| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 1999
Tijdvak 1 – 2 april Op deze dagen bevond ons land zich tussen een hogedrukgebied boven de Oostzee en een langzaam oostwaarts trekkend koufront boven de Britse Eilanden. Met een zwakke zuid tot zuidoosten wind werd zachte en droge lucht aangevoerd. Met dagelijks 10 tot 12 uren zonneschijn ging de temperatuur flink omhoog. Op de 2e werd op veel plaatsen, ook in De Bilt, met maxima van 21 à 22 C de eerste warme dag van het jaar genoteerd. In de avond nam de bewolking toe op de nadering van het koufront. In het zuiden van het land kwamen verspreide onweersbuien tot ontwikkeling.Tijdvak 3 – 7 april Doordat het hoog boven de Oostzee in betekenis afnam, trokken in dit tijdvak frontale storingen over ons land naar het oosten. Met een overheersende weststroming werd vochtige lucht met veel bewolking aangevoerd. Het weer had een somber en sterk wisselvallig karakter. Aanvankelijk viel er plaatselijk veel neerslag: op de 3e meldde Schiphol een etmaalsom van 16 mm en op de 4e werd in Hoogeveen 15 mm afgetapt. Van 3 op 4 april en van 4 op 5 april vormde zicht bij nachtelijke opklaringen op veel plaatsen dichte tot zeer dichte mist. De temperatuur vertoonde een grillig verloop. Doordat de bovenstroming geleidelijk naar het noordnoordwesten draaide werd het op de 7e niet warmer dan ca. 12 C. De nachten waren met minima van 7 à 8 C uitgesproken zacht.Tijdvak 8 – 11 april Op 8 en 9 april bevond zich boven het westelijk deel van de Middellandse Zee een afgesnoerde koude put in de bovenlucht. Hierdoor werd met een noordooststroming in de hogere luchtlagen zeer koude lucht naar onze omgeving gevoerd. Op de 8e scheen de zon in Vlissingen ca. 8 uur maar op veel plaatsen in het binnenland was het een zonloze dag. De maxima liepen uiteen van 9 C in het noorden tot 12 à 13 C plaatselijk in het zuiden. Bij flinke opklaringen kwam in de nacht van 8 op 9 april in het binnenland op uitgebreide schaal vorst aan de grond voor. Twenthe meldde met 0.1 C de laagste minimumtemperatuur. Op de 9e ging een groot deel van het land schuil onder een wolkendek, maar in het uiterste zuiden was het een zeer zonnige dag. Op 10 en11 april kwam de stroming boven ons land weer uit westelijke richtingen en waren de nachten minder fris. Op de 10e passeerde een koufront met veel bewolking, waaruit enige lichte regen viel. Onder invloed van een zwakke rug van hoge druk was de 11e vooral in het westen een zonnige dag, maar het werd niet warmer dan ca. 11 C.Tijdvak 12 – 15 april In dit tijdvak werd het weer bij ons bepaald door een actieve depressie, die zich op de 12e te 00.00 UT tussen de Far Oer en Schotland bevond. Deze depressie verplaatste zich naar de noordelijk Noordzee en handhaafde zich na de 13e als een complexe depressie boven Scandinavië. Doordat de bijbehorende koude put boven de zuidelijke Noordzee kwam te liggen kreeg het weer bij ons een uitermate onstabiel en guur karakter. In de loop van 12 april trok het koufront met veel bewolking en landelijk gemiddeld 9 mm neerslag over ons land oostwaarts. Er werden die dag nog minima van ca. 6 C en maxima van 11 à 12 C genoteerd. Achter het koufront kreeg de neerslag een sterk buiig karakter. De bovenstroming ruimde naar noordwest tot noord en door de lage temperaturen in de bovenlucht vielen op de 13e talrijke winterse buien met sneeuw en hagel en kwam plaatselijk ook onweer voor. Tussen de buien kwamen zonnige perioden voor. Zuidwaarts trekkende “polar lows” brachten vooral sneeuw. Zo lag er op de 14e in Overijssel en in Drenthe een sneeuwdek van ca. 5 cm en op de 15e in het uiterste zuiden van Limburg van ca. 10 cm. In de middag van de 15e verloren de buien het winterse karakter. De 14e was met maxima van gemiddeld 7 C de koudste dag van dit tijdvak. In de nacht van 14 op 15 april kwam overal in het binnenland lichte vorst voor.Tijdvak 16 – 20 april Op deze dagen bevond zich boven Midden-Europa een vore van lage druk die zich uitstrekte van Scandinavië naar Italië. Met een zwakke noordnoordweststroming werd voortdurend koude lucht naar ons land gevoerd. Hierdoor en door de nabijheid van de koude put in de bovenlucht, die zich pas op de 20e van ons land verwijderde, bleef de atmosfeer zeer onstabiel van opbouw. Dagelijks kwamen in de loop van de dag buien tot ontwikkeling, waarbij plaatselijk ook onweer voorkwam. Lelystad meldde op 17 april een etmaalsom van 17 mm neerslag. Met dagelijks gemiddeld over het land ruim 7 uren zon was dit tijdvak zonnig maar met maxima van ca. 10 C en ‘s nachts lichte vorst bleef het koud. In de avond van de 20e bereikte het frontensysteem van een diepe depressie (965 hPa) nabij Ierland met toenemende bewolking en regen ons land.Tijdvak 21 – 24 april Boven West-Rusland was een krachtig hogedrukgebied tot ontwikkeling gekomen. Hierdoor en door drukstijgingen boven Scandinavië stagneerden opeenvolgende depressies boven de Britse Eilanden. Boven onze omgeving werd de stroming zuidwest tot zuid, waardoor de koude lucht werd verdreven. Aanvankelijk was de atmosfeer nog onstabiel en kwamen gemakkelijk buien tot ontwikkeling, waarbij plaatselijk hagel viel en onweer voorkwam. Tussen de buien was het tamelijk zonnig. Overdag steeg het kwik tot 14 à 17 C, de nachten waren zacht met minima van 6 tot 8 C.Tijdvak 25 – 30 april Van 25 op 26 april trok een actieve depressie in zuidoostelijke richting naar Noordwest-Portugal. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied boven Scandinavië kromp de stroming boven onze omgeving naar zuidoost tot oost. Met deze stroming werd zeer droge en warme continentale lucht aangevoerd. Het was zeer zonnig en de temperatuur ging verder omhoog: op de 26e werd het plaatselijk 22 C. ‘s Avonds kwamen boven Zeeland onweersbuien tot ontwikkeling, die lokaal ca. 10 mm neerslag brachten. Op de laatste dagen van de maand werden de weerkaarten gekenmerkt door de quasi-stationaire depressie nabij Portugal en een gordel van hogedruk, die zich uitstrekte van de Azoren via Schotland naar Zuid-Scandinavië. Met een oost- tot noordooststroming werd koude en droge lucht naar ons land gevoerd. Het was uitgesproken zonnig. Overdag steeg de temperatuur tot ca. 16 C. Op Koninginnedag werd het na een koude nacht in het zuidoosten 20 à 21 C.
Dick Heijboer
|
|
|