Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Het onderzoek
Opzet
30-10-2009

Inleiding
In 2009 is door het KNMI, in samenwerking met WUR, de Regio Rotterdam en het Waterkader Haaglanden een project opgestart met als doelen:

  • Een betere kwantificering maken van het stadseffect in de regio's Rotterdam en Haaglanden, met behulp van gegevens van weeramateurs en andere gegevensbronnen.
  • Bepalen hoe bruikbaar onderzoeksgegevens over het stadseffect in het buitenland zijn, voor de Nederlandse situatie, door de uitkomsten van het onderzoek te vergelijken met gegevens uit de literatuur.

    Dit onderzoeksproject is onderdeel van het landelijke onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat (KvK).

    Kennis voor Klimaat/Klimaat voor Ruimte
    Naar aanleiding van de problemen met hitte in de zomers van 2003 en 2006, is in het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat ruimte gemaakt voor onderzoek naar het stedelijk warmte-eiland. KvK richt zich op onderzoek dat kan bijdragen aan een meer 'klimaatbestendige' inrichting van Nederland. Samen met enkele andere onderzoeksprojecten binnen KvK probeert dit onderzoek het stadsklimaat van Nederland in kaart te brengen. Op dit moment lopen er twee projecten:

  • 'Regiospecifieke klimaatinformatie voor Haaglanden en de regio Rotterdam' (dit project)
  • 'Hittestress in de stad Rotterdam' (gericht op stadseffect en gezondheid)

    Verder zal een consortium in de komende 4-5 jaar uitgebreider onderzoek doen naar klimaatverandering in de stad. Ook binnen het onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte zijn er enkele kleinere projecten m.b.t. klimaatverandering en de stad, zie ook www.klimaatindestad.nl.

    Dit onderzoek
    Het doel van dit onderzoek is een betere schatting te maken van de sterkte van het stedelijk warmte-eiland in Nederlandse steden. Daarbij wordt aandacht besteed aan de variatie van het stadsklimaat tussen verschillende weertypes, momenten van de dag, seizoenen enz. Afhankelijk van de plaatsing van de gebruikte meetpunten van onder andere de weeramateurs, kan er wellicht ook iets gezegd worden over de invloed van verschillende typen bebouwing. Zo gedetailleerd mogelijk, dus voor verschillende situaties (weertypes, windrichtingen, seizoenen, momenten van de dag) en als het kan voor verschillende typen stedelijke bebouwing.

    In andere lopende onderzoeksprojecten wordt met nieuwe metingen onderzoek gedaan aan het stadseffect (zie onder 'links' in het menu rechts op deze pagina) . In dit onderzoek gebruiken we bestaande gegevensbronnen. Dit zijn zowel metingen van KNMI-weerstations als alternatieve gegevensbronnen. Op dit moment worden twee bronnen gebruikt:

    1) Als eerste worden waarnemingen van weeramateurs gebruikt. Met de website Hetweeractueel is een overeenkomst gesloten voor gegevensuitwisseling, zodat meerdere keren per uur van een groot aantal weeramateurs meetgegevens naar het KNMI worden doorgestuurd. Deelnemende weeramateurs hebben individueel aangegeven of ze aan deze gegevensuitwisseling willen deelnemen. Een belangrijk deel van deze weeramateurs meet in de stad. Zij zijn eigenlijk de enige bestaande bron voor kwalitatief bruikbare meetgegevens in dichte bebouwing, waarvan gegevens in een uitgebreid netwerk beschikbaar zijn. (Zie Figuur 1 voor een kaart met daarop de gebruikte stations).

    2) Als tweede worden gegevens uit het Gladheidsmeldsysteem (GMS) van Rijkswaterstaat gebruikt. Dit is een netwerk van temperatuurmeters langs Rijkswegen door heel Nederland. Meetpunten staan helaas niet in de stadscentra, maar wel in de buitenste delen van de stad.

    Bij de analyse worden niet alleen gegevens uit de regio Rotterdam en Haaglanden gebruikt, maar ook gegevens uit de rest van het land. Hopelijk kan daarmee meer gezegd worden over de invloed van zaken als de grootte van de stad en de geometrie van de bebouwing. Resultaten uit de twee gegevensbronnen hierboven genoemd, worden gecombineerd met gegevens uit de wetenschappelijke literatuur, zodat bekeken kan worden hoe representatief gegevens uit het buitenland zijn voor de Nederlandse situatie.


    Figuur 1: Kaart van Nederland met de locaties van de weeramateurs die meewerken aan de gegevensuitwisseling.


  •