| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 1999
Tijdvak 1 – 4 november Op 1 november bevond ons land zich tussen een krachtig hogedrukgebied boven Hongarije en een frontale zone die via Engeland oostwaarts trok en ons land in de avond bereikte. Met een in kracht toenemende zuid- tot zuidwestenwind werd zachte lucht aangevoerd, waardoor plaatselijk in het zuiden maxima van 18 C werden bereikt. In de loop van de dag nam de bewolking toe en in de middag begon het overal te regenen op de nadering van de frontale zone. Op 2 en 3 november werd met een westenwind zachte en vochtige maritieme lucht aangevoerd. Naast wolkenvelden met wat lichte regen kwamen ook brede opklaringen voor. Van 3 op 4 november trok een hogedrukgebied van de Golf van Biskaje naar Polen. Hierdoor was de 4e een droge dag met vooral in de middag veel zon. De temperatuur bereikte maxima van ca.13 C.Tijdvak 5 – 8 november Op 5 november om 00.00 UT bevond zich een depressie even ten westen van Ierland. Deze depressie volgde in activiteit toenemend een noordoostelijke koers naar de Noordzee, beschreef een lus en bereikte op 7 november om 00.00 UT Zuid-Denemarken om vervolgens snel opvullend oostwaarts te trekken. Door deze ontwikkelingen nam op 5 november de wind vanuit het zuiden toe tot vrij krachtig en in de avond ging de passage van het koufront vergezeld van wat lichte regen. 6 november was een uitgesproken regenachtige dag. Gemiddeld over het land werd 10 mm afgetapt. Schiphol en Lelystad meldden etmaalsommen van 25 mm. Rond het middaguur stond er aan de kust enige tijd een westerstorm. Het werd die dag niet warmer dan ca. 10 C. In de loop van de 7e nam de buiigheid geleidelijk af. Het weer behield echter een wisselvallig karakter doordat op 8 november een frontale storing met veel bewolking en enige regen via de Noordzee naar het oosten trok.Tijdvak 9 – 13 november In dit tijdvak stond het weer bij ons onder invloed van een quasi-stationair hogedrukgebied even ten westen van Schotland. Met een noord- tot noordoostroming werd koude en droge lucht naar onze omgeving gevoerd. Op de 9e werd de aanwezige bewolking naar het zuiden teruggedrongen en was het na de middag op de meeste plaatsen zonnig. Ook op de andere dagen was het zonnig en droog met ’s nachts plaatselijk mist. De temperatuur ging omlaag. Op de 12e werden maxima van 7 à 8 C genoteerd. In de nacht van 12 op 13 november vroor het overal licht met uitzondering van het kustgebied. In De Bilt was de 13e de eerste vorstdag van het seizoen. Na de middag trok de hemel dicht en viel er langdurig motregen onder invloed van een warmtefront, dat langzaam over de Noordzee naar het zuiden trok.Tijdvak 14 – 15 november Op de 14e bevonden wij ons nog enige tijd in de warme sector van een depressie boven Finland. Er viel enige tijd motregen en het werd op veel plaatsen 10 à 11 C. In de middag passeerde het koufront, waarna de wind naar het noordoosten ruimde en de temperatuur sterk omlaag ging. Op 15 november trok een hogedrukgebied van Zuid-Noorwegen naar Polen. Met een zwakke ooststroming werd koude en droge lucht aangevoerd. Met gemiddeld 8 uren zon was het een zeer zonnige maar koude dag: op veel plaatsen werd het 5 tot 7 C.Tijdvak 16 – 21 november In nacht van 15 op 16 november vroor het met weinig wind op de meeste plaatsen licht en plaatselijk in het binnenland matig. Onder invloed van een koufront dat rond de middag van de 16e passeerde werd het overdag niet warmer dan 3 à 4 C. Na de passage van het koufront kreeg het weer een guur karakter. Met een koude en onstabiele noordweststroming dreven talrijke winterse buien van de Noordzee landinwaarts. Op de andere dagen van dit tijdvak werden de weerkaarten gekenmerkt door een krachtig hogedrukgebied ten westen van de Britse Eilanden en opeenvolgende depressies boven Scandinavië. Met een krachtige noordstroming werd zeer koude, van hoge breedten afkomstge lucht naar onze omgeving gevoerd. Boven het relatief warme Noordzeewater kwamen talrijke zware winterse buien tot ontwikkeling, die vervolgens vergezeld van regen, hagel, sneeuw en onweer landinwaarts dreven. In de ochtend van 18 november vormde zich plaatselijk op de Veluwe, in Noord-Brabant en in Noord-Limburg een sneeuwdek van 5 à 6 cm dat in de loop van de dag weer verdween. In het hele land ondervond het verkeer in de ochtendspits veel hinder van het weer: er stonden 55 files met een totale lengte van bijna 500 km. Dit tijdvak was koud: overdag bleef het kwik bij 4 à 6 C steken, ’s nachts kwam het plaatselijk in het binnenland tot lichte vorst.Tijdvak 22 – 23 november Op deze dagen voltrok zich de overgang naar een geheel ander, zachter weertype. Het hogedrukgebied ten westen van de Britse Eilanden had zich inmiddels teruggetrokken naar het zeegebied tussen de Azoren en Portugal. Hierdoor konden depressies hun invloed tot over onze omgeving uitbreiden. De wind draaide naar west tot zuidwest. Op de 22e bracht een frontale zone langdurig regen en in het oosten eerst sneeuw, overgaand in regen. Twenthe noteerde de grootste etmaalsom: 14 mm. De temperatuur ging met sprongen omhoog: de vorst werd verdreven en op de 23e werden maxima bereikt van ca. 9 C.Tijdvak 24 – 30 november Gedurende dit tijdvak toonden de weerkaarten een zeer persistente gordel van hoge druk, die zich uitstrekte van Spanje via Noord-Italië naar Roemenië. Op de oceaan was de depressie-activiteit groot: diepe en omvangrijke depressies trokken tussen IJsland en Schotland naar het noordoosten. Op 25 en 27 november trokken zwakke fronten vergezeld van enige regen over ons land. Verder viel er nauwelijks neerslag maar er was veel bewolking. Met minima van 5 tot 7 C en maxima van 9 tot 11 C waren de temperaturen boven normaal. Op 30 november om 18.00 UT bevond zich een zeer diepe depressie (954 hPa) voor de Noorse kust. Op de nadering van het koufront nam de westzuidwesten wind toe tot krachtig en aan de kust tot hard.
Dick Heijboer
|
|
|