijdvak handhaafde zich een van hoge luchtdruk, die zich uitstrekte van het Azoren-hoog via onze omgeving naar West-Rusland. Tegelijkertijd bevond zich boven het westelijk deel van de Middellandse Zee een omvangrijke koude put. Met een noordoost- tot ooststroming werd koude en droge lucht naar ons land gevoerd, waardoor de zon meer kans kreeg. Vooral 12 en 13 februari waren zonnige dagen met landelijk ruim 8 uren zon. Overdag steeg het kwik tot om en nabij het vriespunt en bij sterke uitstraling vroor het ‘s nachts matig tot streng. Door deze sterke nachtelijke afkoeling vormde zich plaatselijk dichte tot zeer dichte mist en door aanvriezende mist was het lokaal glad. Op 14 februari daalde de luchtdruk boven onze omgeving en bereikte een frontensysteem de Noordzee. Dit bracht in de avond in het westen neerslag in de vorm van regen, naar het oosten geleidelijk overgaand in sneeuw. Door ijzelvorming, bevriezing en sneeuwval was het op veel plaatsen glad.
Tijdvak 15 – 18 februari
In de morgen van de 15e trok het frontensysteem vergezeld van regen en gladheid langzaam oostwaarts. Achter het front werd met een zuidwesten wind vochtige lucht aangevoerd. Door afkoeling boven het nog aanwezige sneeuwdek vormde zich op uitgebreide schaal dichte tot zeer dichte mist. De maxima liepen die dag uiteen van 7 C in het noordwesten tot 1 C in het oosten. Op de andere dagen van dit tijdvak werd het weer bepaald door een actieve depressie boven Scandinavië. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied met het centrum tussen de Azoren en Ierland handhaafde zich een krachtige noordweststroming, waardoor het weer een onstuimig karakter kreeg. Met deze stroming dreven talrijke winterse buien landinwaarts, waarbij plaatselijk ook onweer voorkwam. In de nacht van 16 op 17 februari passeerde een trog ons land. Op de Waddeneilanden stond enige tijd een noordwesterstorm, terwijl in het hele land zware windstoten voorkwamen. De maxima in dit tijdvak varieerden van 5 tot 7 C, ‘s nachts kwam plaatselijk lichte vorst voor.
Tijdvak 19 – 21 februari
Tussen een diepe depressie, die op deze dagen even ten oosten van IJsland quasi-stationair bleef en een hogedrukgebied ten westen van Portugal werd met een weststroming zachte en vochtige lucht naar ons land gevoerd. Op de 19e bevond ons land zich in de warme sector en werd de vorst verdreven. Uit een bedekte hemel viel langdurig motregen en regen. De 20e was onder invloed van een zwakke rug van hoge druk een droge en zonnige dag. In de namiddag en avond van de 21e trok een randstoring met onweer en zeer zware windstoten over ons land. Met maxima van 7 tot 10 C en minima van 4 tot 7 C was dit tijdvak zacht.
Tijdvak 22 – 24 februari
Tengevolge van drukstijgingen boven de Britse Eilanden ruimde op de 22e de stroming boven ons land naar noordnoordwest en werd opnieuw zeer koude lucht van hoge breedten aangevoerd. Veel wind, lage temperaturen en talrijke winterse buien gaven het weer een onstuimig en guur karakter. In de nacht van 22 op 23 februari viel in de hoger gelegen delen van Zuid-Limburg aanhoudend sneeuw, waardoor zich daar plaatselijk een sneeuwdek van ruim 20 cm vormde. Op 24 februari namen de wind en de buiigheid af. Met gemiddeld 6 uren zon was het een zonnige dag. In dit tijdvak liepen de maxima terug tot ca. 6 C en de minima tot ca. -3 C. Plaatselijk was het ‘s morgens glad door sneeuwval en bevriezing.
Tijdvak 25 – 28 februari
Na een koude nacht met lichte tot matige vorst draaide de wind op de 25e, in kracht toenemend, naar het zuidwesten. De maand eindigde met een westcirculatie waarmee zachte en vochtige lucht werd aangevoerd. Er kwam geen vorst meer voor. Aanvankelijk was er veel bewolking, waaruit enige lichte regen viel. Op de 28e scheen de zon gemiddeld 7 uur en bleef het tot de avond droog. De temperatuur bereikte maxima van 9 tot 11 C.

Dick Heijboer