| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 1999
Tijdvak 1 – 6 oktober Op 1 oktober om 00.00 UT bevond zich een actieve depressie ten zuiden van IJsland. Deze depressie trok in dit tijdvak langzaam opvullend via Schotland en de noordelijke Noordzee naar Zuid-Zweden en bepaalde daarbij het weer in ons land. De stroming ruimde geleidelijk van zuidwest naar noordnoordwest, waardoor de temperatuur geleidelijk omlaag ging. Op de 1e werden nog landelijke minima van 12 C en maxima van 17 C genoteerd, op de 6e werd het ’s nachts gemiddeld 7 C en overdag 14 C. In de vroege morgen van 6 september meldde Eindhoven met een grasminimum van –0.3 C de eerste vorst aan de grond van dit seizoen. Door de aanwezigheid van de koude put boven de Noordzee was de atmosfeer zeer onstabiel en had het weer vooral de eerste dagen een onstuimig karakter. Doordat zich in het koufront een storing ontwikkelde stagneerde het front boven ons land en passeerde pas op 2 oktober rond het middaguur. Tot dat tijdstip was er weinig zon en stond er een harde en aan de kust enige tijd stormachtige zuidwesten wind met zware windstoten. Vooral in het noordwesten van het land viel veel neerslag. Terschelling meldde op 1 en 2 oktober etmaalsommen van respectievelijk 20 en 16 mm. In de loop van 3 oktober nam de buiigheid aan de kust sterk toe op de nadering van een trog vanuit het westen. De buien gingen vergezeld van onweer en hagel. In Berkhout werd die dag 36 mm neerslag afgetapt. In de nacht van 3 op 4 oktober passeerde de trog ons land. Na deze passage kwamen mede onder invloed van het relatief warme zeewater, zware buien tot ontwikkeling. Uit deze buien viel in de morgen van 4 oktober in het Westland 60 à 70 mm neerslag, waardoor ernstige wateroverlast ontstond. Op 5 oktober bleef het met een frisse noordwesten wind aan de kust buiig, maar in het binnenland was het tamelijk zonnig. Op de 6e nam de buiigheid sterk af onder invloed van een hogedrukgebied boven Zuidoost-Engeland. Tengevolge van uitgestrekte wolkenvelden was er echter weinig zon.Tijdvak 7 – 11 oktober Op deze dagen bevond ons land zich tussen een gordel van hoge luchtdruk boven Frankrijk en Zuid-Duitsland en depressies die van IJsland naar Noord-Noorwegen trokken. Met een west- tot zuidweststroming werd zachte en vochtige maritieme lucht aangevoerd. Er was veel bewolking, waaruit vooral aan de kust van tijd tot tijd neerslag viel. In de loop van 11 oktober trok een hogedrukgebied van de oceaan naar Cornwall. Door subsidentie loste de boven ons land aanwezige bewolking in de middag gedeeltelijk op. Met maxima van 15 à 16 C kwamen de temperaturen overdag vrijwel overeen met de normale waarden, de nachten waren met minima van gemiddeld 13 à 14 °C echter zeer zacht.Tijdvak 12 – 15 oktober Aan de westcirculatie boven ons land kwam een einde doordat het hogedrukgebied boven Cornwall zich via Schotland naar Zuid-Noorwegen verplaatste. Op 12 en 13 oktober was het fraai weer met veel zon en een zwakke wind uit uiteenlopende richtingen. De temperatuur bereikte opnieuw maxima van 15 à 16 C. ’s Nachts was het met name in het binnenland koud. Twenthe noteerde op de 13e een minimum van slechts 0.1 C. Van 14 op 15 oktober trok langs de oostflank van het hogedrukgebied een frontale zone met veel bewolking en enige lichte regen naar het zuiden. Het waren sombere dagen en plaatselijk liet de zon geheel verstek gaan. De nachten waren weer minder koud.Tijdvak 16 – 20 oktober In dit tijdvak bevond ons land zich tussen een krachtig hogedrukgebied boven Scandinavië en een gordel van lagedruk boven de Middellandse Zee. Met een ooststroming werd droge en koude lucht naar ons land gevoerd. Er was vrijwel geen bewolking en met dagelijks 8 tot 10 uren zon was het fraai weer. Overdag werd het 10 à 12 C, ’s nachts daalde het kwik in het binnenland tot 1 à 2 C. In de vroege morgen van de 16e meldde Twenthe met een minimumtemperatuur van –0.8 C de eerste vorst van het seizoen. Op de 20e drong een frontale zone boven Frankrijk langzaam naar het noorden op. Hierdoor nam de gradiënt boven onze omgeving toe en stond er een vrij krachtige schrale oostenwind.Tijdvak 21 – 26 oktober Op 21 oktober trok de frontale zone met veel bewolking en tijdelijk regen over ons land naar het noorden. Verder stond het weer bij ons in dit tijdvak onder invloed een zeer actieve en omvangrijke depressie, de restanten van de orkaan “Ïrene”. Deze depressie bevond zich op 22 oktober om 00.00 UT nabij 50N 20W met een kerndruk van 962 hPa, volgde geleidelijk opvullend aanvankelijk een oostelijke en later noordoostelijke baan en bereikte aan het einde van het tijdvak de Oostzee. Aan de oostflank van de depressie werd zeer zachte lucht naar onze omgeving gevoerd, waardoor de temperatuur sterk omhoog ging. Op de 23e werd het op veel plaatsen met veel zon 18 C. Dagelijks viel er neerslag maar met uitzondering van de 22e toen landelijk gemiddeld 6 mm en plaatselijk in het zuidwesten 20 mm werd afgetapt, waren de hoeveelheden niet groot. Het tijdvak eindigde vrij somber met maxima van 15 à 16 C en minima van gemiddeld 11 C.Tijdvak 27 – 31 oktober In dit tijdvak verplaatste een hogedrukgebied boven West-Frankrijk zich naar de Balkan. Met een west- tot zuidweststroming bleef het bij ons met maxima van ca. 15 C zacht. Op de 28e bracht een frontale zone boven ons land veel bewolking. Verder was dit tijdvak tamelijk zonnig. In de nacht van 28 op 29 oktober vormde zich op veel plaatsen dichte tot zeer dichte mist. Op 30 oktober werd tussen een zeer diepe depressie (00.00 UT kerndruk ca. 950 hPa) ten westen van Ierland en het hogedrukgebied boven de Balkan, lucht van subtropische oorsprong naar onze omgeving gevoerd. Hierdoor werd het op veel plaatsen 18 à 19 C en in het zuidoosten zelfs bijna 21 C. In de avond nam de bewolking toe op de nadering van het koufront dat rond middernacht met regen passeerde. Behoudens een zeer lokale bui was de laatste dag van de maand droog en tamelijk zonnig met maxima van ca. 15 C.
Dick Heijboer
|
|
|