Zal de ozonlaag zich gaan herstellen?
De ozonlaag in de stratosfeer beschermt ons tegen schadelijke ultraviolette straling. Zonder de ozonlaag zou het leven op aarde onmogelijk zijn. Ten gevolge van schadelijke, door mensen geproduceerde, stoffen (de zogeheten CFK's) is de ozonlaag dunner geworden. Het duidelijkst is dat zichtbaar in het zogenoemde ozongat boven Antarctica. Als gevolg van maatregelen (het Montreal protocol) die wereldwijd zijn genomen om deze schadelijke stoffen niet meer in de atmosfeer te brengen, wordt verwacht dat de ozonlaag zich gaat herstellen.
Het bekendste gevolg van ozonafbraak is de ieder jaar in de lokale lente verschijnende verdunning (met meer dan 50%) in de ozonlaag boven Antarctica, ook wel ozongat genoemd. Sinds de tweede helft van de jaren zeventig (daarvoor was het er niet) wordt dit zowel met grondmetingen als met satellieten waargenomen. Naast ozon worden door OMI ook andere stoffen die gerelateerd zijn aan ozonafbraak gemeten, zoals stikstofdioxide, broomoxide en chloordioxide. De andere Aura instrumenten meten de overige stoffen in de keten van ozonvorming en -afbraak.
Ook op gematigde breedten wordt de ozonlaag dunner (gemiddeld 3% tussen 1980 en 2000). Ozonveranderingen op de schaal van decennia worden bestudeerd om de invloed van menselijk handelen in kaart te brengen. Dankzij grondmetingen (op sommige lokaties vanaf de jaren 19-twintig) en satellieten (vanaf de jaren 19-zeventig) zijn er inmiddels langjarige tijdreeksen van ozonwaarnemingen beschikbaar. Hieruit kan worden afgeleid hoeveel dunner de ozonlaag in de afgelopen jaren is geworden. Deze verandering, de trend, bepalen is erg moeilijk. Natuurlijke variaties in de ozonlaag kunnen die trend maskeren. Er zijn daarom tientallen jaren met zeer nauwkeurige metingen nodig, liefst wereldwijd. Door de meetreeks van OMI te koppelen aan die van anderen (onder andere OMI's voorgangers TOMS van NASA en de Europese instrumenten GOME en SCIAMACHY) zal een consistenter beeld worden gevormd. NASA beschouwt OMI als de opvolger van hun jarenlange opgebouwde ozon satellietmeetreeks met SBUV en TOMS van maar liefst meer dan 30 jaar, wat momenteel de langst beschikbare meetreeks vanuit satellieten is.
Vanaf 1973 is de dikte van de ozonlaag met ongeveer 3% per 10 jaar afgenomen.
Hoe en wanneer de ozonlaag zich herstelt is op dit moment nog niet bekend, er zijn namelijk aanwijzigen dat klimaatveranderingen het herstel van de ozonlaag juist weer vertragen. De meeste atmosfeermodellen verwachten herstel in de tweede helft van de 21e eeuw.
