Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Maandoverzichten
April 2010
2-6-2010

Op deze pagina worden kaarten getoond met maandoverzichten van de gemiddelde temperatuur, de minimumtemperatuur, de maximumtemperatuur en de neerslaghoeveelheid in Nederland. De kaarten zijn gemaakt met behulp van data van KNMI-stations (links) en met data van weeramateurstations (rechts), zodat deze zijn te vergelijken. Zie onderaan deze pagina voor een toelichting op de verschillen zichtbaar in deze kaarten.

2-6-2010: Neerslagkaarten zijn nu toegevoegd

Gemiddelde temperatuur
April 2010
KNMI-stations
 
Gemiddelde temperatuur
April 2010
Weeramateurstations
Klik om te vergroten   Klik om te vergroten
Laagste temperatuur
April 2010
KNMI-stations
 
Laagste temperatuur
April 2010
Weeramateurstations
Klik om te vergroten   Klik om te vergroten
De kaartjes gemaakt op basis van data van weeramateurs (rechts) verschillen van de kaartjes gemaakt op basis van KNMI-meetlocaties (links). Onderaan deze pagina worden de mogelijke oorzaken van deze verschillen toegelicht.
Hoogste temperatuur
April 2010
KNMI-stations
 
Hoogste temperatuur
April 2010
Weeramateurstations
Klik om te vergroten   Klik om te vergroten

Neerslagsom
April 2010
KNMI-stations
 
Neerslagsom
April 2010
Weeramateurstations
Klik om te vergroten   Klik om te vergroten

Toelichting op de verschillen

De kaartjes op basis van de weeramateurdata verschillen van die op basis van de data van de KNMI-stations. Deze verschillen worden o.a. veroorzaakt door:

  • Het aantal stations: er zijn minder KNMI-meetpunten voor temperatuur (35) dan er weeramateurstations zijn (op dit moment ongeveer 170). Er zijn juist meer KNMI-neerslagstations (ongeveer 325) dan weeramateurstations. Zie de pagina 'ligging stations' voor kaarten met de lokaties van de weeramateurstations, KNMI-hoofdstations en neerslagstations.

  • De ruimtelijke verdeling: de dichtheid van de KNMI-(neerslag)stations is voor heel Nederland min of meer gelijk. Dit is niet het geval voor de weeramateurstations. Zie de pagina 'ligging stations' voor kaarten met de lokaties van de weeramateurstations, KNMI-hoofdstations en neerslagstations.

  • Meetlocatie: de meetlocaties van het KNMI zijn gestandaardiseerd om de onderlinge vergelijking te vergemakkelijken. Zo staan alle stations buiten de stad, en op een grasveld van bepaalde afmetingen. Meetlocaties van weeramateurs verschillen onderling. Veel stations staan in de tuin, sommige op het dak, en de ondergrond verschilt. Ook staan veel weeramateurstations in stedelijk gebied. Voor het onderzoek naar stadsklimaat zijn de data van de weeramateurs daarom zeer welkom.

  • Meetapparatuur: Het KNMI meet overal met dezelfde apparatuur. Apparatuur van weeramateurs verschilt onderling.

  • Tijdstip van meten: op de KNMI-neerslagstations wordt elke ochtend de hoeveelheid neerslag om 8:00 UTC (Universal Time) van de afgelopen 24 uur bepaald. De dagneerslaggegevens van de laatste dag van de maand, bevatten daarom ook altijd de neerslag die in de uren 0:00 UTC tot 8:00 UTC op de eerste dag van de nieuwe maand is gevallen. De dagsommen van de weeramateurdata worden voor de periode van 0:00 tot 0:00 UTC bepaald.

  • Validatie: De KNMI-gegevens worden waar nodig gecorrigeerd en aangevuld. Dat gebeurt volgens strikte procedures en richtlijnen. Dit gebeurt op dit moment niet met de gegevens van de weeramateurs.


  •